Friesco, Friesti, DiepFries, Friesbee, Fries!

En ook nog: Snotje, Snottebolleke, Musti, Bolleventje, …

Dat krijgt Fries al 1 jaar te horen, al dan niet vergezeld van knuffels, sussend ge-ssssjt, een grote giechel, een bulderlach, een aai, en de laatste weken soms ook een vermanende vinger. En op die vermanende vinger antwoordt Fries dan met een meisjesachtige giechel.

Maar het ventje is al en nog maar 1 jaar oud/jong. Dat jaar is gevlogen maar is ook ontzettend traag gegaan. Want Fries is nogal ‘een hevige’ zoals ze zeggen. ’t Is 11 kilo mens waarvan 12 kilo temperament. Hij wil zoveel tegelijk kunnen, hij wil zelf de grote broer zijn, hij wil indruk maken, hij wil gewoon zo graag groot zijn. En dat frustreert hem nu al zo’n jaar en dat hoor je. Hij kan roepen en hij kan schreeuwen en hij kan ronduit de geluidsmuur doorbreken. Omdat hij kwaad is? Soms, maar evengoed doet hij dat omdat hij zo content is. Voorbeeld: hij krijg een boterham die hem toevallig nog in de smaak valt ook. Je zou kunnen over je buikje wrijven, je zou kunnen zeggen “mmmm”, je zou kunnen gretig beginnen eten, je zou kunnen smekken, je zou kunnen om meer vragen. Of je kan luid beginnen roepen van “Njamm, njamm, nnnnnjjjaaaaammmm!” Nogal een geluk dat hij een pamper draagt.

Om maar te zeggen: wij amuseren ons wel met die jongste. En zijn verjaardagsfeest was leuk. En hij is een verwend nest met al die kado’s en die aandacht. En dat mag, want onze kleine is dat meer dan waard op zo’n dag. Het zal wel zijn.

lief liever liefst

Romantische, nostalgische, dromerige, of gewoon blije zielen: viert ende feest! ’t Is Gedichtendag!

ik zie hoe landen zich verscheuren
ik voel de kanker van cynisme
ik zie de mensen zonder dromen
ze vluchten in goedkope luxe
in de ontevreden steden
jaagt de haat door oude straten
de dreiging komt steeds dichterbij
maar ik, ik heb een medicijn

ik heb je lief
ik heb je liever
liever dan mijn leven
dan om het even wat
ik heb je lief
ik heb je liever
liever liefste
elke dag

wat ik ook wil zeggen
jij krijgt mijn woorden klein
was ik maar een dichter
dan kon ik dichter bij jou zijn
was ik maar het bloed
dat door jouw lichaam stroomt
dan sliep ik in je hart
en ik woonde in jouw hoofd

want ik heb je lief
ik heb je liever
liever dan mijn leven
dan om het even wat
ik, ik heb je lief
ik heb je liever
liever liefste
elke dag

ik heb je liever liefste
elke dag
ik heb je liever liefste
elke dag
ik heb je liever liefste

stef bos

Openingsdans bij ons trouwfeestje, nu ook al bijna 4 jaar geleden.

ethische vraagstukken – deel zoveel

Soms vraag ik me af wat ik het liefste zou hebben in de volgende situatie:
Iemand doet je kind, je partner, je ouders, … iets aan (en dan hoeft dat zelfs nog niet eens zo’n daad te zijn als waar het in de media maar al te vaak over gaat), wat zou (voor mij) het gemakkelijkst te verwerken zijn?
– de gedachte dat het niet had kunnen vermeden worden, dat er nu eenmaal mensen rondlopen met een ander soort geweten
of
– de gedachte dat het wel had kunnen vermeden worden als onze maatschappij maar wat meer oog zou kunnen hebben voor elkaar, en dat de individualisering van deze maatschappij misschien deels schuldig is?
Makkelijk gezegd, want onze maatschappij (inclusief officiële instanties) staat behoorlijk weigerachtig tegenover ‘verklikken’. En soms is dat goed, we moeten niet naar een Big Brothermaatschappij gaan, maar soms is dat niet willen, durven, mogen verklikken niet goed. Want al te vaak hoor je achteraf zeggen dat er wel ‘iets scheelde’, dat er wel ‘iets was’, dat mensen ‘iets in de gaten had’ en dat het gebeurde misschien had kunnen vermeden worden, maar helpt dat je als slachtoffer, of net niet? Of ben je daar als slachtoffer niet mee bezig, en is dat een luxevraag voor mensen die gelukkig van aan de zijlijn mogen commentaar leveren?
Ik hoop dat ik het antwoord voor altijd schuldig mag blijven.

Benne is een vlinder

En hij fladdert van ons weg, op maandag 2 februari. Dan laten we hem wat los, geven hem nieuwe identiteiten: Benne als leerling, Benne als vriendje, hopelijk niet Benne als pestkopje, liever wel Benne als de geestige klasgenoot. En Benne als vlinder. Dat is zijn symbool in zijn klasje, de Jules-klas C.  Bij juf Julie. Hij krijgt een sticker op zijn eerste schooldag om aan te geven wat een VIP hij wel is en hij mocht vandaag aan het handje van de directeur zijn eigenste klas gaan bekijken. Kleine Benne gaf daarna een handje aan zijn nieuwe juf en inspecteerde de klas door alles eens aan te raken als ware het heilige relikwieën. En Jules! Hij zag Jules, vorige week nog ziek, deze week jarig, volgende week: Bennes nieuwe beste vriend.

Er zijn geen traantjes gevloeid (in tegenstelling tot de inschrijving), en dat is wellicht te wijten aan de hele lijst van taken in mijn hoofd. Zowe taken als hoofd namen bijna exponentieel toe. Grootste opdracht is al achter de rug: alles naamtekenen. Leve de instrijklabels en de alcoholstift. Geen enkel t-shirtje van zoon Benne gaat nog zonder eigenaar door het leven. Geef een moeder genoeg werk om haar zoon ‘schoolklaar’ te maken en het valt eigenlijk best nog wel mee. Maar vraag het voor de zekerheid zondagavond nog eens. Liefst met heel veel medelijden.

in tranen

Enkele maanden geleden werd je geboren, je ouders hebben een nieuwe ‘mooiste dag van hun leven’. Ouders, grootouders, tantes, ooms, vrienden, … allemaal staan ze te drummen om je te zien, je te knuffelen, je een eerste keer te mogen vasthouden.

Je groeit en al het nieuwe wordt met veel applaus onthaald: de eerste keer je hoofd opheffen, de eerste keer lachen, de eerste keer op bezoek naar zoveel nieuwe mensen, de eerste keer in een ander bedje slapen, de eerste keer je handjes ontdekken, de eerste keer iets vasthouden, de eerste keer iets in je mondje stoppen, voelen dat het niet smaakt, of net wel, de eerste keer overrollen, het half op en neer wiegen op die beentjes, het brabbelen, het tateren, bewust voorwerpen laten vallen tot groot jolijt van jezelf en minder jolijt van je ouders, de eerste keer gieren, rechtop zitten, speelgoed vastnemen, terug wegleggen, weer vastnemen, de eerste poging tot kruipen, de eerste keer huilen als mama of papa je ergens achterlaten, de eerste keer je armpjes openhouden om door hen gedragen te worden, …

23 januari 2009: De eerste keer twijfel, angst, roepen. De eerste keer een gevoel van verlatenheid, beseffen dat mama en papa er niet zijn. De eerste keer ontzettende pijn. En dan niets meer.

Ouders, grootouders, tantes, ooms, vrienden, … allemaal staan ze te drummen om je te zien, je te knuffelen, je een laatste  keer te kunnen vasthouden.

Mogen we die laatste vijf minuten in hun leven verwijderen?

Moet je dan hopen op een hiernamaals? Op een tweede leven? Om zo’n baby uit te leggen wat willekeur is? Dat wij, die mensheid die zichzelf toch zo graag als beschaafd ziet, dingen produceren die dingen doen waar zelfs die ‘niet-beschaafde beesten’ zouden voor bedanken? En dat wij die dingen dan eigenlijk nog redelijk met rust laten door ze zoveel jaar ergens op te sluiten? Op kosten van de beschaafde belastingbetaler, natuurlijk. Echt waar, mijn geld dient daar niet voor. Zo’n gewetenloos ding mogen ze publiekelijk laten veroordelen.

Bennes zangtalent

Die kleine blonde vent had het weer goed zitten vandaag. Op zijn eentje en met zijn 2,5 jaren in de hand zou hij hele Broadway-musicals gaan opvoeren. Maar ik zag het niet zitten om hem tot daar te voeren, dus had de vertoning plaats in zijn autostoel. U zingt toch mee met de Benne-medley?

Bedrijf 1: Studio 99+Benne

– Ik ben ‘bouter Pop en samen … … vienden, kan .. .. ..tijd .. m’n uisje vinden, … Kwebbel, paat en paat en paat, Lui slaapt van morgen tot avondlaat, hier Klus, knutsel raag, nel en taag.

– Piet pijaat piet pijaat, hip hoi hoi hoi, ….. meraad hoi hoi hoi, schip … [heel lang stil] piet pijaat piet pijáááááát!

– Obie Tobie (’t vriendje van Mega Mindy, of zo zou ze wel willen).

– Ocus pocus, toveren (van zijn ietwat oudere K3-vriendinnen)

Bedrijf 2: Sinterklaas (kan iemand Benne aan het verstand brengen dat het nog 10 maanden duurt?)

Laasje bonne bonne nne, leg in donne, leg in laasje, dank u sinterklaasje

– Komt de stoomboot, uit Panje aan, breng Niklaas zie staan, uppelt paadje op en neer, waaien wimpel een en weer.

– Interkaas kapoentje, le’ wa’ i’ me’ noentje, le’ wa’ i’ me’ aasje, danku sinterklaasje

Bedrijf 3: Diversen

Rote pattetoel, me witte tippen, kabouter Binnemuts, weer te wippen. Káááák, zei pattetoel, mé diepe sucht, Opla die beentjes in de lucht.

– In een klein ationnetje, in de vroegte, zeven wagentjes, op een rij. …

Ik maak me graag wijs dat hij dat graag zingen van mij kan geërfd hebben. Of de wereld en het sportpaleis daar zo blij mee is valt nog af te wachten.

er zijn grenzen aan relativeringsvermogen

Deze middag, net gedaan met eten. Ik heb vier gemiste oproepen. En een bericht: “Bel me”, en een voicemail waar niets ingesproken is. Allemaal van de echtgenoot. We bewaren onze cool: effe terugbellen denk je dan. Echtgenoot neemt na vijf keer nog niet op, dan maar naar schoonmama’s gsm bellen (de kindjes waren daar vandaag): drie keer gebeld, niemand neemt op. Dan naar de vaste telefoon van de schoonouders: bezettoon.
Vreemd denk je dan. Zeker als je twee grootouders hebt die jou een paar keer de daver op het lijf hebben gejaagd met “t gaat heel slecht”-berichten.
Bellen naar mijn moeder: “Ah nee, er is niets aan de hand, waarom? Oei, wat scheelt er? Dat je het ook niet weet? Amai nu ben ik ook ongerust. Bel van zodra je iets meer weet.”
Hypothese twee: er scheelt iets met de kinderen, de echtgenoot of de schoonouders. Een gapende wonde in het hoofd van net over de salontafel te vallen, drie tanden eruit en voor de rest van je leven een prothese, neus gebroken, … ’t was weer allemaal mogelijk.
Tot de echtgenoot belt: Geen goed nieuws.
Slik.
Hij staat vast in Avelgem, er scheelt iets.
Slik slik.
Met de auto.
Miljaar, man, onnozelaar! Is het dat maar? Vreugdedansje! Er scheelt iets met de auto, joepie, viert ende feest alom! ’t Is maar de auto. Die is kapot, en nog niet zo’n beetje. Wellicht rijp voor de schroothoop. Zomaar ineens kapot gegaan. Who cares voor een domme auto?
Ik op dat moment niet.
Nu wel al een beetje. ’t Is toch verdomd gemakkelijk zo’n tweede auto. Zeker als je in zo’n godvergeten parochie woont als waar wij onze lucht mogen in- en uitademen. Zeker als je niet direct weer een auto kan en wil kopen omdat er andere kosten aan je stulpje zijn.
Mijn gedacht? De boel verkopen, in een commune gaan leven, ’s ochtends de zonnegroet leren brengen en ’s nachts in een tentje slapen. Liefst dicht bij een stad, zodat een mens nog eens iets kan doen.

geestig

Dit vinden wij geestig!

En we hebben blauwe maandag, de meest depressieve dag van het jaar,  overleefd. Hiep hoi, ’t kan er alleen maar beter op worden nu!

Die formule van ‘blue monday’ zou er overigens als volgt uitzien:

(W + (D-d) x TQ) /(M x NA), met W: het weer; D: de schulden, d: maandelijks salaris, T: tijd verlopen sinds Kerstdag, Q: tijd verlopen sinds het falen om te stoppen met een slechte gewoonte, M: motivatie en NA: de noodzaak om actie te ondernemen.

Die vent, ene Cliff Arnall, heeft overigens ook de vrolijkste dag van het jaar berekend: doorgaans een vrijdag, in juni, net voor de zomer zou beginnen. Dan zijn we blij dat het weekend begint, dat de zomer in aantocht is, dat je bijna op vakantie gaat of dat je vakantiegeld gestort is.

Blij dat we toch in zo’n eenvoudige wetmatigheden te vatten zijn. Het maakt mijn leven wat eenvoudiger.

smelten

Fries is daarnet in zijn bedje gelegd. Hij was eerder wakker geworden van een huilende grote broer die het maar normaal vond dat je om 9 uur ’s avonds nog niet in bed hoeft te liggen. Benne huilen, Fries wakker. Benne bleef tot nader order boven, het hele arsenaal aan ‘hoe-blijven-kindjes-in-hun-bed’-truuken werd weer uitgehaald en met succes toegepast. Grote broer lag dus weer in zijn bed, had vrede met zijn nakende nachtrust. Kleine broer sabbelde nog even aan zijn flesje. En dan gaat hij naar boven, op de arm van papa. En jij zegt ‘slaapwel, lieve Fries’, en gooit na duizend aaikes nog een kushandje naar hem. Hij lacht, niet te veel want hij is een beetje moe, maar die ogen hebben nog de energie om te glinsteren. Zo hard dat ik smelt. Met plezier.

Bumba-peuter praat later…

hiervan

Gooi die dvd’s dus buiten en speel met kinderen! Ontspannend voor de ouders, en op alle vlak goed voor het kind!

BRUSSEL – Peuters die vaak voor de tv zitten, zijn trager met praten. Ook hun geheugen en aandachtsspanne doen onder. Peuters die regelmatig televisiekijken, doen hun ontwikkeling daarmee meer kwaad dan goed. Dimitri Christakis van de universiteit van Washington en van het Seattle Children’s Research Institute waarschuwt in het vakblad Acta Paediatrica voor een vertraagde taalontwikkeling en aandachtsproblemen. Ook het nut van speciaal ontwikkelde peuter-dvd’s is volgens hem niet bewezen. Experts maken zich al een halve eeuw zorgen over de invloed van tv-beelden op baby’s en peuters, maar pas de jongste jaren druppelen de bewijzen binnen dat die zorg terecht is, volgens Christakis. Hij poolde 78 studies uit de voorbije kwarteeuw en zet de conclusies op een rijtje. Vooral de taalontwikkeling loopt bij verstokte tv-kijkertjes vertraging op, schrijft hij. Kinderen onder een jaar die meer dan twee uur per dag voor tv zitten, hebben zes keer meer kans op een taalachterstand. En kinderen tussen zeven en zestien maanden die vaak dvd’s kijken, kennen minder woordjes dan kinderen die dat niet doen. De Amerikaanse vereniging van kinderartsen raadt tv-kijken in de eerste twee levensjaren daarom af, maar dat advies leggen ouders massaal naast zich neer, omdat ze ervan overtuigd zijn dat tv-kijken goed is voor de ontwikkeling van de hersenen. Daarvoor is geen enkel bewijs, volgens Christakis. ‘De vele scènewissels, felle kleuren en schelle geluiden zorgen juist voor overstimulering. Het is gewoon te veel voor een brein in ontwikkeling.’ Ruim een op de vijf ouderparen bekende zijn spruit voor de tv te zetten om even tijd voor zichzelf te hebben. Hoewel Christakis daar begrip voor kan opbrengen, vindt hij het niet iets om naar te streven. Ook de ‘educatieve’ dvd’s die op de markt worden gebracht omdat ze gunstig zouden zijn voor de ontwikkeling van peuters, vindt Christakis te mijden. ‘Daar is geen bewijs voor geleverd’, zegt Christakis, die ouders waarschuwt voor de gladde praatjes van de pr-afdelingen van mediamaatschappijen. In hun eerste twee levensjaren horen kinderen vooral met de blokken en met hun ouders te spelen, zegt hij. Televisiekijken kan altijd later nog. (hvde)