Voor wie goesting heeft in een ontroerend filmpje, hieronder of in de cinema.
Home. Yann Arthus-Bertrand. Verwondering. Verbijstering.
Hierzo: http://www.youtube.com/homeproject

Voor wie goesting heeft in een ontroerend filmpje, hieronder of in de cinema.
Home. Yann Arthus-Bertrand. Verwondering. Verbijstering.
Hierzo: http://www.youtube.com/homeproject

Echt waar. Wij verwarmen groen, wij wassen groen, wij drogen groen (eigenlijk nog niet helemaal, maar handdoeken uit de droogkast zijn zoooooveel zachter dan handdoeken die buiten gedroogd zijn), wij verlichten groen, wij computeren groen, wij strijken groen (alhoewel nog altijd dik tegen mijn goesting), … Gas en electriciteit zijn hier sinds deze maand volledig groen, en dat heeft mij heel weinig moeite gekost (in termen van papierwerk), dat is enorm vlot verlopen (in termen van omschakeling) en dat is ook nog eens voordeliger (niet zo veel, maar alleszins niet duurder) in termen van centen.
’t Is alleen jammer dat er daadwerkelijk geen groene energie bij ons thuis komt, zo gaat dat jammer genoeg niet. Dus die zonnepanelen komen er ook nog wel aan op een dag.
En over die hele verkiezing gisteren: wat moet een mens daar nu van denken? De kiezer heeft altijd gelijk zegt men, maar is dat wel zo? Ik ben daar zelf niet zo zeker van, hoeveel mensen waren degelijk geïnformeerde kiezers? Hoeveel mensen hebben gestemd voor een programma en hoeveel omdat ze ’t nu eenmaal nen toffe vinden, ’t is nog ne schone vent ook, hij heeft ooit eens geholpen toen onze straat moest heraangelegd worden, ik heb er nog ooit een pint mee gedronken… Nu ja, als zoiets werkt, werkt het, dus wie ben ik om te zeggen dat je ’t niet zou mogen uitbuiten?
Maar wat te denken van die uitslag? Dat de partij die Mohammed liever kwijt wil toch serieus op haar donder krijgt (waarvoor dank en bravo), maar dit dan eigenlijk gebeurt ten voordele van een partij die eerder Jean-Pierre en Francine buiten wil? Ik snap er weinig van en het is ook niet aan mij om daar veel over te snappen. Dus: dames en heren verkozenen, ik ben er zeker van dat u allen uiteraard naar best vermogen uw volk zal vertegenwoordigen en ik wens u dan ook alle succes om u toch maar bezig te houden met zaken die het verschil kunnen maken.
En blijven jullie nu mijn facebookvriendjes? 😉
En u mag zelfs twee keer nadenken voor u stemt. Of drie keer. Of alle partijprogramma’s uitpluizen. Of debatten meevolgen. Maar liefst van al: twee keer nadenken. En de stemtest doen, één van de vele. Niets wetenschappelijks, maar wel al een eerste keer nadenken.
Stel dat ze u achteraf vragen waarom, dan moet je toch een zinnig antwoord kunnen geven? Nietwaar broer?
Dat ik een watermeloen was wist ik al, dat dat paars zou geven klopt niet. Maar ik kan wel leven met een derde plaats, bij een stemtest met weer te weinig nuances:
En? Durft u?
O! En hier klikken voor Europees.
wat zou je dan studeren? Zou je überhaupt studeren? Meer, minder, iets anders? Op kot, niet op kot? In Leuven, Gent, Antwerpen, Ieper University?
Bij mij is het antwoord tamelijk duidelijk: ik zou iets anders studeren, jawel. Ik zou me niet meer laten doen door één of andere meneer van het PMS/CLB die me te onverstandig acht om unief te doen, en al zeker geen biologie of (dier)geneeskunde. Ik zou niet luisteren naar meneren die denken dat ik immatuur/prematuur ben, niet de gepaste unief-mentaliteit heb. En al zeker niet omdat die conclusie het resultaat is van een test die ik tegen mijn zin heb ingevuld.
Ik was zeker geneeskunde gaan studeren. Nah. In plaats van tegen mijn goesting psychologie te beginnen omdat er weinig andere opties waren (ja, ik ben er zo één). ’t Is uiteindelijk toch nog goed gekomen, maar ik mag er niet aan denken wat er van me zou geworden zijn was ik echt in het werkveld van de psychologie gekomen. Ik zou dat niet aankunnen, zo van die therapiedingen en praatgroepen en al. Veel te veel betrokken bij zo’n dingen. Ik zou ze allemaal bij mij in huis nemen, die mensen die bij mij op consult komen. En op zondag een grote gezamenlijke pannekoekenslag organiseren en cakes bakken.
Overgelukkig ben ik hier in mijn huidige speel- en leertuin. Ik denk niet dat ik als arts of bioloog zoveel gelukkiger zou geweest zijn. En u?
Ik ben een omnisporter. Maar geen echte. Want echte omnisporters die doen -tig verschillende sporten in één week. Bij mij moet je die situeren over een periode van 12 jaar.
Omnisport door mezelf, de feiten. Deel 1: rondjes lopen in het park tijdens de studententijd. Deel 2: met veel overgave fitnessen toen ik net begon te werken. Deel 3: Gaan samenwonen, fitness was te ver, dan maar over de middag zwemmen in een dichtbij gelegen zwembad. Deel 4: Zwem-collega vertrekt, en sporten beperkt zich tot het stevig doorstappen naar de koffie-automaat, lopen om een trein te halen, twee zonen opheffen en met een volle wasmand de trap oplopen.
Alhoewel sporten me echt wel kan bekoren, en ik er ook ontzettend veel deugd van heb, kwam het er al een tijdje niet meer van. En op de duur raakt een mens daar gefrustreerd van. Want het is echt wel van willen, maar niet kunnen. In m’n eentje gaan zwemmen gaat niet aangezien ik ‘van mijn eigen’ gewoon geen steek zie (lenzen moeten uit en zwemmen met een bril aan is ook maar onnozel), fitnessen kan wel, maar ik vind het te stom om 10 minuten in de auto te moeten zitten vooraleer je überhaupt kan gaan sporten (neeje, er is geen superdeluxe fitness-centrum in Sellewie), blijven nog over: fietsen en lopen. Gezien eerdere positieve ervaringen met lopen was de keuze dus al snel gemaakt. Twee dagen per week start ik vroeger met werken, stop ik vroeger met werken om daarna nog met haar mijn kilometers te lopen. En hopelijk kan daar in het weekend nog eens een loopje bij.
Waarom ik dit meedeel? Sociale druk, waarom anders?
Op 1 februari zijn wij voor onze aardgas overgeschakeld naar de groene rakkers van Lampiris. Om ons geweten te sussen en om te besparen. Want dat kan dus twee-in-één. Deze maand onze eerste afrekening: 17 euro minder per maand. De moeite waard dus. En over enkele maanden schakelen we over naar Ecopower voor onze elektriciteit.
En nadat deze zomer de voordeur, garagepoort en raamkozijnen in het groen werden geschilderd, denken wij dat wij op dit moment zowat het groenste huis van onze steenweg straat hebben. Nu nog pleegouder worden van een groen marsmannetje en we zijn er.
wat dus ook wil zeggen dat ik gezwicht ben. De angst om als meest slechte moeder ter wereld gebrandmerkt te worden zit er dus diep in. Moest ik het doen voor mijn kinderen? Blijkbaar niet, Benne heeft die boom nog geen blik waardig gegund. Fries vond de lichtjes interessant zolang ze op de grond lagen, nu die in de boom hangen is de leut er ook van af. Ik heb een soort belletje nodig dat me zegt die die lichtjes moeten branden, anders staat die boom daar gewoon te staan, zonder een beetje te fonkelen. Zelfs in mijn eigen huis geen rust voor de ogen meer, ook hier brandt of flikkert het. De Bond voor Bescherming van de Traditie bij het Jonge Kind mag dus tevreden zijn.
– de derde spruit van Nyklyn. Nieuwe gok: 17 december!
– de dag dat Fries beslist om niet meer ziek te zijn, vanmorgen had het ventje 38.9 graden koorts.
– een paar dagen vakantie, of zelfs twee weken vakantie voor die echtgenoot van me.
– een dansje doen met Benne zodat hij weer een kwartier zit na te schokken van zijn lachen, gieren en brullen
– ongegeneerd nieuwe kleren mogen kopen voor Benne en Fries want ze moeten er toch proper bij lopen bij al de komende familiefeesten
– het einde van eindejaar…
want wij kijken niet uit naar:
– slecht nieuws over mijn memeetje, of slecht nieuws tout court, bij wie dan ook
– die onnozele kerstversiering. ’t Spijt me, maar mij doet dat niets, echt niets. Ik denk dan aan: jammer van die boom die ze van zover hebben moeten laten komen, die uitlaatgassen van de vrachtwagen, die kerstlichtjes die toch nog veel te veel energie verbruiken, die boom die op een kruipende kleine kan vallen, het feit dat ik ten vroegste 20 december tijd heb om die boom te zetten. En dat die pas na 9 januari terug zal weggezet kunnen worden. Ik zoek gewoon uitvluchten, ik ben een seut wat dat betreft.
– een onthaalmoeder voor Fries! Leve het systeem van overmacht, van externe redenen, van dringende opvang. Eender hoe men het noemt, maar dankzij die dingen kunnen wij al vanaf januari terecht bij de nieuwe onthaalmoeder van Fries. Hiep hoi! En Benne mag niet mee, nee. Benne start op 2 februari met school, da’s over 99 dagen. We denken dat we goed bezig zijn met volgende redenering: het ventje heeft op 18 december zijn laatste dag bij onthaalmoeder Ilse, dan 2 weken kerstvakantie thuis, dan zou hij nog 4 weken naar een andere onthaalmoeder moeten met andere gewoonten en kindjes. Om dan op 2 februari weer in een hele nieuwe wereld gegooid te worden. Enfin, het spreekt voor zich dat wij puur redeneren uit compassie met dat ventje en er dus wel voor zullen zorgen dat we grootouderlijke opvang vinden of zelf verlof opnemen voor die periode.
– een fantastische babysit! Jawel, voor de eerste keer een babysit in huis van de Gezinsbond. Voordien sleurden we onze zonen altijd mee, of gingen ze overnachten bij de grootouders. Maar ‘de tijd was rijp’, zo vonden we. En daar kwam Leen, 18 jaar, blond (niet onbelangrijk) en vooral heel geestig. Om het met televisionele taal te zeggen: “We hadden zoiets van… d’er was ne klik van ’t eerste moment…” We moeten wel zeggen dat we al op voorhand gescoord hadden bij Leen door aan de voordeur een tekening te hangen die Benne eigenhandig had gemaakt. En toen Benne haar nog een handje kwam geven, smolt ze helemaal. Maar ’t is in deze tijden van crisis belangrijk om nog zekerheden te hebben. En een goede babysit is daar één van.
– een arsenaal aan signalen van oververmoeidheid! Koortsblazen, vertraagde reactietijd tijdens het autorijden, beetje algeheel herfstgevoel, al kan dat ook liggen aan:
– een beslissing: met een hoge en toenemende graad aan allergie voor huisdieren en de zekerheid dat onze zonen mijn aanleg voor allergie geërfd hebben, moest er beslist worden wat we met Viggo en Diezel zouden doen. Ja, ’t is maar nen hond, en ja, dat beest zal ook wel ergens goed terechtkomen, maar ja: wij zien die zo graag ook al vloeken we soms als die bruine loebas weer eens begint met een blafsalvo. Te weten dat ‘diene bijna niet te onderhouden groten hof’ in onze achtertuin er grotendeels is voor die honden, zodat ze overdag, als de baasjes aan het werk zijn, toch ook niet de hele tijd opgesloten zitten en veel plaats hebben om te lopen, op elkaar te kruipen, hun gevoeg te doen, in het zonnetje te liggen, te zoeken naar rotte appels van de boom van de buren, te lopen achter katten die plots onze tuin willen verkennen, te blaffen naar luchtballonnen, vuurwerk, een traktor. De momenten waarop ze Lassie-gewijs van helemaal achteraan de tuin naar ons kwamen toegelopen als we naar buiten kwamen zijn niet te tellen. Net zoals de momenten waarop de kwijl van Diezel ervoor zorgt dat je opnieuw mag douchen. ’t Feit is: het ziet er naar uit dat dit herinneringen zullen worden. Tenzij iemand ons een wondermiddel aan de hand kan doen.
* vouwt handjes samen en kijkt smekend*