De man des huizes heeft de gezegende leeftijd van 30 bereikt. Voorlopig gaat het goed, er zijn nog geen ongelukken gebeurd. Behalve dan de botsing met de auto vandaag, maar dat gebeurde door een min-dertiger. Sinds hij 30 is doet hij rare dingen, die man des huizes: hij verkleed zich als een overjaarse homo met afro-kapsel en loopt zo rond in Oudenaarde. Oude dametjes klemmen hun ‘sjakosj’ nog wat meer tussen de frêle handen, dikke bromberen bekijken de stoet meewarig, zelfs Jimmy Paige (de cyclocrosser, zo hoorde ik vandaag van een enthousiaste dertiger) kwam een praatje slaan. Doel van dit alles? De ’50 dagen’ van manlief zijn school en de daarbij horende reactietocht. Daarvoor moet je 30 geworden zijn. Ik kijk er alvast naar uit!
twee dingen met elk vijf dingen eraan
“hm, dat ding hier hangt al een hele tijd te wiebelen aan me. Ik voel het af en toe wel. Zou dat hetzelfde ding zijn als datgene wat ik af en toe in mijn mond stop? Misschien wel… Effe proberen. Ik hef het op, breng het dichter naar m’n gezicht, en oh! Kijk! Daar hangen 1, 2, 3, 4, 5 dingen aan! Die kan ik strekken, één voor één, soms met twee tegelijk. En dat grote ding waar ze aanhangen kan draaien. Interessant, en jawel hoor, het proeft hetzelfde als dat ding dat ik eerder in mijn mond heb gestoken. Zeer interessant… En dan hangt dat grote ding vast aan een nog groter ding, dat kan omhoog, omlaag, zijwaarts, prachtig gewoon! En blijkbaar moet ik wel heel braaf geweest zijn want van al die interessante dingen heb ik er twee gekregen. Die elkaar kunnen aanraken. Mijn moeder staat weer te kirren, ze roept iets in de trant van “Kijk, Fries heeft zijn handjes ontdekt”. Ik lach eens naar haar, zo is ze ook weer content”.
Tot zover de inner speech van Fries, gisterenmorgen.
spuit en potje
Fries heeft vandaag zijn eerste 2 spuiten gehad. Onze lieve stoere vent. Hij huilde, ja, maar niet lang. Eenmaal hij in mama’s armen lag was het ergste leed geleden. Het ventje groeit als kool, kirt, lacht, vertelt, maakt ontzettend vertederende geluidjes, … Het kan alleen maar fijner worden! Intussen heeft meneer ook al zijn eerste ‘betterfood’ achter de kiezen. De honger was ’s avonds zo groot dat hij niet meer toekwam met wat hij kreeg. Dan maar op aanraden van de kinderarts een betterfood met water geprobeerd. En jawel hoor, kleine Fries lag te smikkelen dat het een lieve lust was. Benne natuurlijk heel nieuwsgierig naar wat in Fries’ potje zat. De lepel erin, smurrie in de mond en even vlug de smurrie uit de mond. Hij begon zelfs met zijn vingers alles van zijn tong te schrapen. Kan slecht smaken, zo’n koek in water, eens je de geneugten van groenten, aardappelen en vlees hebt ontdekt.
En Benne heeft een nieuwe hobby: op het potje zitten. We trainen niet bewust, hij vraagt er zelf om. Hij zit graag op dat potje en af en toe heeft hij het al door wanneer hij om dat potje moet roepen. Al twee keer deze week kon onze lieve kleine grote vent op voorhand naar zijn potje lopen om daar met veel gejodel en plezier zijn mooiste kadootjes in te deponeren. En met zijn nieuwe jeansvest ziet hij er zo klaar uit om naar school te gaan. ’n Echt minimensje.
[wijvenweek]: wat mannen niet begrijpen
- oorlogje spelen is voor kindjes, niet voor grote dikke meneren
- haantjesgedrag is leuk, als het tussen de kippen gebeurt
- sommige mensen geloven niet meer alles wat een grote dikke meneer zegt
- de wereld is van iedereen
- de aarde is vrouwelijk, misschien begrijpen vrouwen haar beter
Voila, met dit mooi staaltje van yuppie-feminisme sluit ik de wijvenweek af. Exit roze, sterretjes, bloemetjes en oilily-parfum. Enter de dagelijkse realiteit.
*Wuift allerschattigst met haar pas gelakte (not!) nageltjes*
[wijvenweek]: coming up
Maandag 24 maart: mijn wijflijf
Dinsdag 25 maart: shoppen
Woensdag 26 maart: mannen
Donderdag 27 maart: mijn huishouden
Vrijdag 28 maart: kinderen
Zaterdag 29 maart: wat mannen niet begrijpen
Zondag 30 maart: vrij bloggen/inhaaldag
Meer ‘wijvenklap’ op http://www.wijvenblogs.be/
[wijvenweek]: kinderen
Twee exemplaren heb ik intussen op de wereld gezet. Iets vlugger na elkaar dan gepland, er zit amper anderhalf jaar tussen. De korte pijn, zeg maar. Maar ik ben er blij mee, ontzettend blij. Het zijn de twee mooiste, schattigste, liefste, slimste, leukste, … zonen ooit. Nah, mijn kind, schoon kind. Voor één keer mag het luidop gezegd worden.
Ze bezorgen me vaak hoofdpijn met hun lawaai, en even vaak laten ze die hoofdpijn verdwijnen door een knuffel en een aai. Ik maak me zorgen over de wereld waar ze in opgroeien, over wie ze zullen zijn, en daar heb ik nu al bijna slapeloze nachten van. De piekermomenten zijn exponentieel toegenomen met het krijgen van kinderen. Maar even vaak kan ik nog samen met hen zorgeloos zijn, hartelijk lachen, hun gekke bewegingen nadoen, ongeneerd de hele Studio 100-santenboetiek nadoen, ik ben kabouter Kwebbel, hij is Plop. Natuurlijk. De opperkabouter.
Als je twee zonen hebt veronderstellen ‘de meeste mensen’ dat je eigenlijk al redelijk ontgoocheld bent omdat je tweede geen meisje is. En dan komt direct de veronderstelling dat we zeker wel voor een derde zullen gaan, om toch maar een meisje te hebben. Wel, die ‘meeste mensen’ zijn redelijk verkeerd. Ik wou zonen, heb er intussen twee, en wil er gerust nog meer. Ik hoef niet zonodig een dochter. Eerlijk gezegd ben ik een beetje bang van dochters, het kunnen redelijk venijnige wezentjes zijn. Ze kunnen hun papa om hun vinger winden met vrouwelijke charmes, en ze kunnen kattig uit de hoek komen bij hun moeder. Waarschijnlijk kunnen ze ook lief zijn, maar ik zou er direct bijbedoelingen achter zoeken. Ik heb het nu eenmaal meer voor het mannelijk geslacht, die zijn heel wat eenvoudiger in hun handleiding. Of ik zelf zo’n dochter was/ben? Waarschijnlijk wel, ik kon mijn ouders het bloed van onder hun nagels vandaan halen, maar ze achteraf charmeren of paaien, daar was/ben ik minder goed in. Ik zou echt geen dochter zoals mezelf willen hebben vrees ik. Redelijk lastig omwille van een grote voorliefde voor discussiëren, waarom-vragen, mensen op hun paard krijgen, cynisme en een ‘vranke mulle’. Vandaar: geef mij maar de twee mooiste, schattigste, liefste, slimste, leukste, … zonen van de hele wereld!
[wijvenweek]: huishouden
I admit: ik heb het weeral ferm getroffen en mag permanent met mijn gat in de boter zitten. Meer nog: ik mag me in die boter wentelen. Er is een man des huizes die kookt, dus dat deel van de ménage moet ik al niet doen. Mochten ze het toch aan me overlaten dan zouden de producenten van noedels, pizza, en andere kant-en-klare brol gouden zaken doen. Ze mogen het me niet aandoen, koken. Ik raak al zenuwachtig bij de gedachte om te staan roeren in een pot. Het is ontzettend yuppie en ik ben er zeker niet trots op, maar ben wel des te meer trots dat ik een kook-minded mannelijk exemplaar heb kunnen aan de haak slaan. De kleine man des huizes van dik anderhalf jaar oud heeft een voorliefde voor kuisen. Of het nu past of niet: meneer haalt zijn zakdoek, handdoek, vod, … boven en begint alles schoon te vegen. Liggen er dan toevallig heel wat kruimels op tafel dan vliegen die op de grond. Maar het doel is dan wel bereikt: een propere tafel. Hij zal het wel meehebben van mij. Ik ben een redelijk proper meisje, zeg ik zelf. En in die zin is het hebben van 2 kinderen wel een zegen, je kan niet anders dan geen slaaf meer te zijn van de stofzuiger, dweil, borstel. Voor de mama-periode werd er zowat elke dag gekuist. Het moest proper zijn, wat zouden ouders en schoonouders anders wel niet denken? Dat ik mijn eigen huishouden niet kon doen of zo? Nu weet ik intussen dat vuil (jammer genoeg) niet wegloopt en dat er dus ook gerust een dagje later kan gekuist worden. Ook strijk loopt niet weg, maar ook hier (opgepast: hier volgt mijn grootste bekentenis ever) valt dat perfect te combineren met het kijken naar de Pfaffs op zondagavond op één of andere commerciële zender. Geen Pfaffs, geen strijk. Bij gebrek aan Pfaffs heb ik een tijdje gestreken met Prison Break op de achtergrond. Ene Wentworth Miller heeft toen menig brandwondjes veroorzaakt.
En o ja, ik ben eindelijk gezwicht voor het systeem van de dienstencheques. En daar ben ik eigenlijk niet zo trots op, temeer omdat ik dacht dat ik een mens met principes was. En één van die principes was dat ik niet rijk genoeg ben om te zeggen dat ik een ‘kuisvrouw’ heb. Ik wou het allemaal in mijn eentje bolwerken. Maar kuisen tot half twaalf is geen pretje, en die verrekte rug wil ook niet altijd mee. Het principe is er nog wel, alleen is het een beetje aan de kant geschoven. Enter Vera, een superlieve ‘Sien en Maria’ die me vier uur per week kado geeft door als een halve TGV ons huis te poetsen. En zo heb ik weeral 2 avonden gewonnen om nog meer onbenullige schrijfeltjes zoals dit op de wereld los te laten. Van burgerlijkheid gesproken.
[wijvenweek]: mannen
Is er één onderwerp waar vrouwen meer over palaveren dan mannen? En god ja, we hebben er soms zo’n hekel aan, en dan doet het deugd om er eens over te kunnen zagen. Net daarom vermoed ik sterk dat mannen zich soms met opzet zo balorig gedragen, waarover moeten al die kirrende vrouwtjes anders kirren?
Enfin, ik ga het toegeven: zelf ben ik met momenten een redelijk manwijf. Wanneer ik een hele bamboeplant de grond uitspit en dan meeega-trots sta te pronken met een wortel van 1 meter diameter, mijn armen vol schrammen met liefst zoveel mogelijk bloed, dan kan je het het testosteron ruiken. Of den hof spitten, dan wil ik niet onderdoen voor venten. Vroeger op kamp met de scouts maakte ik er ook een sport van om met zoveel mogelijk schrammen, butsen en builen terug te keren, het woord ‘meisje’ vond ik een regelrechte belediging. Ikmoest lachen om al die feminiene klinisch psycholoogjes die in hun eerste lic plots met de handtasjes begonnen zwaaien. Zelf zou ik wel even de stoere experimentele psychologie tussen de venten gaan bestuderen. Ergens moet er toch een complex in me geslopen zijn. Of een soort nijd voor één of ander iets? Mijn uitleg: ik ben opgegroeid tussen 2 broers en ben al m’n hele leven mee op kamp geweest met de ‘jongensscouts’, want papalief was daar voorzitter, secretaris, … en dus mocht dochter mee. Tussen die jongens, later venten geworden.
Zef hoef ik ook totaal geen metroman, nieuwe man, mietjesman, verwijfde man, hyperman, of whatever welke man ze in de Flair nu weer adoreren. Ik wil er eentje dat zweet, dat winden laat waaraan ik me dan kan ergeren, dat rechtspringt als Anderlecht een domme goal tegen krijgt zodat ik dan met een half opgetrokken wenkbrauw meewarig de acute opstoot van actie kan gadeslaan. Ik wil er eentje dat zich niet interesseert in vrouwenzaken, dan niets kent van rekeningen of overschijvingen. Hij kookt en zet de vuilnisbakken buiten, hij zorgt heel goed voor zijn zonen, hij heeft handen aan zijn lijf. Meer moet dat niet zijn. Ik heb geen typisch vrouwelijke (?) mannen-veranderingsdrang.
En mijn relatie met het mannelijk geslacht? Toen ik ooit van een hele lieve jongen de vraag kreeg uit welke frigo ik in godsnaam gekropen was, beschouwde ik dat als een compliment. Miss Ice Queen in levende lijve, zo was/ben ik. Steek me nu bij een groep venten en mijn testosterongehalte schiet de hoogte in. Alleen bij mijn eigen liefste ben ik graag een meisje, een ‘flutje’, een trutje, eentje dat zich soms optut, dat graag kirt, … Af en toe. Maar dat ‘hard to get’ zit er nog altijd in. Behalve voor Al Pacino en Jeremy Irons, van schone oude venten geklapt: jummie! Ik hou dus het meest van al van mannen met een rimpeltje, een beetje levenswijsheid, een beetje ervaring. Maar ze moeten beroemd zijn, want in mijn directe omgeving ben ik nog nergens zo’n man tegengekomen. Bweikes, oude venten. Maar voor mij en mijn liefste ziet het er heel goed uit: naar ’t schijnt lijkt mijen ventje heel goed op de jongere versie van een (niet beroemde) knappe oude vent. Can’t wait till he’s 40!
[wijvenweek]: shoppen
Shoppen is fun! Als ’t voor een ander is! Zelf gruwel ik van die altijd veel te kleine paskotjes. Waarom moet je kleren eigenlijk passen? Kunnen ze niet gewoon je maten scannen bij het binnenkomen van de winkel, waarna je dan simpelweg een heleboel kleren kan kiezen die al op voorhand geselecteerd zijn volgens je maten? Zo’n automatisch ‘rayon’ die plots tevoorschijn floept en je hebt maar uit te kiezen. Ik kom ook altijd kapstokken te kort in die paskotjes. En erger: winkels waar ze de spiegel niet in het paskotje zetten maar erbuiten. Dan moet je in zo’n pas-toonzaal je veel te kleine broek gaan bekijken. Want dat die broek te klein was had je ergens wel door in dat kotje zelf, maar misschien valt het allemaal nog wel mee en is het niet zo erg als het lijkt. Tot je in die spiegel (buiten je paskotje) kijkt, ziet dat het nog veel erger is dan het leek en dan een verkoopster meewarig ziet kijken naar je. Als het op shoppen aankomt ben ik Bridget Jones in het kwadraat. Ik begin eraan vol goede moed en eindig met de stellige belofte dat ik nooit of te nimmer nog die winkel binnenkom. Wat overigens goed lukt, aangezien ik nog maar weinig in real life ga shoppen voor mezelf. Leve de webwinkel van Esprit, laat ons zeggen dat ze gouden zaken doen met me.
En shoppen met kinderen: de halve hemel zij geprezen dat ik zonen heb, en geen dochters. Anders was er nog een extra taak weggelegd voor de oma’s en tantes. Nu hoop ik enkel dat mijn zonen een minstens even grote kokhalsneiging krijgen bij het woord ‘shoppen’ zodat ze nooit ofte nimmer met me meewillen als ik op jongensklerenjacht ga. Stel je voor: shoppen met een zoon die alles wil passen…
[wijvenweek]: mijn wijflijf
Tja, wat valt er nu te zeggen over dat lijf van me? Het werkt, het is functioneel, er hangen twee benen en armen aan en ook een hoofd met (aaaarrgghhh!!!) blond haar. Blond! Sinds oktober 2005 heeft dat lijf van me al gedurende 18 maanden dienst gedaan als baby-ontwikkelingsruimte en dat heeft sporen nagelaten. De mooiste sporen liggen nu al in hun bed te slapen. Was ik graag zwanger? Neen, totaal niet. Heb me zelden zo onaantrekkelijk gevoeld als tijdens mijn zwangerschappen, ook al verliepen die telkens probleemloos en mocht ik echt niet klagen. Zwanger zijn is nu eenmaal niet voor me weggelegd. Kindjes hebben wel.
Nu heeft dat lijf van me meerdere functies: boksbal en krabpaal voor zoon Benne, niets leukers dan wilde spelletjes met hem spelen. Knuffelbeer en warmtebron voor kleine baby Fries, ook heel fijn. Vertrouwd, gekend en nog altijd graag gezien door de echtgenoot, zeer fijn. En voor mezelf: soms gehaat, soms geliefd. Ooit was ik een slanke den, ooit was ik een sportieve meid. Nu ben ik vooral mama, met 10 kg overgewicht. Nu de zomer eraan komt heb ik voor de honderdste keer de ambitie om er ook nu iets aan te doen en om Heidi Klum het nakijken te geven. En als ik de lotto win ga ik voor het volle pakket plastische chirurgie: al was het maar om me weer één dag 20 te voelen. En om de dag erna mottig te zijn van zoveel geldverspilling voor iets wat toch vooral tussen je oren zit.