de magische kleurenklok – deel 2

Intussen ten huize Sellewie:

Vanavond eerste ontgoocheling bij Benne:

Papa: “Benne, kijk es in de keuken op welk kleurtje de kleine wijzer staat?”
Benne: “OK.”
Huppelt naar de keuken en mompelt iets in de aard van “tju da’s rood”.
Komt terug naar de living.
Papa: “En, Benne? Welke kleur heeft de kleine wijzer?”
Er verschijnt een zeer raar lachje op zijn gezicht. “Euhm, groen….”
Papa: “Ben je wel zeker?”
Benne: “Ja…”
Papa: “Gaan we samen eens kijken?”
Schoorvoetend loopt hij mee naar de keuken en bekent dan maar. “Euh, is rood. Benne moet slapen.”

’t is rood, tijd om te slapen

Soms zou hij wel eens in de zetel durven slapen. En dan neemt hij volgende posities aan  in amper één uur tijd.

Soms valt hij wel eens uit zijn bed. Als we geluk hebben merkt hij er zelf niets van.

SI853065

Soms wil hij niet slapen. Grapje, altijd wil hij niet gaan slapen. Zinnen als: “Benne, nu ga je echt in je bed blijven, het is half tien”, maken op hem geen indruk wegens geen besef van ‘half tien’. Zinnen als: “Benne, alle kindjes slapen al”, gevolgd door een opsomming van alle mogelijke klas- en familiegenootjes jonger dan tien jaar oud, maken ook al geen indruk meer. Verhaaltjes lezen, lampje aan, lampje uit, deur open, deur dicht, bed hier, bed daar, … Meneer maakt er een sport van om het slapen zo lang mogelijk uit te stellen. Als hij naar boven moet moet er plots nog geplast worden, heeft hij dorst, vindt hij die ene heel speciale beer niet meer, doet zijn hoofd pijn, doet zijn voet pijn, zit er een leeuw onder tafel. Is hij eens boven dan staat hij na 5 minuten weer op omdat er weer een halve dierentuin in zijn kamer zit, omdat hij die muur eens van naderbij wil inspecteren, omdat hij moet plassen, omdat de naad van zijn pyama wat kietelt, … Alle truuken van de foor kent dat kind.

Maar! Maar! Maar! Nieuw idee! Moeder heeft geknutseld, heeft de keukenklok vermassacreerd door daar gekleurd papier op te hangen. Geen idee wat ‘half tien’ betekent? Niet onder de indruk van ‘elf uur’? Rood zal het wezen, en de kleine wijzer op rood = petit Benneuh in zijn bed. En daar blijven! Pfoeh, dat ze mij maar rap mijn eigen nanny-programma geven…

SI853077

de schaamte voorbij

Je bent net met je zonen gaan stemmen. Je legt ze uit dat alle grote mensen vandaag een bolletje (mogen!) kleuren om zo een nieuwe baas, juf of meester te kiezen die dan goed voor ze gaat zorgen. Ik heb hen maar niet verteld dat het achteraf allemaal maar om te lachen was.

Daarna ga je naar de bakker, je vraagt aan je oudste zoon wat die wil bij zijn soep: brood of pistolets. Uiteraard zijn dat pistolets. Opvoedkundig verantwoord besluit je hem dit zelf te laten vragen, een uitdaging, zelfvertrouwen geven, … enfin: pedagogen zullen dat wel beter kunnen uitleggen. Je oefent de hele weg van het stemhokje naar de bakker, zo’n vijf keer herhaalt hij wat hij zal vragen: “Ses pietolees asjebliebt!”. Met enige trots stap je de bakkerij binnen. Je weet dat je straks nog veel trotser gaat zijn. En dan zeg je: “Zeg maar Benne, wat moet je vragen aan de bakker?”.

Waarop hij: “Ma’k een snoepje asjebliebt?”

klein betwetertje

Dat zit hier naast mij met zijn boekje. Dat doet alsof het van niets weet. Dat vraagt bij elk figuurtje, bij elke tekeningetje wat het is. “Mamaaaaaaa, wat is daaaaat?”. Mama antwoordt: “Een hond, jongen, dat weet je toch al?”, “Een eend, dat zou je toch moeten weten?”, “Een tandenborstel, tandpasta, een pyama, pantoffeltjes, …” En net als je denkt om er toch mee op te houden zegt hij: “Ja, goed gedaan mamaatje, pjoficaaaat! Mama weet veel èh!”

Nog?

Proberen uit te vissen of hij in school al bezig is met de verrassing voor papa. Hij fronst, of doet alsof hij het niet begrijpt. Ik zeg: “Awel, een kadootje voor papa, voor vaderdag?” Hij zegt: “Ahja, woensdag, donderdag, vrijdag, vaderdag!”. Het geproest haalde het van een grmpf.

Nog over de kleinste: die zit in zijn leeuwenfase. De godganse dag door loopt hij hier te grommen en te brullen. Hij zegt “lew” gevolgd door een welpengrommetje. Na zo’n vijf van die grommetjes loopt meneer de longen uit zijn lijf te hoesten. Verder is hij nog in staat om zelf te zeggen dat hij op zijn poep moet gaan zitten, kan hij zijn naam (‘Fiesj’) en die van zijn broer (‘Bèbbuh’) uitspreken. Oh, en mocht de leeuwenfase ten einde lopen kan hij altijd probleemloos overschakelen naar een poezenfase (‘maaauw’), een schapenfase (‘bèèèè’), een hondenfase (‘af af af’) of een vissenfase (smakken met de mond). Hij mag ook gewoon zichzelf zijn.

de koningin te rijk

Zo voelt het, als je twee zonen plezier hebben in het leven, met elkaar, in hun eentje, druk bezig of gewoon wat lummelen. Nu, de zon helpt ook natuurlijk.

Als de kleine man weer show geeft met zijn zo overjaarse zonnebril.

MSBF 004Of als de grote man content is met een keteltje en wat water.

MSBF 162En als ze dan voor één keer gesjelluh samen eten, zonder meteen hun bord in elkaars gezicht te gooien, de ander zijn lepel af te pakken of gewoon de bekers water over elkaars hoofd gieten. Ja, soms komen ze wel overeen, die twee.

MSBF 164Maar ’t moet ook niet te lang duren, vinden ze zelf.

nieuwe hoop!

Nieuwe hoop op ononderbroken nachten! Na de theorietjes van klopgeesten, aardstralen, gewoon ambetant gedoe van de jongste zoon bracht oma C. misschien wel de oplossing. De melk! Die fles ’s avonds! Die volle melk! Had die jongste uk geen last gehad van melkkorstjes, en waren we niet moeten overschakelen naar hypo-allergene melk, is dat ventje sowieso al niet gezegend met een aanleg voor allergietjes, zou het niet kunnen dat die volle (koe)melk nog wat te zwaar is? Dat dat krampjes veroorzaakt?

Even terug in de tijd: voor zover wij ons herinneren (of graag willen herinneren) is het nachtelijk gekrijs inderdaad begonnnen in dezelfde periode waarin we overgestapt zijn naar volle melk in plaats van poedermelk, zo’n twee maanden geleden.

Nieuw probeerseltje: in de apotheek een doos hypo-allergene opvolgmelk gehaald, die Fries nu al twee avonden met om van jaloers van te worden smaak uitdrinkt. En hij slaapt! Aan één stuk door! De schat!

Update na 1 week: Zijne Wakkerheid heeft het toch wel gepresteerd om zo’n 6 nachten deftig te slapen. Deze nacht was het weer gekrijs en gejodel alom. Twee uur en een kwartier aan één stuk, dat dwingt respect af denken wij zo. Wedden dat dat stukje venijn nu alweer vredig ligt te knorren?

Fernand, de klopgeest

Donder en bliksem afgelopen nacht. Blonde god, een ultralichte slaper die zelfs wakker wordt als je nog maar een lakentje op hem legt is er niet van wakker geworden. Klein venijn (bruine god klinkt zo belachelijk, niet?), was al wakker voor het onweer begon en wou naar ‘penéééé’, beneden dus. Moeder besloot om van deze nacht een ware uitputtingsslag te maken en nu voor eens en altijd komaf te maken met dat nachtelijke uitstapje naar beneden om daar god weet wat te doen. Gevolg: zagen, neuten, bleiten, krijsen, roepen, sniffen zo allemaal tussen middernacht en drie uur. Tel daar nog bij: een vierkantje dakvenster en een wolkje stortregen, overgoten met een sausje van donder en men krijge een resultaat waar een gemiddelde decibelmeter voor zou bedanken.

Vraag blijft: waarom worden mijn twee zonen zo vaak wakker? Waarom hebben ze zoveel angstdromen en krijg je ze met momenten gewoon niet klaarwakker, waardoor ze hysterisch blijven huilen tot je ze met hun hand in het water steekt? Waarom is dat altijd rond hetzelfde uur?

Ik weet het nu wel: wij hebben Fernand, de (klop)geest. Een oude zatlap die hier vroeger (ons huis was vroeger een café, café ‘Den Appel’, whoehaaa!) eens van zijn kruk gedonderd is en sindsdien geen rust meer vindt. Of ’t is iets met aardstralen en feng-shuidingen, of iets met hypnose, … of gewoon twee slechte slapers. Maar bij dat laatste leg ik me liever niet neer, dan liever nog zo’n spannend verhaal van een klopgeest 🙂

wat hebben wij zoal geleerd dit weekend?

  • Dat ze in West-Vlaanderen geen fietskarren gewoon zijn. Half Vlaanderen zat gisteren op de fiets, en geen enkele andere fietskar tegengekomen. Integendeel, je zag de mensen naar binnen loeren, gluren, snuffelen om toch maar een glimp van die twee hondjes op te vangen. ’t Zijn mijn zonen, meneer.
  • Dat een mens maar beter een grondanalyse kan uitvoeren als hij een huis koopt. Wie verwacht er nu na drie jaar nog eternietplaten (schrijf je dat zo?) en een half stort achteraan in zijn tuin? Zeker als dat nog schoon bedekt was met een laagje aarde en iets wat voor gras kon doorgaan. Vuile vieze vorige eigenaar…
  • Dat de twee zonen des huizes regelrechte watterratten, eenden, vissen, krokodillen, … zijn. Geef ze twee centimeter water in zo’n blauw schelpke en ze zijn vertrokken.
  • Dat wij als ouders dringend onze opvoedkundige aanpak moeten veranderen. Met zowat een hele kar vol buitenspeelgoed (emmerkes, schepkes, gieterkes, zandfiguurdingskes, …), een puzzel, en nog wat andere brol komen we aan de kassa van een grote speelgoedwinkel tot stilstand. Een mens zou denken dat die twee zonen waarachtig staan te springen van contentement en dan ook nog een zacht geknor ten gehore brengen. Niets van: een luid gekrijs, een oorverdovend booooeeee-hoooeee, snik snif en mamaaaatjeeeeuuuh. Allemaal omdat die oudste van ons geen snoepje kreeg aan de kassa. Bijna hing de oudste zoon tussen de rekken en was ik alleen thuis met mijn schepje en emmertje aan ’t spelen.

KonkeKaas

Toen Benne zijn nonkel Klaas wou roepen deed hij van “KonkeKaa-aaa!”, intussen kan hij het ‘mooi’ zeggen.

Fries kan nu ook al zijn nonkel Klaas roepen en doet dat zo: “NonkeKaasjj!”.

Taalontwikkeling, het blijft grappig en voor elk kind zo verschillend. Fries heeft intussen een bladzijde toegevoegd aan zijn woordenboek met de volgende inhoud: wate (water), aaibei (aardbei), vies (vis), aap (schaap of aap of papa, kan ook), uma (oma), ‘opla (hopla, ’t konijn), beej (beer), wé (weg), en nog heel wat ander gebrabbel dat we proberen te ontcijferen.

Hij kan ook al van danke dank doen (klappen in de handjes), zwaaien (handen spastisch beginnen bewegen), blub blub (wat de vissen doen), een beer nadoen (hjaaaauw!), zoentjes geven, kushandjes werpen, zijn haar wassen, zijn tanden poetsen, zijn kousen afdoen, zijn pamper afdoen, zelf eten (u wil het resultaat niet zien), en zijn hoofd zo tegen muren en deuren bonken dat hij zich een halve hersenschudding zou bonken mochten wij hem dan niet onder luid gekrijs van die deur of muur weghalen. Oh! En ’t is ne properen op zijn eigen: hij kruipt nogal graag eens in de afwasmachine.

ik moest even luisteren

“Liefste mama, wil je even luisteren? Ik moet iets in je oor fluisteren. ’t Gaat over mij, ’t gaat over jou. Weet je dat ik heel veel van je hou?”

Elk woord werd uitgesproken alsof het iets broos en breekbaar was. Hij stond te friemelen aan zijn vingers, was zenuwachtig voor zijn eerste georchestreerde performance. Na de eerste twee zinnen zat hij vast. Het ging niet meer, zei hij. De vraagtekens in zijn ogen, wist niemand nu wat er kwam? Nog eens proberen, weer niets. Dan moest dat pakje maar vlug open gemaakt worden. Met de tekst erin, en toen zegden we het samen. Hij zo trots op zijn geschenk, ik zo blij met mijn juwelendoosje en pasta-armbandje.

Smelten, huilen, blij zijn, trots zijn, je zoon al te groot vinden, hem nog zo klein vinden. Je afvragen of je wel liefde genoeg zal hebben om heel je leven jouw alles  lief te hebben.

En dat geldt ook voor mijn jongste zoon. Zonder gedichtje en zonder klank, maar met des te meer beeld en een even fijn kadootje.

En nu kunnen we er weer tegen voor een jaar 🙂