feest voor alle mama’s

Ik weet het, je mag zo’n kind van nog geen drie niet ondervragen over de schoolse activiteiten. Zoiets moet spontaan komen, gezellig vertellen, op zijn eigen tempo. Maar wanneer ik weet dat ze op school bezig zijn met de voorbereidingen voor moederdag dan kan ik het niet laten om die oudste zoon aan een spervuur van vragen te onderwerpen. Niet zozeer om te weten wat hij precies uitspookt en of ik al dan niet een wc-rol hoedje of een kussen krijg, maar meer om uit te vissen in hoeverre die zoon van mij geheimen kan bewaren.

Conclusie: ofwel kan hij het totaal niet, ofwel speelt hij het spelletje heel goed mee.

Als je hem vraagt of hij iets aan het maken is voor mama’s feest dan is het antwoord: “Ja, feest van mama, maar sssjjjt, vellassing!” En dan vraag ik hem wat hij maakt in de klas, het antwoord: “Ah, taajt hé, mama…”. Ok, taart dus. En als ik hem dan vraag of hij een liedje of een versje heeft geleerd dan zegt hij: “Jajajaaa, heppie bujdej toe joe, in de wei staat een koe, en de kooeeee segt ai vluv joe, eppie bujdej to jooooeeeeee!”.

Ik heb het maar opgegeven.

Benne-isme: deel zoveel

Benne smult heerlijk van zijn tomatensoep met balletjes. Vooral die ronde dingen zijn zijn favoriet, hij krijgt zelfs zijn moeder zover dat ze haar eigen soepballetjes wil afstaan aan hem. Zonder dat die moeder daar ruzie voor maakt, jawel. Nadat hij zijn kommetje helemaal heeft leegedronken en leeggeslurpt vraagt één van de ouders: “Was het lekker, Benne?”

Benne: “Jaaa!”

De volwassene: “En waar is die soep nu?”

Benne: “Ah, in mijn buik!” En hij trekt zijn t-shirt naar boven om te tonen hoe dik die buik wel is.

Hij zwijgt, denkt na, en zegt dan: “En in mijn ballen ook!”

Grammaticaal is dat Nederlands toch nog niet helemaal 100% denken wij, die in is er te veel aan. Of ’t moet vreemde kinderlogica zijn met woorden die wij alleszins niet zo bij hem gebruiken.

Over de combinatie woorden en Fries hebben wij het volgende te melden: au-toooo (of brrrr-brrrr), eennnd (jawel dat ding dat kwaakt), ‘ond of nond (al te zien of het een grote of kleine hond betreft), tutje, pop (ja, hij weeral, die grote kabouter met wapperende muts) en Menne (dat is zijn broer). En opvoedkundig hebben we die kleine al opgegeven. Sta je daar met wijdopengesperde ogen, krachtige stem en een vermandende vinger “Pas op!” te zeggen, dan kijkt meneer heel leuk naar omhoog, begint te lachen, en steekt zijn zelfde wijsvinger pas-op-gewijs de lucht in. Een regelrecht stukje crapuul, onze disco-Frisco.

vliegende pompoenkonijnen

“Kijk mamaa, kijk!” en moeder kijkt met een half oog. “Ma kij-ij-ijkkk!!!” *ow, dit is wel heel dringend* “Een pompoenkonijn!”

Uh? En welke kleur heeft het pompoenkonijn? *geen antwoord*, en wat doet het pompoenkonijn? “Graaaauuwww!!”, ok, en waar staat dat pompoenkonijn? “Eh, daar! Daar!! In de lucht, zjoef, weg!!”. Ik zeg het u, in heel die tuin en alles wat erboven of eronder ligt: nergens een pompoenkonijn te vinden. Maar ik zocht verkeerd. Meneer Benne had het over de pompoenkoning, een vriend van zijn beste vriend Piet Piraat. Wat is die moeder toch dom.

Na die hele zoektocht had meneer dan wel geen grote honger, hij had niet veel honger, hij had geen reuzehonger. Nee, na zo’n zoektocht heb je dikke honger.

En van al dat zoeken en eten worden mensen, en zeker als ze kleiner zijn dan 1 meter, nogal vaak eens vuil. Dan vliegen (of stappen) ze in bad, en krijgen ze achteraf nog wat zalf op droge plekjes. Waaronder de wangetjes. Wangzalf. Gevolgd door een ode aan de wangzalf: “Wangzalfzeleven, wangzalfzeleven, wangzalfzeleeeeefen in de gloooooriaaaaauuwww!

En tussen al dat hyperkinetisch peuterlawaai stond onze kleinste Fries plots rechtop, en ging hij aarzelend een stapje vooruit. En nog één, en… dan… nog… één… twee… drie…

Na een half uur zette de Held van de Dag zo’n 20 passen. Zelfverzekered, deftig rechtop, hevig gesticulerend met al wat aan het bovenlijfje hangt. De Held was aan het glunderen, maar ik nog meer.

Fish & Stick

Een klein jongetje van bijna 3 jaar ging samen met zijn ouders een baby (Vic) bekijken en goedkeuren. Dat kleine jongetje mocht daarna een geschenk kiezen. Het jongetje, een echte smulpaap, had de keuze tussen koekjes in visvorm en echte visjes. Eten of niet? Groot dilemma, zo bleek. Maar het kleine jongetje vond een oplossing.

Hij koos voor twee visjes, eentje voor zichzelf en eentje voor zijn broer. De papa van de broertjes mocht daarna nog in de winkel een aquarium, een bootje, een plantje en wat voedsel kopen voor die visjes. En ’s avonds, toen het kleine jongetje thuiskwam van een uitstapje naar het verre Antwerpen, zwommen de twee visjes in hun nieuwe huis alsof ze nooit elders waren geweest. Heel vrolijk, heel leuk om naar te kijken. ’t Zou zonde zijn om ze niet op te eten, zo denkt een 3-jarige dan.

Het kleine jongetje vroeg aan zijn mama of hij de twee visjes mocht opeten. Want visjes, dat is toch ook zoiets dat ongeveer twee keer per week op je bord ligt? Of niet? Het jongetje begreep er niets van toen mama verschrikt zei dat zoiets niet mocht, zich afvragend wat een half monster ze op de wereld had gezet.

De naam voor de visjes was dan ook vlug gekozen: Fish en Stick. Al houdt het kleine jongetje het voorlopig bij ‘visje’ en ‘ander visje’. En kijkt hij nog elke dag likkebaardend naar de aquarium.

1000 dagen Mr. B.

Mijn zoon, al 1000 dagen hier op deze bol. En al driedubbel zoveel dagen dat ik ouder geworden ben. En al tiendubbel zoveel keer gelachen en geknuffeld. En oneindig veel liefde voor mijn kleine vent.
Het gevoel van trots voor jezelf, voor je werk, voor eender wat… is bij mij nooit zo groot als bij een nieuwe verwezenlijking van deze blonde god. In amper 1000 dagen.

msbf-009

luchtige aarde: deel 4

Intussen is de aarde van onze ficus al voor de vierde keer verlucht en ten gronde onderzocht. Ik zou die plant eigenlijk weg moeten doen, maar ’t is een stuk jeugdsentiment, ik ken dat stuk groen al van in mijn kindertijd. En iets dat samen met jou is gegroeid (de ficus meer dan ikzelf) doe je niet zomaar weg. Begrijp de logica maar.

On the left side you see… de strijkplank vol met was. En aarde. And on the right side you can see… de schommelstoel, ook vol met aarde. En op wat je niet op de foto ziet lag trouwens ook heel wat aarde…van keuken tot living, van deuren tot zetels, van tapijt tot het kleinste blokje speelgoed, van het haar van Fries tot tussen de tenen van Benne.

msbf-025

baby aan de drank

Enkele dagen geleden gehoord op de radio: op 10-jarige leeftijd heeft 1 op de 3 kinderen voor de eerste keer alcohol gedronken en op 11-jarige leeftijd is dat al 1 op de 2.

De echtgenoot keek me vol ongeloof aan en vroeg zich af in wat voor geschifte wereld wij eigenlijk leven. De halve onderzoeker in mezelf kon dat meteen relativeren en vroeg wanneer die echtgenoot dan wel voor de eerste keer stiekem een restje bier had uitgedronken. Als ik mezelf als case neem dan kom ik op een leeftijd van 7 jaar, toen de tafel was afgeruimd en ik stiekem op het aanrecht een glas wijn nam om even van dat restje te proeven. Dus: ik ben er zo één die die gemiddelde leeftijd naar beneden trekt.

De jongste zoon heeft ook zijn bijdrage geleverd. Hij dronk gisteren voor de eerste keer alcohol op de leeftijd van 14 maanden. Dat kan amper rechtstaan, dat kan amper een beker vasthouden, maar dat zit wel al aan de drank. Een glas martini dat even aan de aandacht was ontsnapt en drinkebroer Fries had het al in zijn handen, goot ietwat in zijn mond, goot de helft over zijn pyama en besloot de rest in het glas te laten.

Dat we er niet gerust in waren, wij. Maar dat hij goed de nacht is doorgekomen. En dat zijn gewauwel hetzelfde bleef, ongeacht zatte toestand of niet.

En als er nog eens zo’n onderzoek komt en onze kleine doet eraan mee, dat dat gemiddelde nog wel serieus zal dalen. U bent gewaarschuwd, jongeren zitten steeds vroeger aan de drank.

lopende zaken

– Fries geeft over dat het een lieve lust is. Dit combineert hij zonder problemen met een iets te vlotte doorgang naar zijn pamper, een goede snotproductie uit zijn neus en een stevige hoest op zijn tijd. Volgens de kinderarts is er niets aan de hand. Toch maar even die bloedtesten afwachten.

– Benne heeft een übercool zomervestje. Nog een chopper en het plaatje is compleet. ’t Is een opvoedkundig zwaar onverantwoord vestje. Zonder kap, zodat dat ventje bij de minste regen met een nat hoofd zal rondlopen. Maar het opvoedkundige moest deze keer echt wijken voor het esthetische. Volgend jaar beter.

– Die paashaas, die zou ook speelgoed en zo moeten komen brengen. De paashaas (of klok, zo u wil) doet dat na van Sinterklaas. De paashaas moet dus ook bij ons langskomen. En speelgoed brengen, en nog een glijbaan, en een tuinhuisje, een een zandbak, en … Wij hebben Benne verteld dat die paashaas geen heel leger zwarte pieten tot zijn beschikking heeft, maar eerder een groep kleinere konijntjes en haasjes.  En dat kleine konijntjes geen tuinhuisje kunnen dragen. Kleertjes en boekjes wel. Als ze samenwerken. Benieuwd hoe lang dit verhaaltje zal duren.

Fries spreekt Fries

Fries klinkt alleszins even onbegrijpelijk als een echte Fries. Of wat dacht u dat het volgende betekent?

“Dzjub dzjub”, terwijl hij naar een appel wijst

“Muzebuze” terwijl hij naar eender wat wijst

“Bwieb bieb”, “dubadub”, en nog andere klankraadsels. Het weze duidelijk dat onze zoon de handleiding van zijn spraakvermogen heeft gevonden en dat volop aan het uittesten is.

En ook Benne laat zich gaan. Op school leert hij over het paasfeest en alles wat errond hangt, dus ook over nieuw leven, over eieren, over de kindjes van de dieren. Dan krijg je volgende conversatie:

M: Benne, hoe noemen wij het kindje van een paard? — Benne: Euhmm, feulen!

M: Benne, hoe noemen wij het kindje van de koe? — Benne: Euhmm, kalffff!

M: Benne, hoe noemen wij het kindje van het varken? — Benne: Euhmm, baguetje?

Een broodje big, dus.

haai-faaif

Gewoon even melden dat die kleine Fries een echte, gezwinde, vloeiende en enthousiaste high-five kan doen. Op commando, van conditionering gesproken. Hij weigert wel nog pertinent om ‘mama’ te zeggen. Wat lukt wel al? Bummmm-ba, ba(l), taat (taart vermoeden we), grr grr grr (als hij een dier ziet, ’t mag eender wat zijn), nèèè (als hij niet akkoord gaat met iets), njamnamnam (als hij iets lekker vindt) en dada. Verder nog te ontcijferen: ta!ta!ta!, nda, mehmeh (of zou dat ‘mama’ zijn?), paat, nemnem, …

Gewoon ook even vermelden dat onze zoon Benne een nieuwe hobby heeft: puzzelen. Tot 20 stukken. En toen een trotse Benne-papa vertelde dat een verbaasde Benne-juf dat echt wel fenomenaal vond, was Benne-mama nog het meest trots van al. Want het is uitermate belangrijk dat een mens goed kan puzzelen in het leven. Met kartonnen puzzels, maar nog meer als het om menselijk puzzelen gaat. Zodat je het grote overzicht ziet van de wereld, van wie rond jou staat, dat je je plaats kent en zo. Een onderste hoekje? Niet zo belangrijk, kan je vaak vervangen door een kartonnetje van hetzelfde kleur. Een tweede rij? Een detail in de puzzel? Eén van 100 dezelfde stukjes die erin zitten? Wat zijn we weer filosofisch bezig, zeg.

Bon, ’t feit is: wij puzzelen vrolijk verder en als dat gedaan is zwieren we een gezamenlijke haai-faaif de lucht in. ’t Is hier een vrolijke bedoening de laatste tijd, zo met ons vier.