Deerlycke rockt… en hoe!

Vorig weekend was er ‘braderie’, ‘midzomermarkt’, gewoon enkele kraampjes op een rij in Deerlijk dorp. En daar gingen we eens naar toe. Integratie van de burger, noemen ze dat. In vergelijking met dergelijke festiviteiten in Izegem of Waregem stelt zulks evenement in Deerlycke weinig voor, maar er was wel ambiance en veel volk en het is de intentie die telt, zo zegt de volksmond. Voor de bierverkoop moet dat niet meer zijn. Evaluatie:

– Benne vond het springkasteel de max, hij kon ongegeneerd tussen de benen van een vrouwelijke collega-jumper springen, die hem vastnam toen hij viel en hem voortoonde hoe hoog hij moest springen. Meneer was uitermate tevreden.

– Benne vond de muziek evenzeer de max. Op de schouders van mama was hij op en neer aan het gaan op de tonen van ‘Killing in the name’ van Rage against the Machine. In Deerlijk, jawel. Op een braderie. Waar ook de oudjes stonden te heupwiegen en de hele oudjes met hun voeten weg en weer schuifelden. ’t Is iets anders dan de zoveelste Laura Lynn-kloon. Die er trouwens ook was, maar dan een straat of twee verder.

En dit weekend is er wijkfeest in het lieflijke gehuchtje Sellewie. Stel u voor: een wedstrijd touwtrekken en een streekbierenavond. Ahja, en een kermis die in onze keuken kan (niet dat we nu zo’n grote keuken hebben, het is eerder het formaat van de kermis). Voor de oliebollen, toeters en grote festiviteiten moeten we elders gaan. Maar gezellig zal het wel weer zijn, dat wel. En voor zo’n klein dorp heeft Sellewie ook wel redelijk wat feestjes: er is Sellewie Beneden, Sellewie boven (op de ‘berg’, waar wij wonen), de Trompe (wij hebben Stijn Devolder, ha!), en wellicht nog een aantal wijken waar we nog geen weet van hebben.

bleitsoepe

’t Was vanmorgen ‘bleitsoepe’, zoals ze dat hier in de West-Vlaanders zo mooi weten te verwoorden. Het bezoek aan Kind en Gezin was deze keer echter (weer) niet zo kindvriendelijk. Hij (de dokter) heeft mijn ventje (Fries) serieus veel pijn gedaan. En dat deed zeer aan het toch al zeer weke moederhart. En na één spuit was het nog niet genoeg, nee… het moesten en zouden er twee zijn. En maar nasnikken. Fries, niet de dokter. Nog nooit heb ik dat kleine ventje zo weten bleiten, een echte ‘bleitsoepe’ dus. Met een plakker op elke bil en een halve bloedvlek onder de plakker zag hij er echt zo mottig uit. Precies alsof hij zo ontgoocheld was in zijn moeder. In de hele wereld. Nu al. Na vijf minuten in de auto en wat heen en weer gezwaai van mama en heel wat onnozel ‘koetjiekoetjie’ was Friesjes trauma volledig behandeld, geaccepteerd en verwerkt. En als we nu eens allemaal samen ‘koetjiekoetjie’ naar elkaar doen en wat heen en weer shaken bij het zingen van ‘Op een grote paddestoel… vol met witte stippen…’. Zou dat zo niet bij iedereen kunnen helpen? Hier alvast mijn poging: KOETJIEKOETJIEKOETJIE BOE!’

peuter aan de drank

Benne kijkt graag in de koelkast, hij haalt er met veel schwung zijn eigenste fles (suikervrije) grenadine uit, zoekt de doos melk en vooral: zoekt de chocolaatjes. Gisteren besloot hij over te gaan tot een grondige inspectie van de inhoud van dat ding vol lekkers en kwam uit op de onderste bak aan de deur: de dranken. Volle melk voor Benne, magere melk voor mama, cola voor papa, fruitsap en iets in een fles met een toch wel heel losse dop. Mama was bezig met Fries en kon Benne niet uitleggen wat dat goedje wel zou kunnen zijn. Een luide en duidelijke ‘neen’ was er dus niet. Het signaal voor Benne om dat uit te proberen. Resultaat: mama komt terug in de keuken, Benne wijst met een beteuterd gezicht naar de fles, komt aan zijn mond en zeg heel zielig: ‘piek…piek’. Het smaakte hem dus niet zo, die witte wijn.

zucht

zucht en zucht.

Elk mens heeft recht op kinderen, da’s één van die mooie rechten van de mens of zoiets. Maar heeft niet elk kind ook recht op ouders? En dan liefst ‘ouders’ in meer dan enkel de puur biologische zin van het woord.

Maar om positief te eindigen (een mens heeft het nodig tegenwoordig) dit bericht over de schone slaapster en studenten Geografie van de UGent. Hahaa!!

eens scout…

altijd scout, en misschien is dat zelfs een beetje genetisch bepaald? Benne amuseert zich alvast even hard met het inkloppen van piketten zoals zijn moeder dat vroeger deed.

Met dank aan oma en opa Desselgem!

Zoo

Het was weer eens tijd voor een onvervalst familiedagje, en Bennes voorliefde voor beestjes allerhande indachtig werd er een uitstap naar de zoo gepland, samen met Wendy en zoon Kobe. Openbaar vervoer? Heel graag, maar het kwam ons net iets duurder (in geld en in tijd) uit dan met de auto. Bovendien kunnen kleine kindjes minder makkelijk slapen op de trein en stel dat ze dan een woede-uitbarsting hebben (nog nooit gebeurd, maar het zal dan maar net die keer gebeuren op de trein), … Dus toch maar met de auto. Maar niet tot in het centrum van Antwerpen, dus de auto aan het sportpaleis geparkeerd en van daaruit zouden we de tram nemen tot aan de zoo. Verkeerd gedacht, zo bleek. Trams zijn niet gemaakt om buggy’s te vervoeren. Metro’s wel, maar die liggen ondergronds en dat betekent: trappen. Met een buggy. Niet te doen met twee koters, of je moet één boven laten staan en hopen dat die daar mooi boven blijft staan. Derde middel: de bus. Heel handig! Driewerf hoera.

En dan moest het natuurlijk nog weer beginnen regenen. Kleine, verfrissende druppeltjes in het begin. Een halve wolkbreuk met onweer bij het binnenkomen van de zoo. Resultaat: we hebben twee hele mooie kikkercapes en een paraplu van de zoo. Het doembeeld van een halve dag te moeten doorbrengen bij de vissen en de slangen sprak ons niet echt aan. Na een hevige discussie met de weergoden hebben die uiteindelijk het onderspit moeten delven en konden we de rest van de namiddag in relatief droog weer al die beestjes gaan bekijken (paap-aai, beer, tij-er, caracara, ildpad, zee-ond, pinwien, kikke, …). Benne en Fries vonden het allemaal zeer de moeite, en hebben zich dan ook nogal voorbeeldig gedragen. Op weg terug naar huis lagen ze allebei zacht te knorren. Dat volstond. Want bij het thuiskomen was Benne weer volledig wakker (tot halftien) en om vier uur deze morgen besloot Fries dat hij met de vogeltjes wou opstaan en dat het dus etenstijd was. Slapen is voor losers, maar dat wisten we al. Jammer genoeg.

overbodig

Fries heeft zijn mama niet meer nodig. Althans toch niet meer wat voeding betreft. Na vier en een halve maand Fries-en-mama-tijd, na een warrige introductie van groentepap, dan fruitpap, dan weer groentepap en nu allebei de papjes, hebben we besloten dat het welletjes is geweest met de borstvoeding. Het doet wat met een mens, afscheid nemen van die periode. Dus ik loop een beetje stilletjes, met het besef dat mijn jongste ook al weer niet meer zo klein is. Snif.

aardbei, zoentjes en groentepap

aardbei: eet Benne met hele handen in een keer. Hij kan het ook zo lief zeggen: ‘aa-dbei’, met de zuiverste en meest heldere ‘ei’ die een mens maar kan horen. En dan mag hij natuurlijk veel van die ‘aa-dbeien’ eten. Hij wil nu ook alleen maar confituur, want daar zitten ‘aa-dbeien’ in. Die choco is hem toch wat te donker.

zoentjes: hij heeft de techniek van het ‘smoeten’ gevonden, onze oudste: dichterbij komen, diep in de ogen kijken en dan heel zachtjes en voorzichtig een zoentje geven op je wang. Daarna draait hij zich parmantig om, lacht eens en gaat gewoon verder met zijn spel. Bij Fries levert dit een glimlach op, bij de mama een ‘ooh’ en twinkeling in haar ogen. Maar als hij denkt dat hij daarmee kan vermijden om zijn blokken te moeten opruimen of om niet mooi op de stoel te moeten zitten: verkeerd gedacht, jongen!

groentepap: is maar niets, volgens Fries. Kokhalzen, vieze gezichten trekken, die pap er zo vlug mogelijk weer uit krijgen, … Kan hij niet eten met een lepeltje? Jawel hoor, hebben we al eerder moeten doen met koekjes in water, omdat meneer niet genoeg had met zijn melk alleen. Aan het lepeltje ligt het niet. Geef hem dan fruitpap! Ja, hebben we gedaan, en dat smaakte beduidend meer. Intussen gaan de groenten er wat beter  in en is het kliederen al wat minder.

kindjes in het venstertje van het fototoestel

We kunnen tegenwoordig geen deftige foto meer trekken van Benne. Als hij het fototoestel ziet dan wil hij direct komen kijken hoe hij er uitziet in dat toestel. Met als gevolg dat, als hij dan komt kijken, er niet meer te zien is dan de vloer, een muur, een boom, papa die staat te zwaaien. Maar Benne is weg. En dan duwt mama op een knopje en komen er verschillende Bennes te voorschijn. Of nee, het zijn allemaal Bennes, maar telkens anders. En dan gaat hij weer parmantig voor de lens staan poseren en net als we een foto willen trekken komt meneer weer piepen. Bang dat hij zou opgegeten worden door de flits en voor eeuwig en altijd in de cameraatje moet zitten?

De belevenissen: 1. Mama moest video’s maken voor haar werk en tekstjes inspreken. Dat gebeurde in het weekend waardoor er af en toe een jodelend stemmetje te horen is op de achtergrond. Af en toe mocht Benne zelf ook iets inspreken. 2. Fries kreeg zijn eerste groentepap en besloot om daar nog even mee te wachten, Benne heeft zich opgeofferd en heeft gesmuld van de groentepap. 3. Fries, buiten, dolce-far-nientementaliteit ten top. 4. Fries, in pyama, relax.

kleren aan of uit?

Deze vraag vond ik op een opvoedingssite (waar halen ze die namen toch vandaan?):

Mijn kind wil geen kleren aan. Ik heb een dochtertje van 3 jaar en ze draagt niet zo graag kleren. Het liefst loopt ze in haar blootje rond. Als we ergens heen gaan is het altijd een drama om haar aangekleed te krijgen. Graag zou ik weten hoe ik dit probleem kan oplossen
Wel, beste mevrouw, neem gewoon eens mijn oudste zoon: die wil zijn kleren niet uitdoen. ’s Morgens moet altijd de volledige trukendoos bovengehaald worden om Benne er toch maar van te overtuigen zijn pyama af te doen. Hij is er zo aan gehecht en het ding is intussen al zo schots en scheef getrokken, zijn hoofd heeft al in, onder, tussen, door, … de mouwen gezeten en die broek is al opgetrokken geweest tot onder de oksels. Gelukkig draagt hij nog een pamper…
En ’s avonds weer hetzelfde spelletje: dan wil hij weer zijn kleren niet uitdoen. Maar da’s met een reden: hij moet zijn pyama aandoen, en net dat fijne kledingstuk dat hij ’s morgens niet meer wou uitdoen, weigert hij nu aan te trekken. Natuurlijk, het zien van zo’n pyama-ding geeft zijn hersenen het signaal dat het tijd is om te slapen. En slapen is tijdverlies, voor mietjes, voor losers, voor kindjes die de helft van het spannende gebeuren in de wereld gaan missen.
Wacht maar tot hij 16 is, als ik tegen dan nog rechtloop mag hij elk weekend om zes uur opstaan!