dochter Fries

Ha, nu kunnen we wel weer stoer zitten wezen, een grote mond opzetten en zeggen dat het allemaal niet zo erg is en was. De twee volwassenen (mama en oma uit Izegem) die het ziekenhuis om half twaalf buiten gingen leken in niets op die twee mensen die ’s morgens half ineengedoken binnen gekomen waren. Om maar te zeggen: Fries was uiteindelijk de coolste van de drie. Mama hield zich sterk, begon zowaar enquêtes rond kwaliteitszorg in te vullen om de tijd te doden en toen de kamer wat te klein werd gaf ze Fries de immer noodzakelijke kennis mee rond trapezia, parallellogram-dingen, vierkanten en cirkels. Moeten ze dat maar niet op de gang hangen, zeg. Fries las op zijn gemak in de wachtzaal een oude Flair, de Libelle (receptjes met mozarella, hmm) en de Humo (Lien Van de Kelder was favoriet). En uiteindelijk was het helemaal zo erg niet meer toen Martine, de spelbegeleidster, Friesje kwam halen. Iemand die zo lief is kan gewoon niet verkeerd zijn, denk je dan. Enfin: na een half uur hoorden we gebrul in de gang en zagen we een bedje met een balletje erin. Even zitten zoeken of Fries misschien niet door een andere verpleegster gedragen werd en later kwam, maar na het deken op te heffen zagen we dat het balletje zowaar Fries zelf bleek te zijn. Sniffen en snotteren, en dat een uur lang. Tot meneer zijn fles kreeg/mocht krijgen, vanaf dan was hij weer zijn jolige zelf.

Wat hebben we nu geleerd vandaag? Dat we heel blij zijn dat we die buisjes hebben laten zetten en dat die poliepjes weg zijn. Fries kan zowaar zijn mond even dicht houden, babbelt heeeeeeeeel wat meer, heeft al een halve dag een propere neus en zijn ogen staan ook al meer helder. Echt waauw dus.

Alleen jammer dat samen met die buisjes nog het één en ander van geslachtsoperatie zou gebeurd zijn (tot nu toe wel nog niets van gemerkt). Maar als de arts bij de controle het systematisch blijft hebben over de oortjes van je dochter, haar operatie, dat ze over een week naar de dokter mag, dat ze het heel goed gedaan heeft, dat ze nu wel nog druppeltjes moet nemen, en dat er wat bloed en slijm uit haar neusje en haar oortjes kunnen komen, dan kijk je toch maar raar. Zeker als diezelfde arts het wel degelijk over jouw baby Friesje heeft. Toch maar even die pamper gecontroleerd. Het bewijs van mannelijkheid zat er nog. ’t Belangrijkste is dat onze Fries-ta of Friesette terug thuis is.

viva Lampiris

Op 1 februari zijn wij voor onze aardgas overgeschakeld naar de groene rakkers van Lampiris. Om ons geweten te sussen en om te besparen. Want dat kan dus twee-in-één. Deze maand onze eerste afrekening: 17 euro minder per maand. De moeite waard dus. En over enkele maanden schakelen we over naar Ecopower voor onze elektriciteit.

En nadat deze zomer de voordeur, garagepoort en raamkozijnen in het groen werden geschilderd, denken wij dat wij op dit moment zowat het groenste huis van onze steenweg straat hebben. Nu nog pleegouder worden van een groen marsmannetje en we zijn er.

wie niet horen wil moet geopereerd worden

Wie ooit al het magnifieke voorrecht gehad heeft om onze zoon Fries langer dan een kwartier op de arm te mogen of kunnen houden, zal het kunnen beamen: dat ventje kan zeveren, kwijlen, slurpen, … Het gutst er bij momenten uit. En nu is het echt wel een beetje passé om te zeggen dat dat van zijn tandjes komt, het kind is al een jaar oud. Vijf of zes keer (een mens is de tel kwijt) heeft dat kind antibiotica gekregen om zijn oorontstekingen (dubbele, enkele), hoestjes, slijmkes, … te bestrijden. De eerste keer was hij twee maanden oud, de laatste keer net geen jaar. Zoveel keer siroopjes, druppeltjes, aërosollen, … in tien maanden tijd: dat is eigenlijk niet zo goed. Denk ik dan. De huisarts zag er echter weinig graten in, sprak wel over “misschien moeten we toch eens beginnen overwegen om buisjes te plaatsen” en schreef vervolgens nog een kuur antibiotica voor.

Wie het absolute voorrecht heeft om onze zoon Fries van dichtbij te mogen bewonderen, aaien en er zelfs eens een woordje tegen te kwebbelen, zal kunnen beamen dat dat ventje er de laatste tijd meer en meer flou begon uit te zien. Die oogjes zaten wat blauw en zagen waterachtig, die neus bleef maar verstopt, die hoest begon frequenter te worden, hij zag eruit alsof hij aan een chronische slapeloosheid leed en dit gecombineerd met een zware verslaving aan één of ander groen gras. Fries het mottige manneke. De huisarts bleef volhouden dat het om banale winterverkoudheden ging, dat er ‘veel op ronde was’ en dat we ons geen zorgen moesten maken. Om vervolgens nog maar eens een flesselke Amoxicilline voor te schrijven.

Onthaalmoeder Christa (de tweede liefste van de wereld, na Ilse) gaf de tip om toch eens naar de oorarts te gaan. Misschien waren het zijn sinussen? Moest er een spoeling gebeuren? Ten einde raad dan maar naar de oorarts, die zou het wel weten. Twee minuten heeft dat spel daar geduurd. De observatie van de arts deed het haar op mijn armen rechtstaan. “Linkeroor staat bol van het slijm, rechteroor staat bol van de etter, dat kind heeft buisjes nodig, en dat lost de zaak op”.

Beste huisarts, ’t spijt me, ik steun de lokale economie niet meer. Vanaf nu ga ik rechstreeks naar de specialist als het om mijn kinderkens gaat. En optinternet (de alwetende en uiteraard altijd correcte informatiebron) vond ik ook nog dat antibiotica zelfs niet altijd nodig zijn bij een oorontsteking. Voorwaar ik zeg u, in al mijn stoere taal: “Wee uw gebeente, uw spiermassa, uw vet en hersenmassa als mijn kind ooit antibiotica nodig heeft en die niet meer pakken”.

Dit maar om te zeggen dat wij weer wreed ongemakkelijk en ferm onnozel rondlopen omdat dat kind van amper drie vierde meter morgen op de operatietafel zal liggen. Wellicht dwars, want zo klein is hij nog wel. Hij krijgt van mij morgen de allergrootste Bumba-beer die er bestaat, het schaap. En ik zal mezelf ook wel een zak M&M’s kado doen. Want naar het schijnt is dat voor de mama nog erger dan voor het kindje zelf. Ik mag dus wel weer een beetje zielig zijn, morgen.

jongens en cijfertjes

Afgelopen maandag was Kind&Gezin-dag, de laatste keer voor Benne, een spuitenkeer voor Fries. Benne dartelde vrolijk rond in zijn mini-boxershort en een veel te klein hemdje, terwijl Fries zijn billen nog heerlijk omzwachteld waren met pamperstof. We mochten direct bij de dokter gaan (hoera! het was de lieve vrouw en niet de norse vent!) en Benne installeerde zich op de mat. Hem moest je niet meer vertellen wat te doen. Enthousiast deed hij zijn mond open en liet al zijn tanden zien (en ze zijn er allemaal, jawel!), hij flapperde eens met zijn oren, knipperde met zijn ogen, stak zijn buik vooruit, ademdel heel geconcentreerd in en uit toen de dokter zijn ademhaling wou beluisteren. Dit was duidelijk een belangrijk moment voor hem. Stel je eens voor dat ze hem daar houden om nog wat bij te groeien… hij moest dus wel zijn best doen.

Fries was weer de verleider zelve. Hij zou spontaan een pot choco doen smelten door er alleen al naar te kijken. Hij zou een pinguin zijn vel laten afsudderen door die warme verleidersblik. Om maar te zeggen dat de toon meteen gezet was. Bij alles wat de dokter probeerde te doen, begon Fries eerst te lachen in de hoop dat ze het zou laten. Toen bleek dat die tactiek niet werkte begon hij tegen te stribbelen en als beloning hiervoor kreeg hij twee spuiten in zijn billen. Wat onthaald werd op een oorverdovend gekrijs en gigantisch gebrul. Toen hij zowat een halve liter tranen en snot lichter was konden we naar de verpleegster.

“Heeft Benne al iets van een peuterpuberteit doorgemaakt?” vroeg ze. Mama knikte heftig van ja, en zei erbij dat dat nu wel over was. Waarop Benne een staaltje van zijn meest eigenzinnige en koppige gedrag tentoonspreidde en het antwoord van de moeder natuurlijk weer in een brede context moest geplaatst worden. “Komen ze goed overeen?” Even stilte en toen zoiets in mijn hoofd van “Haha, whaaahaaaahaaa… snif, hik”. “Ja, met momenten, als ze samen hun ouders op stang kunnen jagen door van de badkamer een zwembad te maken, door eten uit te smeren, door de vloer volledig te verstoppen onder speelgoed, papiertjes, brokjes, … allerlei dingskes waarvan een mens niet weet waar ze die in godsnaam uithalen.” En anders duwt Benne Fries op de grond, gaat hij er lekker op gaan zitten (remember Kabouter Pinnemuts? Fries is de paddestoel), trekt Benne Fries weg, slaat Benne op Fries, en nemen ze speelgoed af van elkaar. Zouden dochters ook zo ruw kunnen zijn met elkaar?

Enfin: de statistiekjes zijn vernieuwd. Ze doen het goed, onze zonen.

vreemde school

M: “Benne wat heb jij gegeten vandaag op school?”

Benne: “Ah, patatjes èh.”

M: “En wat lag er nog op je bord?”

Benne: “Uhm… muisvleesjes… en uhm… zebra!”

M: Kijkt wat bedenkelijk en vraag daarna wat hij daarbij gedronken heeft.

Benne: “Koffie!”

M: “Koffie met melk?” want zo drinkt de mama die.

Benne: “Ah neen èh, geen melk. Met drie koekjes.”

M: “Drie koekjes, dat is lekker zeg bij de koffie!”

Benne: “Ja, koekjes met chocolade”.

Vreemde school is dat.

Bennes schooltaal

Benne gaat een week naar school. En wat hebben we al geleerd?

– heel veel liedjes en melodietjes, meneer is zowaar een halve musicalster aan het worden

– hij kan roepen als de beste. Met 24 peuters/kleuters in zijn klas zal hij wel niet anders kunnen dan roepen, maar als hij om zeven uur ’s morgens als een halve commandant zijn moeder gebiedt een BOTERHAM te SMEREN met VEEL CHOCO, dan vraag je toch af waarom hij roepen zo fijn vindt.

– hij kan zijn jas aandoen. Eerst wordt met die jas de halve vloer gedweild, dan wordt de jas tot stilstand gebracht met de kap richting Benne om vervolgens een ware strijd te beginnen om die jas toch maar op de juiste manier rond dat lijfje te krijgen. En het lukt.

– hij drinkt graag appels met Sien. Je zou je afvragen wie die Sien is. Sien drinkt ook graag appels, meer nog: ze is er een deel van. Eigenlijk wil die kleine vent gewoon zeggen dat hij graag appelsiensap drinkt. Of fruitsap, dat maakt het wat eenvoudiger.

– hij kan op zijn vingers tellen tot drie, hij beweert bij hoog en laag dat hij zelf al drie jaar is (waarschijnlijk omdat twee-en-een-half te moeilijk is om uit te spreken), hij slaapt tegenwoordig beter en beter, en: hij gaat graag naar school. Een doorgaans goed geïnformeerde bron (papa) wist de mama te vertellen dat Benne gisteren wel heel enthousiast was toen ze de straat inreden waar de school gelegen is. “Joepie, we zijn er!” zei de kleine vent. Met de rugzak host de kleine Benne naar school, zwaait al veel te vroeg naar zijn papa en gaat alleen die grote speelplaats op. En dan roep hij wellicht GOEIEMORGEN! om aan iedereen duidelijk te maken dat SuperBenne gearriveerd is.

en toen was er een honderdste poging tot concentratie

maar het lukt precies niet te goed vandaag. Ik weet totaal niet hoe het mijn mannen zal vergaan vanaf morgen. Zullen ze überhaupt wel aankomen, gaat dat wel lukken, zo een éénjarige bij de onthaalmoeder afzetten, een kleutertje aan school afzetten en dan nog zelf op tijd op school raken? Zal dat ’s avonds lukken, zo met een baby op de arm die zijn voeten enkel gebruikt om heen en weer te zwaaien, een kleuter aan de hand die wellicht weer door zijn knietjes zakt van vermoeidheid? En dan nog een verzorgingstas, een grote boekentas en een kleine rugzak? Gaat dat allemaal wel lukken en waarom voel ik me zo overbodig en zo’n ontzettend slechte moeder? Nogal een geluk dat dat huis waar we in wonen groot genoeg is zodat ik me nog nuttig kan maken met kuisen. Yihaa!

Misschien is het beter om de komende weken niet meer op bezoek te komen op deze webstek, u zou zich weleens kunnen ergeren aan zoveel futiliteiten 🙂

na die eerste schooldag

was Benne stikkapot, compleet groggy en van de kaart. Na tien minuten in de auto viel hij in slaap, en hij is blijven slapen tot we hem om half zeven wakker hebben gemaakt om te eten. Elke hap die hij nam was een geconcentreerd samenspel van kauwbewegingen, oogspieren aanspannen en nekspieren aanspannen om toch maar niet met dat hoofd in het bord te vallen. Hij heeft nog heel even zijn energie teruggevonden, maar toen kwam echt de man met de hamer en die liet Benne als een blok in slaap vallen. Dat moet nog wat indrukken nagelaten hebben zo’n eerste schooldag. Vond hij het fijn? Jazeker, na wat doorvragen begon hij heerlijk te vertellen over wat hij gedaan had: “patatjes g’eten, en worteltjes, en vleesjes”. En daarna: “ah, schilderen, met veel kleuren”, en in een volgende fase: “en veel kindjes, heel veel kindjes, in mijn klas, veel spelen”, om dan te eindigen met: “Auto’s gespeeld en poppen ook”.

En Bennes uitdrukking van de dag? “Maar papa toch, wat doe je nu?” Terwijl die papa gewoon verstoppertje aan het spelen was.

Kostbare foto’s van Bennes eerste schooldag (met dank aan onze privé-paparazza M.):

Wat ’n moeder

Zoals het zou moeten zijn:

Ik ben nogal een stoer geval, niet snel uit het lood te slaan, heel evenwichtig en altijd rustig. Dat is niets minder dan de waarheid. En toen Benne vanmorgen naar school ging, was mijn graad van coolness nog hoger dan de buitentemperatuur middenin de sneeuw.

Deze morgen opgestaan, vrolijk liedje gezongen, de hele tijd blij blij blij, enthousiasme alom. Feesten in bad, feesten aan tafel, twintig keer die boekentas gecontroleerd, met veel liefde jasje, mutsje en wantjes aangedaan, kijken of we alle papieren bijhadden, de auto in.

En overal waar we kindjes met fluovestjes zagen, enthousiast beginnen vertellen dat die kindjes ook al zo groot waren dat ze ook al naar school mochten, net als mijn held. En die vond het allemaal best leuk. En dan die sneeuw, speciaal voor zijn eerste schooldag, wat moet hij toch speciaal zijn!

En dan binnen in de school, zo leuk, al die kindjes, hoe fantastisch, hoe geestig! Hij mag hier nu ook spelen, verdorie dat is leuk, ik wil ook terug naar school. Daar is de directeur, hij neemt het handje van mijn prins, en weg zijn ze. Het is een komiek zicht, zo’n klein ventje en een grote rugzak. Maar wat een plezier heeft hij. Daag, mijn lieve jongen, tot straks!

Wat ben ik trots op die kleine jongen. Op mijn eigenste peuter/kleuter.

En nu zoals het was:

Ik ben nogal een stoer geval, niet snel uit het lood te slaan, heel evenwichtig en altijd rustig. Dat is niets minder dan de waarheid en die schijn kan ik nogal goed ophouden. En toen Benne vanmorgen naar school ging, was mijn graad van coolness nog hoger dan de buitentemperatuur middenin de sneeuw en dat was waarschijnlijk omdat ik vannacht niet al teveel deken had om onder te slapen.

Deze morgen opgestaan, de dubbele knoop in de maag proberen te ontwarren, vrolijk liedje gezongen van moetens , de hele tijd blij blij blij (ik wou het mezelf gewoon wijsmaken) , enthousiasme alom (van moetens) . Feesten in bad, feesten aan tafel, twintig keer die boekentas gecontroleerd, met veel liefde jasje, mutsje en wantjes aangedaan, kijken of we alle papieren bijhadden, de auto in. Intussen lag de maag in een driedubbele knoop met darmen erbij, dus die proberen te ontwarren.

En overal waar we kindjes met fluovestjes zagen, enthousiast beginnen vertellen dat die kindjes ook al zo groot waren dat ze ook al naar school mochten, net als mijn held beginnen slikken en tranen proberen tegen te houden, nadenken dat mijn zoon nu ook tot die sukkelaars hoort, tot die tsjoolders. En die vond het allemaal best leuk. En dan die sneeuw, speciaal voor zijn eerste schooldag, wat moet hij toch speciaal zijn kunnen ze dan op zijn minst niet eens zorgen dat het niet sneeuwt, nu moet dat kind in zo’n weer op die speelplaats lopen of wat?!

En dan binnen in de school (intussen zitten benen en armen ook al in de knoop, zo loom voel ik me) , zo leuk (’t zal wel), al die kindjes sukkelaars, hoe fantastisch, hoe geestig om naar te kijken! Hij mag moet hier nu ook spelen, verdorie dat is leuk zielig, ik wil ook terug mee naar school. Daar is de directeur, hij neemt het handje van mijn prins, en weg zijn ze. Héla, goed voor mijn zoon zorgen, hé, ’t is een uniek ventje, ’t is ’t mijne, en daar moet je heel goed voor zorgen. Het is een komiek triestig zicht, zo’n klein ventje en een met een veel te grote rugzak. Maar wat een plezier heeft hij. Daag, mijn lieve jongen, tot straks!

En toen heb ik de hele weg naar huis zitten bleiten als een klein kind. En nu ga ik even verder zielig doen.