lege maan

Benne zag een lege maan. In zijn boekje. Die lege maan leek verdacht veel op een leguaan.

Benne wist plots niet meer hoe hij spaghetti moest zeggen, na spageetee, spigatti en spatti, kwam plots ‘paddestoeletjes’ tevoorschijn.

Bennes papa is buiten aan het sleuren met planten en bijhorende potten die dringend moesten binnen gezet worden. Benne bekijkt het tafereel en zegt: “Papa buiten spelen”. Tuurlijk is dat spelen.

Benne valt op de grond en begint te wenen. Commentaar van mama en papa: “Oei, nu heb je de grond pijn gedaan!”. Benne staat op, kust de vloer en zegt “Sojjie”.

alle goede dingen bestaan uit drie…

zo zegt ene P. die op die manier wou aankondigen dat zijn allerliefste madam L. terug zwanger is. Van een derde dochter. Of misschien van een eerste zoon? Alleszins: proficiat en hiep hoi! Het ziet ernaar uit dat een tweede reeks baby’s in aantocht is.

Hier bestaat al het goede ook uit drie: drie venten met dezelfde familienaam, meer heb ik niet nodig. En nee, we willen niet nog een derde keer ‘proberen’ voor een meisje. De eerste twee keren hebben we ook niet ‘geprobeerd’ voor een meisje… Waarom zouden we dan nu proberen?

en toen was er:

– een onthaalmoeder voor Fries! Leve het systeem van overmacht, van externe redenen, van dringende opvang. Eender hoe men het noemt, maar dankzij die dingen kunnen wij al vanaf januari terecht bij de nieuwe onthaalmoeder van Fries. Hiep hoi! En Benne mag niet mee, nee. Benne start op 2 februari met school, da’s over 99 dagen. We denken dat we goed bezig zijn met volgende redenering: het ventje heeft op 18 december zijn laatste dag bij onthaalmoeder Ilse, dan 2 weken kerstvakantie thuis, dan zou hij nog 4 weken naar een andere onthaalmoeder moeten met andere gewoonten en kindjes. Om dan op 2 februari weer in een hele nieuwe wereld gegooid te worden. Enfin, het spreekt voor zich dat wij puur redeneren uit compassie met dat ventje en er dus wel voor zullen zorgen dat we grootouderlijke opvang vinden of zelf verlof opnemen voor die periode.

– een fantastische babysit! Jawel, voor de eerste keer een babysit in huis van de Gezinsbond. Voordien sleurden we onze zonen altijd mee, of gingen ze overnachten bij de grootouders. Maar ‘de tijd was rijp’, zo vonden we. En daar kwam Leen, 18 jaar, blond (niet onbelangrijk) en vooral heel geestig. Om het met televisionele taal te zeggen: “We hadden zoiets van… d’er was ne klik van ’t eerste moment…” We moeten wel zeggen dat we al op voorhand gescoord hadden bij Leen door aan de voordeur een tekening te hangen die Benne eigenhandig had gemaakt. En toen Benne haar nog een handje kwam geven, smolt ze helemaal. Maar ’t is in deze tijden van crisis belangrijk om nog zekerheden te hebben. En een goede babysit is daar één van.

– een arsenaal aan signalen van oververmoeidheid! Koortsblazen, vertraagde reactietijd tijdens het autorijden, beetje algeheel herfstgevoel, al kan dat ook liggen aan:

– een beslissing: met een hoge en toenemende graad aan allergie voor huisdieren en de zekerheid dat onze zonen mijn aanleg voor allergie geërfd hebben, moest er beslist worden wat we met Viggo en Diezel zouden doen. Ja, ’t is maar nen hond, en ja, dat beest zal ook wel ergens goed terechtkomen, maar ja: wij zien die zo graag ook al vloeken we soms als die bruine loebas weer eens begint met een blafsalvo. Te weten dat ‘diene bijna niet te onderhouden groten hof’ in onze achtertuin er grotendeels is voor die honden, zodat ze overdag, als de baasjes aan het werk zijn, toch ook niet de hele tijd opgesloten zitten en veel plaats hebben om te lopen, op elkaar te kruipen, hun gevoeg te doen, in het zonnetje te liggen, te zoeken naar rotte appels van de boom van de buren, te lopen achter katten die plots onze tuin willen verkennen, te blaffen naar luchtballonnen, vuurwerk, een traktor. De momenten waarop ze Lassie-gewijs van helemaal achteraan de tuin naar ons kwamen toegelopen als we naar buiten kwamen zijn niet te tellen. Net zoals de momenten waarop de kwijl van Diezel ervoor zorgt dat je opnieuw mag douchen. ’t Feit is: het ziet er naar uit dat dit herinneringen zullen worden. Tenzij iemand ons een wondermiddel aan de hand kan doen.

* vouwt handjes samen en kijkt smekend*

grmpffff

– Onthaalmoeder zou stoppen op 1 juli 2009, stopt nu eind 2008. Veel vloeken was er niet bij, wij begrijpen dat er soms minder fijne beslissingen moeten genomen worden. Maar leuk is het niet, want het is echt wel een hele goeie, een ‘gouden’ of ‘een hoedne’ zoals men dat hier zo schoon weet te formuleren. Echt snif.

– Fries wordt met de dag nijdiger. Dat ventje wil al staan, maar kan het gewoon nog niet. Amper ne wup groot en dat wil al lopen en springen en huppelen en misschien nog even gauw een diploma halen. Om het even wat mooi te formuleren: hij heeft temperament, voila.

– Een allergie aan huisdieren kan je krijgen, dat is niet aangeboren. En dat kan verergeren. En dat kan veel vermoeidheid, aanhoudend hoesten en veel snotneuzen verklaren. En dat zorgt voor problemen als je twee honden hebt. En voor grote dilemma’s en keuzes die een mens liever niet maakt.

– Kennen ze RSS-feeds in het hiernamaals, aan den overkant? Zouden ze daar internet hebben? Zouden trouwe lezers daar ook nog de wereldse avonturen kunnen volgen om zich dan even goed te bescheuren van het lachen om zoveel pietluttigheid? Als het zo is, ’t ga je goed, H.!

weekend Hoge Venen (denken we)

Zaten we in de Hoge Venen of niet? We weten het niet, ma how, ’t bekt goed, zo’n ‘weekendje Hoge Venen’. Met een stuk of 17 grote kinders, en een stuk of 8 kleine kindertjens, gaande van 7 weken tot 4 jaar. ’t Was ontzettend vermoeiend, druk en eigenlijk goed om permanente hoofdpijn van te krijgen. Het is zot dat een mens dat zichzelf aandoet, zich een gigantisch groot slaaptekort aanmeet en ervan houdt om te tsjoolen met een overvolle auto, 2 kinders op de achterbank die afwisselend honger, te warm, het Spaans benauwd hadden. “Doe het dan niet meer hé”, denkt u dan. O jawel, wij doen dat zeker nog terug. Want het was zo geestig en gezellig en geweldig (zou Eddy W. zeggen). Met geestige vrientjes, meer dan koddige kindjes, fijne gesprekken, hilarische onnozele momenten, spannende en vuile wandeltochten, luie momenten, lekker eten en nogal brave weerwolven. En het vreemde/leuke is: er werd weinig gepraat over wat we ooit gemeenschappelijk hadden: studentenhome Astrid. Wat wij vrij mogen interpreteren als zijnde een groep vrienden die niet meer gebonden zijn door het verleden, maar meer door wat nu is en wat moet komen (schoon hé, dat verkopen we aan een schone-tekstenbond).

Of het nu in de Hoge Venen was of niet, of het nu over politiek, huishouden, kinders of carrière ging: wij hebben met ons vieren genoten. Voor herhaling vatbaar dus, maar eerst even dat slaaptekort inhalen en misschien zelfs een reserve opbouwen voor ’t volgende weekend.

Merzi Elz voor de fotoz.

bedrijfsfiets

Ja, echt, we kunnen stoefen, dat we iets van het bedrijf hebben gekregen. Een bedrijfswagen hebben is tegenwoordig zo gewoontjes geworden. Een bedrijfsfiets, daarentegen… Met schoon logootje en pompke met logootje, jawel. ’t Komt erop neer dat ik dus elke dag met het vélootje naar het werk sjees, rij, sukkel, vlieg, kruip, afhankelijk van het goede humeur der weergoden. Op de eerste rit kwam deze toch wel uitermate belangrijke vraag me voor de geest:

Ik ga elke dag ongeveer 40 minuten op de fiets rijden. 40 minuten tussen auto’s, vrachtwagens, camionetten, mobiletten, … allerlei gemotoriseerde dingen waar ik sowieso al geen fan van ben. Ik krijg gedurende 40 minuten uitlaatgassen binnen, fijn stof, ook af en toe een vliegje of ander beest. Langs de andere kant doe ik 40 minuten per dag aan sport, wat dus mijn gezondheid en algehele conditie wel ten goede zou moeten komen. Maar nu graag een kosten-batenanalyse in termen van levenskwaliteit/levensduur/risicofactoren voor mezelve. Is 40 minuten fietsen per dag temidden van het verkeer gezonder dan niet bewegen, maar wel uit de luchtvervuiling zijn?

Weegt mijn eigen gezondheid op tegen het grotere belang van een schone en gezonde wereld? Met dit filosofisch vraagstuk in het achterhoofd gaan wij dit weekend heerlijk op stap met vriendjes en kindjes. Een bende van zowat 60 ogen alles bij elkaar. Ontspannend, het zou moeten. Vraag het maandag nog eens.

en toen waren ze moe

*zaag- en klaagpost*

Hij gaat het nooit zomaar zeggen, dat hij moe is. Als hij plots toch wil slapen, dan is dat omdat hij denkt dat er boven iets leukers te beleven valt, of dat hij gewoon zin heeft om weer nagel te spelen. Als hij echt, maar dan ook echt moe is, dan wrijft hij in zijn oogjes. Niet te opvallend, niemand mag het zien. Of valt hij met zijn hoofd in zijn bord, in slaap. Bij de onthaalmoeder, over de middag. Dan is Benne te moe.

Ook Fries is een vechtertje, tegen de slaap. Zijn ogen mogen rood zien van het frotten en wrijven, toch kan er een lachje af. Ze moeten het allebei geërfd hebben van mij, moeder Gans. Als moeder Gans moe is raakt ze een beetje hyperactief, onnozelheid op het toppunt, flauwe moppen waar alleen ganzen op dat moment mee kunnen lachen, … Volledig te herkennen in Benne en Fries, want die zijn moe, heel moe.

Het zal wat geven als Benne naar school gaat: geen middagdutjes meer zodat hij om 7 uur ’s avonds echt wel compleet achterover met wegdraaiende ogen groggy in zijn zetel zit te zitten. Die groggy ogen gaan we trouwens niet zien omdat hij er heel goed zijn beren zal voor houden. Maar eens hij naar school gaat zal hij wel op een deftig uur moeten slapen. Onze avonden kunnen er alleen maar weer langer op worden. Misschien raakt dat huishouden dan eens voor tien uur ’s avonds gedaan. Leve de school!

laptop

er was een nieuwe laptop nodig, enkele weken geleden. Als ik eens thuis wou werken had ik weer een computer nodig (die van mijn vorig werk moest ingeleverd worden) en ik koos voor een laptop. Tweedehands gekocht, bij iemand die daar ervaring mee heeft en ook nieuwe pc’s verkoopt. Om dan enkel ’s avonds wat te internetten en af en toe eens op te werken moest dat wel volstaan, dachten wij zo. Nu hebben wij een probleem: die laptop werkt langs geen kanten. Gisteren viel dat ding uit met een frequentie van zowat 11 keer in 3 uur. Niet geestig als je net bezig bent met iets. ’t Start wel weer automatisch op, hiep hoi. Probleem twee: ik kan zonder stroom niet werken, als ik dat toch zou willen doen dan valt dat spel na 2 minuten uit. Wederom: hiep hoi.

Volgens de winkel is er niets, maar dan ook niets aan de hand. Het ding was in perfecte staat toen ze ’t mij verkochten. Dan vraag ik me af: ligt het aan de aardstralen bij ons thuis dat dat ding zich plots gedraagt als een wispelturige vrouw, is er ergens iets ‘verschoven, losgeraakt, geknapt, …’? Een virus is het niet, tenzij ik een slechte viruscontrole heb, maar ook die was volgens de winkel ook uitstekend.

En deze week hebben ze geen tijd meer om die te herstellen. Maar dat ik deze week maar om het kwartier vijf minuten tijd moet verliezen met te kijken naar een opstartende laptop, dat is dan weer geen probleem. Dienst na verkoop noemen ze dat dan, maar je mag wel niet te lastig doen.

fotootses

Omdat wij (= de vrouwelijke helft die de foto’s moet bijhouden) dat ongelooflijkambetant vinden dat we bij Flickr eerst al onze foto’s moeten comprimeren vooraleer ze de wijde wereld kunnen ingegooid worden, belegeren we al een tijdje iets anders met onze onnozelheden. Tenzij het foto’s van Benne en Fries zijn, dan zijn het ware kunstwerken, alleen al voor de inhoud.

Och, zo klef. Meer van dat hier.

opvoeden begint vroeg

Nu de kindjesteller hier op twee staat mogen we ons toch al wagen aan enkele algemeenheden zoals daar is: “opvoeden begint vroeg”. Voila, cliché van jewelste, en wij kunnen daar nu van meespreken, betweterige ouders als we zijn. Niet dat we er ons aan hebben ‘mispakt’, maar het is opvallend hoe vroeg je moet beginnen met consequent te zijn, met dingen aan te leren, hoeveel je ook kan aanleren, hoeveel spons zo’n kind is. Hadden wij gedacht dat de eerste levensjaren enkel leute en plezier zouden zijn, zo in de sfeer van ‘allemaal vriendjes van elkaar’, dan is dat niet zo. Na amper een half jaar begint dat opvoeden, dat consequent zijn, dat af en toe boos zijn, dat meewarig optrekken van de wenkbrauw, … alles om dat kind van je maar duidelijk te maken dat je nu even niet akkoord kan/mag/wil gaan met wat hij uitspookt of heeft uitgespookt. Maar het is nodig, want er zit meer deugnieterij en grenzenaftasterij in zo’n kind dan je ooit zou vermoeden als je voor de eerste keer zo’n stukje mens van 50 centimeter lang mag vasthouden. Gelukkig zit er nu nog veel meer geestigheid en knuffelarij en die twee jongens van ons. Dat het nog lang zo mag blijven, zodat dat opvoeden geen strijd wordt. Onze maliënkolders halen we liever niet uit.