olifantenpas

Zelfs een olifant loopt eleganter dan onze jongste zoon. Die heeft beslist om toch eens het ‘aan-één-handje-stappen’ te proberen. En dat lukt wonderwel.

’t Is geen catwalk-loopje, ’t zijn geen kwezelpasjes, maar eerder een boertig, zelfverzekerd en ongeduldig gestamp op de grond dat gepaard gaat met allerhande jungle-kreetjes. Kolonel Fries zet zijn beste beentje voor.
En aap Benne, die ziet hoeveel plezier zijn ouders daarin hebben, denkt dan natuurlijk dat die olifantenpas de nieuwe ‘walk of sellewie’ is.

En dan mag hun vader als opperkolonel het tweekoppige olifantenleger voorgaan.

haai-faaif

Gewoon even melden dat die kleine Fries een echte, gezwinde, vloeiende en enthousiaste high-five kan doen. Op commando, van conditionering gesproken. Hij weigert wel nog pertinent om ‘mama’ te zeggen. Wat lukt wel al? Bummmm-ba, ba(l), taat (taart vermoeden we), grr grr grr (als hij een dier ziet, ’t mag eender wat zijn), nèèè (als hij niet akkoord gaat met iets), njamnamnam (als hij iets lekker vindt) en dada. Verder nog te ontcijferen: ta!ta!ta!, nda, mehmeh (of zou dat ‘mama’ zijn?), paat, nemnem, …

Gewoon ook even vermelden dat onze zoon Benne een nieuwe hobby heeft: puzzelen. Tot 20 stukken. En toen een trotse Benne-papa vertelde dat een verbaasde Benne-juf dat echt wel fenomenaal vond, was Benne-mama nog het meest trots van al. Want het is uitermate belangrijk dat een mens goed kan puzzelen in het leven. Met kartonnen puzzels, maar nog meer als het om menselijk puzzelen gaat. Zodat je het grote overzicht ziet van de wereld, van wie rond jou staat, dat je je plaats kent en zo. Een onderste hoekje? Niet zo belangrijk, kan je vaak vervangen door een kartonnetje van hetzelfde kleur. Een tweede rij? Een detail in de puzzel? Eén van 100 dezelfde stukjes die erin zitten? Wat zijn we weer filosofisch bezig, zeg.

Bon, ’t feit is: wij puzzelen vrolijk verder en als dat gedaan is zwieren we een gezamenlijke haai-faaif de lucht in. ’t Is hier een vrolijke bedoening de laatste tijd, zo met ons vier.

verzadigd

Een mens kan de mond vol hebben over hoe anderen het best kunnen sterven. Je kan jaren aan een stuk blijven beweren dat sommige mensen teveel afzien, dat het beter is om die mensen niet nodeloos te laten lijden, dat het allemaal menswaardig moet blijven, … Vaak zeg je dat omdat je het er zelf moeilijk mee hebt om mensen te zien lijden. Omdat je je zo machteloos voelt, omdat je gewoon bent om over zoveel controle te hebben, dat je er niet mee kan omgaan dat je zoiets fundamenteels niet eens kan controleren. Dat je toeschouwer bent van een vertrek, een wegtrekken, een gaan. Een afscheid zonder weerzien.

Je kan blijven palaveren over wat het beste is, dat jij wel zal zorgen dat het niet zo ver moet komen als je zelf ooit in zo’n situatie zit. Dat het maar goed is dat er euthanasie bestaat, dat iedereen dat voor zich moet beslissen. En zo kan je een hele middag kwebbelen en tetteren. Inhoudsloos tetteren en je eigen mening verkondigen.

Mijn mening, al te vaak en al te veel emotioneel onderbouwd, is goed voor een ander, merk ik nu. Ik ben niet zo progressief als het gaat over mijn eigen mémé. Ik weet: het is beter dat ze enkel nog vocht krijgt, ze krijgt het trouwens toch maar half binnen, alhoewel ze gretig haar mond opent als je met de beker dichterbij komt. Het is beter dat ze geen pralines meer krijgt van mijn pépé, alhoewel hij nu ook op zoek zal moeten gaan naar een andere manier om zijn liefde te tonen. Het is beter dat ze verzadigd van het leven haar ogen kan sluiten, dat ze gaat voordat de pijn haar inhaalt, dat ze zich kan en mag overgeven en er geen strijd van moet maken, dat ze mag loslaten, als ze wil. Dat weet ik wel allemaal.

Ik denk: blijf nog even. Nog even, tot we klaar zijn voor iets waar je nooit klaar voor bent. Blijf dus nog maar even. Als het voor jou niet al te lastig is.

sporten – deel zoveel

Ik ben een omnisporter. Maar geen echte. Want echte omnisporters die doen -tig verschillende sporten in één week. Bij mij moet je die situeren over een periode van 12 jaar.

Omnisport door mezelf, de feiten. Deel 1: rondjes lopen in het park tijdens de studententijd. Deel 2: met veel overgave fitnessen toen ik net begon te werken. Deel 3: Gaan samenwonen, fitness was te ver, dan maar over de middag zwemmen in een dichtbij gelegen zwembad. Deel 4: Zwem-collega vertrekt, en sporten beperkt zich tot het stevig doorstappen naar de koffie-automaat, lopen om een trein te halen, twee zonen opheffen en met een volle wasmand de trap oplopen.
Alhoewel sporten me echt wel kan bekoren, en ik er ook ontzettend veel deugd van heb, kwam het er al een tijdje niet meer van. En op de duur raakt een mens daar gefrustreerd van. Want het is echt wel van willen, maar niet kunnen. In m’n eentje gaan zwemmen gaat niet aangezien ik ‘van mijn eigen’ gewoon geen steek zie (lenzen moeten uit en zwemmen met een bril aan is ook maar onnozel), fitnessen kan wel, maar ik vind het te stom om 10 minuten in de auto te moeten zitten vooraleer je überhaupt kan gaan sporten (neeje, er is geen superdeluxe fitness-centrum in Sellewie), blijven nog over: fietsen en lopen. Gezien eerdere positieve ervaringen met lopen was de keuze dus al snel gemaakt. Twee dagen per week start ik vroeger met werken, stop ik vroeger met werken om daarna nog met haar mijn kilometers te lopen. En hopelijk kan daar in het weekend nog eens een loopje bij.
Waarom ik dit meedeel? Sociale druk, waarom anders?

duimen maar

Benne loopt al anderhalve dag met zijn rechterduim omhoog. Hij slaapt met zijn duim omhoog, zit op het potje met zijn duim omhoog, eet met zijn duim omhoog. Een ander zou denken dat hij zijn leven dus echt wel ok vindt. Om de coolness van zijn leven nog wat meer te benadrukken is die duim ook goed ingezwachteld, sinds vanavond in een vers wit verbandje met van die bruine opvallende plakkers erop. Maar we vinden dat allemaal ‘zo’! *doet mee de duim omhoog*

Meneer is er namelijk gisteren op school (niet thuis, ha!) in geslaagd om zijn duim tussen een deur te krijgen. En dat zag er echt niet schoon uit en ’t ziet er nog altijd redelijk vies uit. Dikke duim, blauwe nagel die zo goed als zeker nog moet uitvallen, verbandje binnenin half bebloed. ’t Was hier vanavond precies ER, Spoed, House, Dingskes Anatomy en All Saints in één. Benne wou niet teveel naar zijn aan de lucht blootgestelde duim kijken, en gelijk heeft hij.  ’t Is een beetje brrr. Maar eens dat verband er terug aan zit wordt hij weer zijn stoere zelf: duim omhoog en alles met één hand proberen te doen wat een ongelooflijk gepruts en gesukkel oplevert. Maar ik bewonder hem wel, die zoon van mij. Die heeft een gedacht, een doorzettingsvermogen, en ’t is geen truntemie(tje). Dat laatste is hij enkel als hij alleen bij zijn moeder is, daar kan hij zijn Oedipuscomplex volop de vrije gang laten gaan. En dat mag.

Zo kwam hij vanavond mijn trouwring opvorderen. En papa mocht ook zijn ring afdoen. Alle bewijzen weg, zodat hij met mij kan trouwen. Nu nog wachten op een huwelijksaanzoek.

stakende post

En ik geef ze groot gelijk dat ze morren, die postbodes die staken. Mensen die zoveel jaren geleden gekozen hebben voor dit beroep zien de invulling ervan volledig veranderen. Van een sociale functie naar een nummer dat moet opbrengen. Van gepensioneerden een leuk moment bezorgen bij het brengen van hun pensioen naar het voorbijrijden (liefst op scooter) omdat er voor die mensen toch geen post is. Van een vaste waarde in het straatbeeld (kepie, fiets, zwoegend en puffend de heuvel oprijdend) naar een oorpijnigend ‘njjjjjjjjjvvvvrrrr’ van die scooters. Natuurlijk gaat dat sneller en is dat meer rendabel, maar ooit wreekt zich dat ecologisch.
En wat te zeggen over het centraliseren van postcentra? Er zijn er veel die gerust tien kilometer verder willen gaan werken om hun werk te behouden, maar als je daarvoor een auto moet bijkopen, verzekering en taksen moet beginnen betalen? Vroeger met de fiets naar ’t werk, nu een auto aanschaffen om op het werk te raken, dan een hele voormiddag scooteren en terug met de auto naar huis. Wreed vriendelijk voor de natuur zou ik zo zeggen.
Nu, met dat riante maandloon van die postbodes zal een bijkomende auto kopen wel geen probleem zijn denk ik dan. Misschien kunnen ze nog wel wat inleveren op hun loon? Tenslotte is die natte postbode die ’s morgens om vier uur in winterweer met verkleumde handen het ijs in zijn baard probeert weg te vegen toch ook maar een grote zaag. Hij moet zich maar verwarmen met een jenever bij Zulma of Charel. Of nee, dat gaat niet meer, die moet hij passeren, hopelijk zijn ze niet al drie dagen geleden van hun trap gevallen.
Als een bedrijf zo’n belangrijke sociale functie heeft, dient het dan niet ergens subsidies te krijgen van gemeenschap of staat? Of stelt primaire dienstverlening, solidariteit en sociale functie hier niets meer voor?
Of staken dan de beste manier is om hier tegenin te gaan, weet ik zo niet. Misschien kan het postpersoneel starten met ludieke acties, de post nu al bedelen zoals het over vijf jaar zou zijn, als postbezorger? Op een variabel moment in de dag (eens de huisvrouw haar huishouden gedaan heeft kan ze ‘de post gaan doen’), in stukjes en beetjes (ja, kindje moest plots van school afgehaald worden en de ronde was nog niet gedaan), soms wel, soms niet (vandaag veel te slecht weer, morgen nog eens proberen)? ’t Zal wel niet allemaal zo slecht zijn, en verandering is soms nodig, en meestal sta ik daar ferm voor open maar hier heb ik mijn twijfels bij.

Ik ken een facteur, mijn eigenste vader, en die vent heeft zo’n drie decennia geleden met hart en ziel voor die job gekozen. Ik verklaar hem al minstens twee decennia gek, dat hij zoiets doet. Maar hij doet dat graag. En hij praat daar graag over. Over een job waar hij nu maar weinig affiniteit meer mee heeft terwijl de passie er wel nog is. Zo een paar jaar voor je pensioen.
Awel: bij mij mag hij nog zijn jenever komen drinken. Mocht hij dat drinken.

zouden we al kraaien of niet?

Er loopt hier eentje tamelijk stoer te wezen. Mijn drie venten zijn ziek geweest (twee keelontstekingen, buikgriep, bronchitis, buisjes en poliepen) in de afgelopen week en wie mocht hier weer de boel rechthouden? Miss Perfect natuurlijk. Wie anders? De grote vent des huizes zit nog altijd boven het gemiddelde mottigheidsgehalte en net nu het vakantie is voor hem. Zo’n plichtsbewuste leerkracht verdient opslag. Intussen blijven wij hier maar verkondigen eigenaar te zijn van een ongelooflijk standvastig immuniteitssysteem aangezien er van de hele winter nog geen enkel snotje of hoestje is gevallen. Over een maand daarentegen, als de halve wereldbevolking uitgeziekt is, zal het wel weer van dat zijn. Altijd al zo geweest. Valt het op dat er door al die ziektetoestanden hier nu werkelijk niets, maar dan ook niets te beleven valt?

En intussen…

heeft Benne besloten om toch maar weer minder dan 40 graden koorts te hebben. In de voormiddag gaat hij boven de 40, in de namiddag is 38,5 goed genoeg, om dan ’s avonds terug net niet over de grens van 40 te gaan.
Hij zucht, puft, blaast en drinkt liters water. Hij is ziek, en hij is nog nooit zo ziek geweest in zijn hele lange leven. De school moet het vandaag zonder papegaai stellen op het carnavalfeest, gelukkig is hij nog te jong om dat te beseffen. Anders was hier wellicht sprake van een onvervalst drama. En dat voor een keelontsteking…

prentjes

Omdat het een tijdje geleden is. Meer prentjes zijn ook hier te vinden.

Friesje met buisjes en zonder poliepjes.

Friesje met buisjes en zonder poliepjes.

Pannenkoeken smullen. Gebakken door de mama, jawel!

Pannenkoeken smullen. Gebakken door de mama, jawel!

Bennes carnavalskostuum. Hopelijk kan hij het morgen aandoen, want de jonge blonde god ligt momenteel te hoesten en te zuchten in de zetel.

Bennes carnavalskostuum. Hopelijk kan hij het morgen aandoen, want de jonge blonde god ligt momenteel te hoesten en te zuchten in de zetel.

Benne belt met zijn lief (Amélie vermoeden we).

Benne belt met zijn lief (Amélie vermoeden we).

Poging tot boos kijken. Als hij echt boos is ziet het er wel wat anders uit.

Poging tot boos kijken. Als hij echt boos is ziet het er wel wat anders uit.

AppelFries

AppelFries

Onze seut, met zelfgemaakte tekening op het voorhoofd.

Onze seut, met zelfgemaakte tekening op het voorhoofd.

si852583

Na de vis, tekent Benne nu ook een boom!

Na de vis, tekent Benne nu ook een boom!