duimen maar

Benne loopt al anderhalve dag met zijn rechterduim omhoog. Hij slaapt met zijn duim omhoog, zit op het potje met zijn duim omhoog, eet met zijn duim omhoog. Een ander zou denken dat hij zijn leven dus echt wel ok vindt. Om de coolness van zijn leven nog wat meer te benadrukken is die duim ook goed ingezwachteld, sinds vanavond in een vers wit verbandje met van die bruine opvallende plakkers erop. Maar we vinden dat allemaal ‘zo’! *doet mee de duim omhoog*

Meneer is er namelijk gisteren op school (niet thuis, ha!) in geslaagd om zijn duim tussen een deur te krijgen. En dat zag er echt niet schoon uit en ’t ziet er nog altijd redelijk vies uit. Dikke duim, blauwe nagel die zo goed als zeker nog moet uitvallen, verbandje binnenin half bebloed. ’t Was hier vanavond precies ER, Spoed, House, Dingskes Anatomy en All Saints in één. Benne wou niet teveel naar zijn aan de lucht blootgestelde duim kijken, en gelijk heeft hij.  ’t Is een beetje brrr. Maar eens dat verband er terug aan zit wordt hij weer zijn stoere zelf: duim omhoog en alles met één hand proberen te doen wat een ongelooflijk gepruts en gesukkel oplevert. Maar ik bewonder hem wel, die zoon van mij. Die heeft een gedacht, een doorzettingsvermogen, en ’t is geen truntemie(tje). Dat laatste is hij enkel als hij alleen bij zijn moeder is, daar kan hij zijn Oedipuscomplex volop de vrije gang laten gaan. En dat mag.

Zo kwam hij vanavond mijn trouwring opvorderen. En papa mocht ook zijn ring afdoen. Alle bewijzen weg, zodat hij met mij kan trouwen. Nu nog wachten op een huwelijksaanzoek.

prentjes

Omdat het een tijdje geleden is. Meer prentjes zijn ook hier te vinden.

Friesje met buisjes en zonder poliepjes.

Friesje met buisjes en zonder poliepjes.

Pannenkoeken smullen. Gebakken door de mama, jawel!

Pannenkoeken smullen. Gebakken door de mama, jawel!

Bennes carnavalskostuum. Hopelijk kan hij het morgen aandoen, want de jonge blonde god ligt momenteel te hoesten en te zuchten in de zetel.

Bennes carnavalskostuum. Hopelijk kan hij het morgen aandoen, want de jonge blonde god ligt momenteel te hoesten en te zuchten in de zetel.

Benne belt met zijn lief (Amélie vermoeden we).

Benne belt met zijn lief (Amélie vermoeden we).

Poging tot boos kijken. Als hij echt boos is ziet het er wel wat anders uit.

Poging tot boos kijken. Als hij echt boos is ziet het er wel wat anders uit.

AppelFries

AppelFries

Onze seut, met zelfgemaakte tekening op het voorhoofd.

Onze seut, met zelfgemaakte tekening op het voorhoofd.

si852583

Na de vis, tekent Benne nu ook een boom!

Na de vis, tekent Benne nu ook een boom!

dochter Fries

Ha, nu kunnen we wel weer stoer zitten wezen, een grote mond opzetten en zeggen dat het allemaal niet zo erg is en was. De twee volwassenen (mama en oma uit Izegem) die het ziekenhuis om half twaalf buiten gingen leken in niets op die twee mensen die ’s morgens half ineengedoken binnen gekomen waren. Om maar te zeggen: Fries was uiteindelijk de coolste van de drie. Mama hield zich sterk, begon zowaar enquêtes rond kwaliteitszorg in te vullen om de tijd te doden en toen de kamer wat te klein werd gaf ze Fries de immer noodzakelijke kennis mee rond trapezia, parallellogram-dingen, vierkanten en cirkels. Moeten ze dat maar niet op de gang hangen, zeg. Fries las op zijn gemak in de wachtzaal een oude Flair, de Libelle (receptjes met mozarella, hmm) en de Humo (Lien Van de Kelder was favoriet). En uiteindelijk was het helemaal zo erg niet meer toen Martine, de spelbegeleidster, Friesje kwam halen. Iemand die zo lief is kan gewoon niet verkeerd zijn, denk je dan. Enfin: na een half uur hoorden we gebrul in de gang en zagen we een bedje met een balletje erin. Even zitten zoeken of Fries misschien niet door een andere verpleegster gedragen werd en later kwam, maar na het deken op te heffen zagen we dat het balletje zowaar Fries zelf bleek te zijn. Sniffen en snotteren, en dat een uur lang. Tot meneer zijn fles kreeg/mocht krijgen, vanaf dan was hij weer zijn jolige zelf.

Wat hebben we nu geleerd vandaag? Dat we heel blij zijn dat we die buisjes hebben laten zetten en dat die poliepjes weg zijn. Fries kan zowaar zijn mond even dicht houden, babbelt heeeeeeeeel wat meer, heeft al een halve dag een propere neus en zijn ogen staan ook al meer helder. Echt waauw dus.

Alleen jammer dat samen met die buisjes nog het één en ander van geslachtsoperatie zou gebeurd zijn (tot nu toe wel nog niets van gemerkt). Maar als de arts bij de controle het systematisch blijft hebben over de oortjes van je dochter, haar operatie, dat ze over een week naar de dokter mag, dat ze het heel goed gedaan heeft, dat ze nu wel nog druppeltjes moet nemen, en dat er wat bloed en slijm uit haar neusje en haar oortjes kunnen komen, dan kijk je toch maar raar. Zeker als diezelfde arts het wel degelijk over jouw baby Friesje heeft. Toch maar even die pamper gecontroleerd. Het bewijs van mannelijkheid zat er nog. ’t Belangrijkste is dat onze Fries-ta of Friesette terug thuis is.

wie niet horen wil moet geopereerd worden

Wie ooit al het magnifieke voorrecht gehad heeft om onze zoon Fries langer dan een kwartier op de arm te mogen of kunnen houden, zal het kunnen beamen: dat ventje kan zeveren, kwijlen, slurpen, … Het gutst er bij momenten uit. En nu is het echt wel een beetje passé om te zeggen dat dat van zijn tandjes komt, het kind is al een jaar oud. Vijf of zes keer (een mens is de tel kwijt) heeft dat kind antibiotica gekregen om zijn oorontstekingen (dubbele, enkele), hoestjes, slijmkes, … te bestrijden. De eerste keer was hij twee maanden oud, de laatste keer net geen jaar. Zoveel keer siroopjes, druppeltjes, aërosollen, … in tien maanden tijd: dat is eigenlijk niet zo goed. Denk ik dan. De huisarts zag er echter weinig graten in, sprak wel over “misschien moeten we toch eens beginnen overwegen om buisjes te plaatsen” en schreef vervolgens nog een kuur antibiotica voor.

Wie het absolute voorrecht heeft om onze zoon Fries van dichtbij te mogen bewonderen, aaien en er zelfs eens een woordje tegen te kwebbelen, zal kunnen beamen dat dat ventje er de laatste tijd meer en meer flou begon uit te zien. Die oogjes zaten wat blauw en zagen waterachtig, die neus bleef maar verstopt, die hoest begon frequenter te worden, hij zag eruit alsof hij aan een chronische slapeloosheid leed en dit gecombineerd met een zware verslaving aan één of ander groen gras. Fries het mottige manneke. De huisarts bleef volhouden dat het om banale winterverkoudheden ging, dat er ‘veel op ronde was’ en dat we ons geen zorgen moesten maken. Om vervolgens nog maar eens een flesselke Amoxicilline voor te schrijven.

Onthaalmoeder Christa (de tweede liefste van de wereld, na Ilse) gaf de tip om toch eens naar de oorarts te gaan. Misschien waren het zijn sinussen? Moest er een spoeling gebeuren? Ten einde raad dan maar naar de oorarts, die zou het wel weten. Twee minuten heeft dat spel daar geduurd. De observatie van de arts deed het haar op mijn armen rechtstaan. “Linkeroor staat bol van het slijm, rechteroor staat bol van de etter, dat kind heeft buisjes nodig, en dat lost de zaak op”.

Beste huisarts, ’t spijt me, ik steun de lokale economie niet meer. Vanaf nu ga ik rechstreeks naar de specialist als het om mijn kinderkens gaat. En optinternet (de alwetende en uiteraard altijd correcte informatiebron) vond ik ook nog dat antibiotica zelfs niet altijd nodig zijn bij een oorontsteking. Voorwaar ik zeg u, in al mijn stoere taal: “Wee uw gebeente, uw spiermassa, uw vet en hersenmassa als mijn kind ooit antibiotica nodig heeft en die niet meer pakken”.

Dit maar om te zeggen dat wij weer wreed ongemakkelijk en ferm onnozel rondlopen omdat dat kind van amper drie vierde meter morgen op de operatietafel zal liggen. Wellicht dwars, want zo klein is hij nog wel. Hij krijgt van mij morgen de allergrootste Bumba-beer die er bestaat, het schaap. En ik zal mezelf ook wel een zak M&M’s kado doen. Want naar het schijnt is dat voor de mama nog erger dan voor het kindje zelf. Ik mag dus wel weer een beetje zielig zijn, morgen.

jongens en cijfertjes

Afgelopen maandag was Kind&Gezin-dag, de laatste keer voor Benne, een spuitenkeer voor Fries. Benne dartelde vrolijk rond in zijn mini-boxershort en een veel te klein hemdje, terwijl Fries zijn billen nog heerlijk omzwachteld waren met pamperstof. We mochten direct bij de dokter gaan (hoera! het was de lieve vrouw en niet de norse vent!) en Benne installeerde zich op de mat. Hem moest je niet meer vertellen wat te doen. Enthousiast deed hij zijn mond open en liet al zijn tanden zien (en ze zijn er allemaal, jawel!), hij flapperde eens met zijn oren, knipperde met zijn ogen, stak zijn buik vooruit, ademdel heel geconcentreerd in en uit toen de dokter zijn ademhaling wou beluisteren. Dit was duidelijk een belangrijk moment voor hem. Stel je eens voor dat ze hem daar houden om nog wat bij te groeien… hij moest dus wel zijn best doen.

Fries was weer de verleider zelve. Hij zou spontaan een pot choco doen smelten door er alleen al naar te kijken. Hij zou een pinguin zijn vel laten afsudderen door die warme verleidersblik. Om maar te zeggen dat de toon meteen gezet was. Bij alles wat de dokter probeerde te doen, begon Fries eerst te lachen in de hoop dat ze het zou laten. Toen bleek dat die tactiek niet werkte begon hij tegen te stribbelen en als beloning hiervoor kreeg hij twee spuiten in zijn billen. Wat onthaald werd op een oorverdovend gekrijs en gigantisch gebrul. Toen hij zowat een halve liter tranen en snot lichter was konden we naar de verpleegster.

“Heeft Benne al iets van een peuterpuberteit doorgemaakt?” vroeg ze. Mama knikte heftig van ja, en zei erbij dat dat nu wel over was. Waarop Benne een staaltje van zijn meest eigenzinnige en koppige gedrag tentoonspreidde en het antwoord van de moeder natuurlijk weer in een brede context moest geplaatst worden. “Komen ze goed overeen?” Even stilte en toen zoiets in mijn hoofd van “Haha, whaaahaaaahaaa… snif, hik”. “Ja, met momenten, als ze samen hun ouders op stang kunnen jagen door van de badkamer een zwembad te maken, door eten uit te smeren, door de vloer volledig te verstoppen onder speelgoed, papiertjes, brokjes, … allerlei dingskes waarvan een mens niet weet waar ze die in godsnaam uithalen.” En anders duwt Benne Fries op de grond, gaat hij er lekker op gaan zitten (remember Kabouter Pinnemuts? Fries is de paddestoel), trekt Benne Fries weg, slaat Benne op Fries, en nemen ze speelgoed af van elkaar. Zouden dochters ook zo ruw kunnen zijn met elkaar?

Enfin: de statistiekjes zijn vernieuwd. Ze doen het goed, onze zonen.

vreemde school

M: “Benne wat heb jij gegeten vandaag op school?”

Benne: “Ah, patatjes èh.”

M: “En wat lag er nog op je bord?”

Benne: “Uhm… muisvleesjes… en uhm… zebra!”

M: Kijkt wat bedenkelijk en vraag daarna wat hij daarbij gedronken heeft.

Benne: “Koffie!”

M: “Koffie met melk?” want zo drinkt de mama die.

Benne: “Ah neen èh, geen melk. Met drie koekjes.”

M: “Drie koekjes, dat is lekker zeg bij de koffie!”

Benne: “Ja, koekjes met chocolade”.

Vreemde school is dat.

Bennes schooltaal

Benne gaat een week naar school. En wat hebben we al geleerd?

– heel veel liedjes en melodietjes, meneer is zowaar een halve musicalster aan het worden

– hij kan roepen als de beste. Met 24 peuters/kleuters in zijn klas zal hij wel niet anders kunnen dan roepen, maar als hij om zeven uur ’s morgens als een halve commandant zijn moeder gebiedt een BOTERHAM te SMEREN met VEEL CHOCO, dan vraag je toch af waarom hij roepen zo fijn vindt.

– hij kan zijn jas aandoen. Eerst wordt met die jas de halve vloer gedweild, dan wordt de jas tot stilstand gebracht met de kap richting Benne om vervolgens een ware strijd te beginnen om die jas toch maar op de juiste manier rond dat lijfje te krijgen. En het lukt.

– hij drinkt graag appels met Sien. Je zou je afvragen wie die Sien is. Sien drinkt ook graag appels, meer nog: ze is er een deel van. Eigenlijk wil die kleine vent gewoon zeggen dat hij graag appelsiensap drinkt. Of fruitsap, dat maakt het wat eenvoudiger.

– hij kan op zijn vingers tellen tot drie, hij beweert bij hoog en laag dat hij zelf al drie jaar is (waarschijnlijk omdat twee-en-een-half te moeilijk is om uit te spreken), hij slaapt tegenwoordig beter en beter, en: hij gaat graag naar school. Een doorgaans goed geïnformeerde bron (papa) wist de mama te vertellen dat Benne gisteren wel heel enthousiast was toen ze de straat inreden waar de school gelegen is. “Joepie, we zijn er!” zei de kleine vent. Met de rugzak host de kleine Benne naar school, zwaait al veel te vroeg naar zijn papa en gaat alleen die grote speelplaats op. En dan roep hij wellicht GOEIEMORGEN! om aan iedereen duidelijk te maken dat SuperBenne gearriveerd is.

Wat ’n moeder

Zoals het zou moeten zijn:

Ik ben nogal een stoer geval, niet snel uit het lood te slaan, heel evenwichtig en altijd rustig. Dat is niets minder dan de waarheid. En toen Benne vanmorgen naar school ging, was mijn graad van coolness nog hoger dan de buitentemperatuur middenin de sneeuw.

Deze morgen opgestaan, vrolijk liedje gezongen, de hele tijd blij blij blij, enthousiasme alom. Feesten in bad, feesten aan tafel, twintig keer die boekentas gecontroleerd, met veel liefde jasje, mutsje en wantjes aangedaan, kijken of we alle papieren bijhadden, de auto in.

En overal waar we kindjes met fluovestjes zagen, enthousiast beginnen vertellen dat die kindjes ook al zo groot waren dat ze ook al naar school mochten, net als mijn held. En die vond het allemaal best leuk. En dan die sneeuw, speciaal voor zijn eerste schooldag, wat moet hij toch speciaal zijn!

En dan binnen in de school, zo leuk, al die kindjes, hoe fantastisch, hoe geestig! Hij mag hier nu ook spelen, verdorie dat is leuk, ik wil ook terug naar school. Daar is de directeur, hij neemt het handje van mijn prins, en weg zijn ze. Het is een komiek zicht, zo’n klein ventje en een grote rugzak. Maar wat een plezier heeft hij. Daag, mijn lieve jongen, tot straks!

Wat ben ik trots op die kleine jongen. Op mijn eigenste peuter/kleuter.

En nu zoals het was:

Ik ben nogal een stoer geval, niet snel uit het lood te slaan, heel evenwichtig en altijd rustig. Dat is niets minder dan de waarheid en die schijn kan ik nogal goed ophouden. En toen Benne vanmorgen naar school ging, was mijn graad van coolness nog hoger dan de buitentemperatuur middenin de sneeuw en dat was waarschijnlijk omdat ik vannacht niet al teveel deken had om onder te slapen.

Deze morgen opgestaan, de dubbele knoop in de maag proberen te ontwarren, vrolijk liedje gezongen van moetens , de hele tijd blij blij blij (ik wou het mezelf gewoon wijsmaken) , enthousiasme alom (van moetens) . Feesten in bad, feesten aan tafel, twintig keer die boekentas gecontroleerd, met veel liefde jasje, mutsje en wantjes aangedaan, kijken of we alle papieren bijhadden, de auto in. Intussen lag de maag in een driedubbele knoop met darmen erbij, dus die proberen te ontwarren.

En overal waar we kindjes met fluovestjes zagen, enthousiast beginnen vertellen dat die kindjes ook al zo groot waren dat ze ook al naar school mochten, net als mijn held beginnen slikken en tranen proberen tegen te houden, nadenken dat mijn zoon nu ook tot die sukkelaars hoort, tot die tsjoolders. En die vond het allemaal best leuk. En dan die sneeuw, speciaal voor zijn eerste schooldag, wat moet hij toch speciaal zijn kunnen ze dan op zijn minst niet eens zorgen dat het niet sneeuwt, nu moet dat kind in zo’n weer op die speelplaats lopen of wat?!

En dan binnen in de school (intussen zitten benen en armen ook al in de knoop, zo loom voel ik me) , zo leuk (’t zal wel), al die kindjes sukkelaars, hoe fantastisch, hoe geestig om naar te kijken! Hij mag moet hier nu ook spelen, verdorie dat is leuk zielig, ik wil ook terug mee naar school. Daar is de directeur, hij neemt het handje van mijn prins, en weg zijn ze. Héla, goed voor mijn zoon zorgen, hé, ’t is een uniek ventje, ’t is ’t mijne, en daar moet je heel goed voor zorgen. Het is een komiek triestig zicht, zo’n klein ventje en een met een veel te grote rugzak. Maar wat een plezier heeft hij. Daag, mijn lieve jongen, tot straks!

En toen heb ik de hele weg naar huis zitten bleiten als een klein kind. En nu ga ik even verder zielig doen.

Friesco, Friesti, DiepFries, Friesbee, Fries!

En ook nog: Snotje, Snottebolleke, Musti, Bolleventje, …

Dat krijgt Fries al 1 jaar te horen, al dan niet vergezeld van knuffels, sussend ge-ssssjt, een grote giechel, een bulderlach, een aai, en de laatste weken soms ook een vermanende vinger. En op die vermanende vinger antwoordt Fries dan met een meisjesachtige giechel.

Maar het ventje is al en nog maar 1 jaar oud/jong. Dat jaar is gevlogen maar is ook ontzettend traag gegaan. Want Fries is nogal ‘een hevige’ zoals ze zeggen. ’t Is 11 kilo mens waarvan 12 kilo temperament. Hij wil zoveel tegelijk kunnen, hij wil zelf de grote broer zijn, hij wil indruk maken, hij wil gewoon zo graag groot zijn. En dat frustreert hem nu al zo’n jaar en dat hoor je. Hij kan roepen en hij kan schreeuwen en hij kan ronduit de geluidsmuur doorbreken. Omdat hij kwaad is? Soms, maar evengoed doet hij dat omdat hij zo content is. Voorbeeld: hij krijg een boterham die hem toevallig nog in de smaak valt ook. Je zou kunnen over je buikje wrijven, je zou kunnen zeggen “mmmm”, je zou kunnen gretig beginnen eten, je zou kunnen smekken, je zou kunnen om meer vragen. Of je kan luid beginnen roepen van “Njamm, njamm, nnnnnjjjaaaaammmm!” Nogal een geluk dat hij een pamper draagt.

Om maar te zeggen: wij amuseren ons wel met die jongste. En zijn verjaardagsfeest was leuk. En hij is een verwend nest met al die kado’s en die aandacht. En dat mag, want onze kleine is dat meer dan waard op zo’n dag. Het zal wel zijn.

Benne is een vlinder

En hij fladdert van ons weg, op maandag 2 februari. Dan laten we hem wat los, geven hem nieuwe identiteiten: Benne als leerling, Benne als vriendje, hopelijk niet Benne als pestkopje, liever wel Benne als de geestige klasgenoot. En Benne als vlinder. Dat is zijn symbool in zijn klasje, de Jules-klas C.  Bij juf Julie. Hij krijgt een sticker op zijn eerste schooldag om aan te geven wat een VIP hij wel is en hij mocht vandaag aan het handje van de directeur zijn eigenste klas gaan bekijken. Kleine Benne gaf daarna een handje aan zijn nieuwe juf en inspecteerde de klas door alles eens aan te raken als ware het heilige relikwieën. En Jules! Hij zag Jules, vorige week nog ziek, deze week jarig, volgende week: Bennes nieuwe beste vriend.

Er zijn geen traantjes gevloeid (in tegenstelling tot de inschrijving), en dat is wellicht te wijten aan de hele lijst van taken in mijn hoofd. Zowe taken als hoofd namen bijna exponentieel toe. Grootste opdracht is al achter de rug: alles naamtekenen. Leve de instrijklabels en de alcoholstift. Geen enkel t-shirtje van zoon Benne gaat nog zonder eigenaar door het leven. Geef een moeder genoeg werk om haar zoon ‘schoolklaar’ te maken en het valt eigenlijk best nog wel mee. Maar vraag het voor de zekerheid zondagavond nog eens. Liefst met heel veel medelijden.