ik moest even luisteren

“Liefste mama, wil je even luisteren? Ik moet iets in je oor fluisteren. ’t Gaat over mij, ’t gaat over jou. Weet je dat ik heel veel van je hou?”

Elk woord werd uitgesproken alsof het iets broos en breekbaar was. Hij stond te friemelen aan zijn vingers, was zenuwachtig voor zijn eerste georchestreerde performance. Na de eerste twee zinnen zat hij vast. Het ging niet meer, zei hij. De vraagtekens in zijn ogen, wist niemand nu wat er kwam? Nog eens proberen, weer niets. Dan moest dat pakje maar vlug open gemaakt worden. Met de tekst erin, en toen zegden we het samen. Hij zo trots op zijn geschenk, ik zo blij met mijn juwelendoosje en pasta-armbandje.

Smelten, huilen, blij zijn, trots zijn, je zoon al te groot vinden, hem nog zo klein vinden. Je afvragen of je wel liefde genoeg zal hebben om heel je leven jouw alles  lief te hebben.

En dat geldt ook voor mijn jongste zoon. Zonder gedichtje en zonder klank, maar met des te meer beeld en een even fijn kadootje.

En nu kunnen we er weer tegen voor een jaar 🙂

Dokus de duif

Dat een stem in mijn hoofd zeg dat ik niet zo belachelijk onnozel moet doen. Dat een uit het nest gevallen duif die aan je voordeur zit een vogel voor de kat is, meerbepaald die dikke kat die hier ’s avonds altijd in onzen hof het licht doet aanspringen. Dat dat nu eenmaal de natuur is, het recht van de sterkste. En dat babyduifjes zonder mama nu eenmaal niet overleven.

Dat zegt een venijnig stemmetje in mijn hoofd. Wat doen we dan?

We maken de oudste zoon helemaal gek van Dokus de babyduif, pakken dat beest in huis, geven het eten en drinken (voor zover die vogel al eet en drinkt), veel liefde, een dekentje, en alle vrijheid van de wereld om in de keuken rond de trappelen.

Dokus de duif gaan we morgen in een struik zetten, in de hoop dat een grote duif klein Dokusje komt halen. Maar vannacht slaapt Dokus hier, binnen. En als hij morgenavond nog in die struik zit te roepen om zijn mama, dan neem ik hem weer binnen. Dokus zal geen vogel voor die dikke rosse straatkat zijn. Nah.

En nu gaan we ons verder bezinnen over hoe het mogelijk is dat je zo’n sterk moedergevoel hebt dat je zelfs een duif wil opkweken. Er loopt iets grondig mis in dat hoofd van me.

Update: Dokus heeft goed geslapen vannacht en stond deze morgen al aan het venster naar buiten te kijken. Eens buiten trippelde hij vrolijk in het rond, tot een grote duif hem kwam inspecteren. Uiteindelijk heeft die zich over Dokus ontfermd en kan hij nu samen met zijn (pleeg)mama/papa nieuwe avonturen tegemoet vliegen. Tot zover het verhaal van Dokus de duif, we wachten vol ongeduld tot iemand dit komt verfilmen 🙂

feest voor alle mama’s

Ik weet het, je mag zo’n kind van nog geen drie niet ondervragen over de schoolse activiteiten. Zoiets moet spontaan komen, gezellig vertellen, op zijn eigen tempo. Maar wanneer ik weet dat ze op school bezig zijn met de voorbereidingen voor moederdag dan kan ik het niet laten om die oudste zoon aan een spervuur van vragen te onderwerpen. Niet zozeer om te weten wat hij precies uitspookt en of ik al dan niet een wc-rol hoedje of een kussen krijg, maar meer om uit te vissen in hoeverre die zoon van mij geheimen kan bewaren.

Conclusie: ofwel kan hij het totaal niet, ofwel speelt hij het spelletje heel goed mee.

Als je hem vraagt of hij iets aan het maken is voor mama’s feest dan is het antwoord: “Ja, feest van mama, maar sssjjjt, vellassing!” En dan vraag ik hem wat hij maakt in de klas, het antwoord: “Ah, taajt hé, mama…”. Ok, taart dus. En als ik hem dan vraag of hij een liedje of een versje heeft geleerd dan zegt hij: “Jajajaaa, heppie bujdej toe joe, in de wei staat een koe, en de kooeeee segt ai vluv joe, eppie bujdej to jooooeeeeee!”.

Ik heb het maar opgegeven.

blij dat we mogen stemmen straks

En u mag zelfs twee keer nadenken voor u stemt. Of drie keer. Of alle partijprogramma’s uitpluizen. Of debatten meevolgen. Maar liefst van al: twee keer nadenken. En de stemtest doen, één van de vele. Niets wetenschappelijks, maar wel al een eerste keer nadenken.

Stel dat ze u achteraf vragen waarom, dan moet je toch een zinnig antwoord kunnen geven? Nietwaar broer?

Dat ik een watermeloen was wist ik al, dat dat paars zou geven klopt niet. Maar ik kan wel leven met een derde plaats, bij een stemtest met weer te weinig nuances:

stemtestEn? Durft u?

O! En hier klikken voor Europees.

Benne-isme: deel zoveel

Benne smult heerlijk van zijn tomatensoep met balletjes. Vooral die ronde dingen zijn zijn favoriet, hij krijgt zelfs zijn moeder zover dat ze haar eigen soepballetjes wil afstaan aan hem. Zonder dat die moeder daar ruzie voor maakt, jawel. Nadat hij zijn kommetje helemaal heeft leegedronken en leeggeslurpt vraagt één van de ouders: “Was het lekker, Benne?”

Benne: “Jaaa!”

De volwassene: “En waar is die soep nu?”

Benne: “Ah, in mijn buik!” En hij trekt zijn t-shirt naar boven om te tonen hoe dik die buik wel is.

Hij zwijgt, denkt na, en zegt dan: “En in mijn ballen ook!”

Grammaticaal is dat Nederlands toch nog niet helemaal 100% denken wij, die in is er te veel aan. Of ’t moet vreemde kinderlogica zijn met woorden die wij alleszins niet zo bij hem gebruiken.

Over de combinatie woorden en Fries hebben wij het volgende te melden: au-toooo (of brrrr-brrrr), eennnd (jawel dat ding dat kwaakt), ‘ond of nond (al te zien of het een grote of kleine hond betreft), tutje, pop (ja, hij weeral, die grote kabouter met wapperende muts) en Menne (dat is zijn broer). En opvoedkundig hebben we die kleine al opgegeven. Sta je daar met wijdopengesperde ogen, krachtige stem en een vermandende vinger “Pas op!” te zeggen, dan kijkt meneer heel leuk naar omhoog, begint te lachen, en steekt zijn zelfde wijsvinger pas-op-gewijs de lucht in. Een regelrecht stukje crapuul, onze disco-Frisco.

vliegende pompoenkonijnen

“Kijk mamaa, kijk!” en moeder kijkt met een half oog. “Ma kij-ij-ijkkk!!!” *ow, dit is wel heel dringend* “Een pompoenkonijn!”

Uh? En welke kleur heeft het pompoenkonijn? *geen antwoord*, en wat doet het pompoenkonijn? “Graaaauuwww!!”, ok, en waar staat dat pompoenkonijn? “Eh, daar! Daar!! In de lucht, zjoef, weg!!”. Ik zeg het u, in heel die tuin en alles wat erboven of eronder ligt: nergens een pompoenkonijn te vinden. Maar ik zocht verkeerd. Meneer Benne had het over de pompoenkoning, een vriend van zijn beste vriend Piet Piraat. Wat is die moeder toch dom.

Na die hele zoektocht had meneer dan wel geen grote honger, hij had niet veel honger, hij had geen reuzehonger. Nee, na zo’n zoektocht heb je dikke honger.

En van al dat zoeken en eten worden mensen, en zeker als ze kleiner zijn dan 1 meter, nogal vaak eens vuil. Dan vliegen (of stappen) ze in bad, en krijgen ze achteraf nog wat zalf op droge plekjes. Waaronder de wangetjes. Wangzalf. Gevolgd door een ode aan de wangzalf: “Wangzalfzeleven, wangzalfzeleven, wangzalfzeleeeeefen in de gloooooriaaaaauuwww!

En tussen al dat hyperkinetisch peuterlawaai stond onze kleinste Fries plots rechtop, en ging hij aarzelend een stapje vooruit. En nog één, en… dan… nog… één… twee… drie…

Na een half uur zette de Held van de Dag zo’n 20 passen. Zelfverzekered, deftig rechtop, hevig gesticulerend met al wat aan het bovenlijfje hangt. De Held was aan het glunderen, maar ik nog meer.

als je je studies opnieuw kon doen…

wat zou je dan studeren? Zou je überhaupt studeren? Meer, minder, iets anders? Op kot, niet op kot? In Leuven, Gent, Antwerpen, Ieper University?

Bij mij is het antwoord tamelijk duidelijk: ik zou iets anders studeren, jawel. Ik zou me niet meer laten doen door één of andere meneer van het PMS/CLB die me te onverstandig acht om unief te doen, en al zeker geen biologie of (dier)geneeskunde. Ik zou niet luisteren naar meneren die denken dat ik immatuur/prematuur ben, niet de gepaste unief-mentaliteit heb. En al zeker niet omdat die conclusie het resultaat is van een test die ik tegen mijn zin heb ingevuld.

Ik was zeker geneeskunde gaan studeren. Nah. In plaats van tegen mijn goesting psychologie te beginnen omdat er weinig andere opties waren (ja, ik ben er zo één). ’t Is uiteindelijk toch nog goed gekomen, maar ik mag er niet aan denken wat er van me zou geworden zijn was ik echt in het werkveld van de psychologie gekomen. Ik zou dat niet aankunnen, zo van die therapiedingen en praatgroepen en al. Veel te veel betrokken bij zo’n dingen. Ik zou ze allemaal bij mij in huis nemen, die mensen die bij mij op consult komen. En op zondag een grote gezamenlijke pannekoekenslag organiseren en cakes bakken.

Overgelukkig ben ik hier in mijn huidige speel- en leertuin. Ik denk niet dat ik als arts of bioloog zoveel gelukkiger zou geweest zijn. En u?

de nieuwe auto

Omdat we elkaar in onze Ford (en nog iets) niet meer konden horen spreken, zingen, … door het vele gerammel en gekletter, en ook omdat dat ding op vier wielen toch niet meer op de baan zou gemogen hebben, en omdat we wel zin hadden om eens goed gek te doen: ziehier onze nieuwe bolide, de Porsche Panamera. Schoon ding.

porsche_panamera_leaked_shots_main630-1122-636x3601

En voor wie weet dat wij twee gewone werkmenschen zijn: een bolide als die hieronder zal ons vervoermiddel zijn voor de volgende tien jaar, minstens. Als dat ding ooit uit de garage raakt tenminste. peugeotIn the meanwhile, rijden wij zeker zo gesjellig rond met een boenke-boenke kar (model Shark, hopeloos gewoon). U hoort de man des huizes niet klagen.

Fish & Stick

Een klein jongetje van bijna 3 jaar ging samen met zijn ouders een baby (Vic) bekijken en goedkeuren. Dat kleine jongetje mocht daarna een geschenk kiezen. Het jongetje, een echte smulpaap, had de keuze tussen koekjes in visvorm en echte visjes. Eten of niet? Groot dilemma, zo bleek. Maar het kleine jongetje vond een oplossing.

Hij koos voor twee visjes, eentje voor zichzelf en eentje voor zijn broer. De papa van de broertjes mocht daarna nog in de winkel een aquarium, een bootje, een plantje en wat voedsel kopen voor die visjes. En ’s avonds, toen het kleine jongetje thuiskwam van een uitstapje naar het verre Antwerpen, zwommen de twee visjes in hun nieuwe huis alsof ze nooit elders waren geweest. Heel vrolijk, heel leuk om naar te kijken. ’t Zou zonde zijn om ze niet op te eten, zo denkt een 3-jarige dan.

Het kleine jongetje vroeg aan zijn mama of hij de twee visjes mocht opeten. Want visjes, dat is toch ook zoiets dat ongeveer twee keer per week op je bord ligt? Of niet? Het jongetje begreep er niets van toen mama verschrikt zei dat zoiets niet mocht, zich afvragend wat een half monster ze op de wereld had gezet.

De naam voor de visjes was dan ook vlug gekozen: Fish en Stick. Al houdt het kleine jongetje het voorlopig bij ‘visje’ en ‘ander visje’. En kijkt hij nog elke dag likkebaardend naar de aquarium.

1000 dagen Mr. B.

Mijn zoon, al 1000 dagen hier op deze bol. En al driedubbel zoveel dagen dat ik ouder geworden ben. En al tiendubbel zoveel keer gelachen en geknuffeld. En oneindig veel liefde voor mijn kleine vent.
Het gevoel van trots voor jezelf, voor je werk, voor eender wat… is bij mij nooit zo groot als bij een nieuwe verwezenlijking van deze blonde god. In amper 1000 dagen.

msbf-009