U leest het goed. Gisterenavond kregen wij het blijde nieuws dat na alweer een regelrechte F1-bevalling er een o zo prachtig mensje geboren is. Lente is haar naam. Lente zal haar leven zijn. Proficiat Nyklyn!
En bij dezen maken wij eveneens melding van een aantal nieuwe zwangerschappen. Ons vakantiegeld zullen we goed kunnen gebruiken. Hiep hoi en weinig Gaviscon toegewenst voor D&L en voor nicht L&J. Zijn we nog iemand vergeten?
stiekem beetje blij
Er zijn periodes die echt om zot van te worden zijn. De afgelopen weken was er zo één. Echtgenoot had examens af te nemen en mocht de daarbij horende nachtelijke verbeteruren trotseren. Het zou handig zijn als je dan met iemand samenleeft die het dan wat rustiger aan kan doen op het werk. Maar ook bij mij zijn de weken voor de kerstvakantie tamelijk hels geweest. ’t Was echt zielig, grappig en bij momenten echt te onnozel voor woorden hoe een huishouden moest gecombineerd worden met een zieke kleine (Fries: windpokken, dubbele oorontsteking, en wat nog allemaal) en oh ja, er moest nog wat gewerkt worden ook. Veel ontspannende momenten met onze twee gasten waren er eigenlijk niet. En daarom ben ik nu wel stiekem blij dat Benne een uur geleden wakker geworden is. Het is nu elf uur ’s avonds, en meneer zit hier gezellig te knuffelen, zijn voetje over mijn knie aan het wrijven, zijn handje zachtjes op mijn arm, … Samen gezellig onder het dekentje en dan komt daar plots een zalig “Mama? ‘kZiejegaag” uit dat mondje. Awel kleine blonde god, ik zie je ontzettend graag, je zou eens moeten weten. En morgenvroeg krijgt Fries ook nog zijn vier vitaminewoordjes. Dat mag wel weer, een mens vergeet dan snel die helse drie weken.
oproep!
’t is gebeurd
zou Erik zeggen…
Vandaag is de laatste dag van Benne en Fries bij hun onthaalmoeder Ilse. En daar reageer ik toch verrassend emotioneel op. Misschien in combinatie met oververmoeidheid en nog een stuk of 10 andere zorgen, maar ’t is een feit dat de waterlanders wel heel dicht zitten.
Hoe vaak heb ik niet gezegd tegen mijn echtgenoot dat Ilse, de onthaalmoeder, het enige goede was aan Sellewie, dat stuk verzameling van bakstenen dingen. Dat Ilse een vriendin geworden is, is teveel gezegd, maar we konden wel goed met elkaar babbelen, ik amuseerde mij ermee, ik vind ze een toffe madam. En Benne en Fries ook. Een onthaalmoeder/onthaalgezin is toch helemaal anders dan een crèche. ‘Ons Ilse’: een lieve, die mijn kinderen al bijna even graag zag/ziet als ik doe. Een rustpunt, die me hielp toen ik weer met vragen zat over vreemde ziektes, rare manieren en het doen en laten van mijn zonen. Een zekerheid in ons leven, bij Ilse konden we altijd terecht. En nu niet meer, en het is ontzettend jammer dat Fries niet langer bij haar kon blijven, hopelijk geeft zijn nieuwe onthaalmoeder hem een even goede basis mee als Benne heeft meegekregen.
En nu ga ik mijn kindjes afhalen en een potje bleiten.

wij kijken uit naar:
– de derde spruit van Nyklyn. Nieuwe gok: 17 december!
– de dag dat Fries beslist om niet meer ziek te zijn, vanmorgen had het ventje 38.9 graden koorts.
– een paar dagen vakantie, of zelfs twee weken vakantie voor die echtgenoot van me.
– een dansje doen met Benne zodat hij weer een kwartier zit na te schokken van zijn lachen, gieren en brullen
– ongegeneerd nieuwe kleren mogen kopen voor Benne en Fries want ze moeten er toch proper bij lopen bij al de komende familiefeesten
– het einde van eindejaar…
want wij kijken niet uit naar:
– slecht nieuws over mijn memeetje, of slecht nieuws tout court, bij wie dan ook
– die onnozele kerstversiering. ’t Spijt me, maar mij doet dat niets, echt niets. Ik denk dan aan: jammer van die boom die ze van zover hebben moeten laten komen, die uitlaatgassen van de vrachtwagen, die kerstlichtjes die toch nog veel te veel energie verbruiken, die boom die op een kruipende kleine kan vallen, het feit dat ik ten vroegste 20 december tijd heb om die boom te zetten. En dat die pas na 9 januari terug zal weggezet kunnen worden. Ik zoek gewoon uitvluchten, ik ben een seut wat dat betreft.
geplooid, gezwicht, gezonken, …
regelrechte horror, nooit meer doorslapen, constant gebleit, gelukkig maar één klein monstertje. Net gehoord van D. dat het soms lijkt alsof jonge ouders niet content zijn om kinderkens te hebben. Ja, soms kan er serieus gezaagd en geklaagd worden. Een tip: denk eens na hoe sterk je naar die kleine prutsen verlangd hebt, hoe je zelf was als kind en hoe ongelukkig je ouders nu zijn door jou te ‘moeten’ opvoeden.
Voor mensen die nog moeten beginnen aan de hele baby-episode is het inderdaad redelijk schrikwekkend. Een manier om de overbevolking tegen te gaan?
Wij zijn blij dat JP en Tine het niet aan hun hart laten komen en met volle goesting gekozen hebben voor een kleine FCB-supporter! Of was het Anderlecht?
tijdelijke ADHD
zo kan je het virus dat Benne te pakken heeft nog het beste omschrijven. Het kind weet niet waar eerst gelopen. Die dekselse Sint was toch wel op drie plaatsen langs gekomen, en op alle drie de plaatsen stond speelgoed. Teveel voor dat kind, die hersenen gingen in overdrive en staan enkel stil tijdens het slapen. Speelt hij met alles? Jawel. Hij loopt gewoon van speelgoed naar speelgoed. Een voorbeeld: deze morgen staat Benne op. Direct naar de trein, die moest op de sporen en daar moest een meneertje in. En de trein moest eerst nog tanken. En de bloemetjes moesten ook nog water krijgen. Dat deed hem eraan denken: hij zou weleens een bloemetje kunnen tekenen. Hup! Naar de keuken alwaar meneer zich als een volleerde Van Gogh voor zijn bord installeert en daar wilde lijnen op het krijtbord weet te plakken. En wegvegen, en tekenen, en vegen, en schrijven, en vegen, en kleuren, en vegen, en alles op de grond laten vallen. Daar viel niets meer mee aan te vangen, dus gaan we maar terug naar de speelhoek in de woonkamer. Ah! Garage! Met lift, mini-vw-camionetjes, lichtjes, parking, carwash, … en Fries die eraan zit. Hmm, dan maar Fries zijn speelgoed pakken.
En zo gaat dat maar door, tot hij ’s avonds in bed ligt met zijn duizend nieuwe boekjes. ’t Weze gezegd en geschreven, onze kleine hyperpeuter is zo content.
En over de reactie ’s morgens 6 december: Benne stond op, zag zijn schoentje staan, gevuld met lekkers. Een leeg pintje, een lege beker water, de suikertjes weg. Jaaa! De Sint was weer geweest, en hij stond te springen van blijdschap. Hij was daar alweer zo content mee. Toen had hij nog de tafel niet gezien. Dat was pas vijf minuten later. Zijn haar begon net niet te wapperen.
Over twee kleine ventjes
Over Benne:
- Hij gaat sinds een aantal weken helemaal alleen op het potje. We hoeven het niet meer te vragen, want als hij ‘klaar’ is dan komt hij ons dat hoogst persoonlijk melden.
- Hij heeft al een heerlijk zakje snoep gekregen van de Sint toen die op bezoek kwam in Bennes school. En hij gaat nog niet eens naar school. Wij appreciëren zoiets dus echt ongelooflijk.
- Hij kan zijn schoenen afdoen. Dat is iets in de trant van beginnen met de veters uit te trekken en daarna je schoenen uitschoppen. Maar af zijn ze.
- Hij heeft zelfvertrouwen. Als we hem proberen wijs te maken dat een kip een koe is, dan blijft hij bij zijn standpunt dat het echt om een kip gaat. Wij krijgen de commentaar dat we ‘nbeetje dom’ zijn. Flink is dat.
- Hij entertaint Fries door een combinatie van gekkebekken en jolijtig lawaai. En daar kunnen wij alleen maar blij mee zijn.
- Hij was even bang van de regen. Eens hij wist dat de regen dient om de bloemen, bomen en het gras te laten drinken, en om de muren van het huisje te kuisen, was hij gerustgesteld. Dan draait hij zich op zijn buik en slaapt.
- Hij gaat graag in een mini-douche. Da’s niet de grote douche (waar hij ook graag onder staat), maar gewoon in het bad staan en daar ondergesproeid worden met water. En dan is er nog mini-stofzuiger ook, ofte kruimeldief.
- Hij beseft niet eens dat hij morgen niet het meest gelukkige kind zal zijn bij het aanschouwen van wat de Sint heeft gebracht. Zijn mama, die zal het gelukkigste kind zijn.
- Hij geeft hele natte zoenen. Onverwachts. Met zijn mond open. Wij proberen om dat toch enigszins binnen de perken te houden.
Over Fries:
- Hij is ziek, heel ziek. Nu de vierde dag windpokken en nog altijd koorts. Afwisselend zucht, huilt en brult hij. Dat arme snotje.
- Hij heeft veel blaasjes, en dat verbetert er niet op omdat ze zich in de pamper- en halszone bevinden. Zowat de meest vochtige plaatsen van zijn lichaam. Jeuk alom, hij kronkelt met zijn rugje tegen alles wat enigszins steun biedt. Het zou niet mogen zijn.
- Hij brabbelt en kwebbelt dat het een plezier is. Maar steeds met een luide ondertoon, om te laten merken dat hij er ook is. Nu heeft hij al een redelijke klok van een stem, dus hem vergeten of eenvoudigweg negeren zit er niet meteen in. Het kwebbelen gaat nu wat moeilijker met die blaasjes in de mond.
- Hij kan zijn neus pakken, en de neus van mama. En als hij zin heeft, ook die van papa. Om er dan eens goed op te duwen en te wachten tot er geluid uit komt.
- Hij bescheurt het als je (al dan niet opzettelijk) niest. Goed voor hem dat hij in deze pokkentijden nog kan lachen.
- Hij zou al wat zijwaarts durven stappen. Maar nu heeft hij het wat te druk met ziek zijn. Als een echte ridder moet hij eerst die pokkemonsters verslaan vooraleer hij bij de Vitabis-prinses kan raken. Zijwaarts.
- Hij zal hopelijk wat kunnen lachen als hij morgen ziet wat de Sint heeft gebracht.
Sint op bezoek
Nadat wij een bezoek gebracht hebben aan het huis van Sinterklaas, beloofde Sintmans ons plechtig om ook bij ons langs te komen. En hij hield woord, want heilige mannen houden altijd woord, toch? Diegene die alles gepland en geregeld had schrok uiteindelijk nog het meest toen die Sint plots aan de voordeur stond. Ik was net iets aan het ophangen (zo’n welkomsttekening, om extra marsepein te krijgen vaneigens) toen daar plots een zwarte Pieterman stond, en een Sinterman. Een schelle ‘whoe!’ kwam eruit, om daarna vol ontzag de Sint en zijn helper te begroeten. Benne. Keek. Zijn. Ogen. Uit. Benne luisterde naar alles wat de Sint zei en vroeg zich af of die Sint ook die gekke nonkel Klaas kende. En of de Sint Camille kende, Bennes vriendinnetje. En toen bleek dat ook die zwarte Piet kon dansen op Plop en Piet Piraat kreeg hij het helemaal. De Sint werd gebombardeerd tot zijn allerbeste vriend, er werd wat schootje geknuffeld en Benne kreeg zijn ‘cadeautje’. Ja, hij was al zo content met een zakje vol lekkers. Voor hem is de apotheose gepasseerd, kan er nog meer komen na al dat lekkers? Ja, kleine vent.
En we wensen het ieder kind toe om komende zaterdag te mogen opstaan en iets lekkers/leuks te vinden, maar nog meer: ik wens het elke ouder toe om zijn/haar kind zo’n gelukzalig moment te kunnen geven. Kunnen daar geen premies voor gegeven worden? Of speelgoedbanken naast de voedselbanken?
Meer foto’s hier.
Fries met stippen
Wij zijn zo van die rare mensen die staan te springen van contentement als onze jongste zoon de windpokken heeft. Totaal onverantwoord ouderschap is dat dan. Fries heeft de wind/waterpokken, u kan nog zelf kiezen welk woord u het meest sexy vindt. En die pokkendingen, die zijn een beetje met hulp doorgegeven. Neefje Stan had ze drie weken geleden op bezoek en toen hebben wij Fries en Stan eens laten knuffelen. Opzettelijk? Jawel, opzettelijk. Wie doet zijn kind dat nu aan? Een kind opzettelijk ziek laten worden? Awel, wij. Waarom? Die pokken moeten ze ooit hebben, en bij zo’n ziekte geldt het gezegde: beter vroeg dan laat. Liever gestippeld aan de leeftijd van 10 maanden, zonder al te veel krab- en opentrekneigingen, dan aan drie jaar waar ze er een gigantisch arsenaal aan littekens van kunnen overhouden.
Dus zit kleine Fries nu met een twintigtal blaasjes, morgen zal dat al een veelvoud zijn, en we zien wel of hij ooit zo gespikkeld raakt als Benne. Die blonde god kreeg zijn blaasjes aan de leeftijd van 9 maanden.
Ah! En morgen komt Sinterklaas! En misschien vannacht al. Met snoep. En chocolade. En van die pic-niccen. In ’t schoentje en in ’t laarsje.




