Voor wie denkt ’n konijntje op te peuzelen komende zondag:
Roll your eyes
Kerk en kerkhof
Ik ben daar niet zo voor, voor kerken en van die dingen. Te beladen, te bombastisch, te veel van moeten rechtstaan, moeten zitten, moeten wandelen. Zaterdag zat ik weer in zo’n kerk. Niet geheel tegen mijn gedacht echter. Er moest afscheid genomen worden, en dat moest verdorie een Afscheid zijn. Maar wel heel onwezenlijk en met momenten verdomd lastig. Dan komen de rillingen, het staren, de ware betekenis van woorden als ‘nooit’ en ‘weg’; dan komt het besef. Je weet dat je weer wat minder kleindochter bent, dat je weer een rang bent opgeschoven in de hiërarchie van het leven.
En dat het even verder markt is, en dat er die dag mensen getrouwd zijn, en dat er kindjes geboren zijn, en dat het ’s avonds fuif is, waar nieuwe jonge koppeltjes gemaakt worden… Dat die hele wereld gewoon blijft draaien. En maar goed ook, ’t moet niet anders zijn.
…
Ergens op deze wereldbol, niet zo ver van hier, ligt een vrouw. Een Dame. Een Moeder. Een Oma. Met hoofdletter, jawel. Men moest er eens aan durven twijfelen.
Een vrouw die alle clichés overstijgt, een mooie vrouw; zelfs die van Knokke-Zoute zouden er hun hand voor geven om eruit te zien zoals zij. Een prachtige blouse, sierlijke en slanke handen, verzorgde nagels. De lippen plechtig op elkaar, met een minzame en mysterieuze glimlach. Zo fragiel, maar zo indrukwekkend. Haar huid zacht bruin, alsof ze net van één van haar vroegere reizen terug is.
Het is haar laatste reis geweest, hier op deze wereldbol. Ze zal het niet meer in geuren en kleuren vertellen welke paden ze allemaal heeft bewandeld, welke mensen ze heeft leren kennen en of ze nog zou teruggaan. En al dan niet met dezelfde mensen.
’t Is voorbij. Officieel, op 14 maart 2009.
verzadigd
Een mens kan de mond vol hebben over hoe anderen het best kunnen sterven. Je kan jaren aan een stuk blijven beweren dat sommige mensen teveel afzien, dat het beter is om die mensen niet nodeloos te laten lijden, dat het allemaal menswaardig moet blijven, … Vaak zeg je dat omdat je het er zelf moeilijk mee hebt om mensen te zien lijden. Omdat je je zo machteloos voelt, omdat je gewoon bent om over zoveel controle te hebben, dat je er niet mee kan omgaan dat je zoiets fundamenteels niet eens kan controleren. Dat je toeschouwer bent van een vertrek, een wegtrekken, een gaan. Een afscheid zonder weerzien.
Je kan blijven palaveren over wat het beste is, dat jij wel zal zorgen dat het niet zo ver moet komen als je zelf ooit in zo’n situatie zit. Dat het maar goed is dat er euthanasie bestaat, dat iedereen dat voor zich moet beslissen. En zo kan je een hele middag kwebbelen en tetteren. Inhoudsloos tetteren en je eigen mening verkondigen.
Mijn mening, al te vaak en al te veel emotioneel onderbouwd, is goed voor een ander, merk ik nu. Ik ben niet zo progressief als het gaat over mijn eigen mémé. Ik weet: het is beter dat ze enkel nog vocht krijgt, ze krijgt het trouwens toch maar half binnen, alhoewel ze gretig haar mond opent als je met de beker dichterbij komt. Het is beter dat ze geen pralines meer krijgt van mijn pépé, alhoewel hij nu ook op zoek zal moeten gaan naar een andere manier om zijn liefde te tonen. Het is beter dat ze verzadigd van het leven haar ogen kan sluiten, dat ze gaat voordat de pijn haar inhaalt, dat ze zich kan en mag overgeven en er geen strijd van moet maken, dat ze mag loslaten, als ze wil. Dat weet ik wel allemaal.
Ik denk: blijf nog even. Nog even, tot we klaar zijn voor iets waar je nooit klaar voor bent. Blijf dus nog maar even. Als het voor jou niet al te lastig is.
en toen was er een honderdste poging tot concentratie
maar het lukt precies niet te goed vandaag. Ik weet totaal niet hoe het mijn mannen zal vergaan vanaf morgen. Zullen ze überhaupt wel aankomen, gaat dat wel lukken, zo een éénjarige bij de onthaalmoeder afzetten, een kleutertje aan school afzetten en dan nog zelf op tijd op school raken? Zal dat ’s avonds lukken, zo met een baby op de arm die zijn voeten enkel gebruikt om heen en weer te zwaaien, een kleuter aan de hand die wellicht weer door zijn knietjes zakt van vermoeidheid? En dan nog een verzorgingstas, een grote boekentas en een kleine rugzak? Gaat dat allemaal wel lukken en waarom voel ik me zo overbodig en zo’n ontzettend slechte moeder? Nogal een geluk dat dat huis waar we in wonen groot genoeg is zodat ik me nog nuttig kan maken met kuisen. Yihaa!
Misschien is het beter om de komende weken niet meer op bezoek te komen op deze webstek, u zou zich weleens kunnen ergeren aan zoveel futiliteiten 🙂
Bumba-peuter praat later…
Gooi die dvd’s dus buiten en speel met kinderen! Ontspannend voor de ouders, en op alle vlak goed voor het kind!
BRUSSEL – Peuters die vaak voor de tv zitten, zijn trager met praten. Ook hun geheugen en aandachtsspanne doen onder. Peuters die regelmatig televisiekijken, doen hun ontwikkeling daarmee meer kwaad dan goed. Dimitri Christakis van de universiteit van Washington en van het Seattle Children’s Research Institute waarschuwt in het vakblad Acta Paediatrica voor een vertraagde taalontwikkeling en aandachtsproblemen. Ook het nut van speciaal ontwikkelde peuter-dvd’s is volgens hem niet bewezen. Experts maken zich al een halve eeuw zorgen over de invloed van tv-beelden op baby’s en peuters, maar pas de jongste jaren druppelen de bewijzen binnen dat die zorg terecht is, volgens Christakis. Hij poolde 78 studies uit de voorbije kwarteeuw en zet de conclusies op een rijtje. Vooral de taalontwikkeling loopt bij verstokte tv-kijkertjes vertraging op, schrijft hij. Kinderen onder een jaar die meer dan twee uur per dag voor tv zitten, hebben zes keer meer kans op een taalachterstand. En kinderen tussen zeven en zestien maanden die vaak dvd’s kijken, kennen minder woordjes dan kinderen die dat niet doen. De Amerikaanse vereniging van kinderartsen raadt tv-kijken in de eerste twee levensjaren daarom af, maar dat advies leggen ouders massaal naast zich neer, omdat ze ervan overtuigd zijn dat tv-kijken goed is voor de ontwikkeling van de hersenen. Daarvoor is geen enkel bewijs, volgens Christakis. ‘De vele scènewissels, felle kleuren en schelle geluiden zorgen juist voor overstimulering. Het is gewoon te veel voor een brein in ontwikkeling.’ Ruim een op de vijf ouderparen bekende zijn spruit voor de tv te zetten om even tijd voor zichzelf te hebben. Hoewel Christakis daar begrip voor kan opbrengen, vindt hij het niet iets om naar te streven. Ook de ‘educatieve’ dvd’s die op de markt worden gebracht omdat ze gunstig zouden zijn voor de ontwikkeling van peuters, vindt Christakis te mijden. ‘Daar is geen bewijs voor geleverd’, zegt Christakis, die ouders waarschuwt voor de gladde praatjes van de pr-afdelingen van mediamaatschappijen. In hun eerste twee levensjaren horen kinderen vooral met de blokken en met hun ouders te spelen, zegt hij. Televisiekijken kan altijd later nog. (hvde)
meme
Het is al een tijd geleden dat ze opeens drie porties aardappelen begon te schillen, of driemaal haar vuur ging aanleggen om die aardappelen te koken.
Het is al een tijd geleden dat ze heel kort en vinnig reageerde toen je haar dat zei, ze had altijd wel een reden: patatten heb je nooit genoeg geschild of klaargemaakt.
Het is al een tijd geleden dat ze nog namen kon onthouden van nieuwe liefjes van haar kleinkinderen. Bij mijn lief, nu officiële wederhelft, sprak ze wel de waarheid: ze vroeg telkens wie die ‘skone vent’ was. Ze wist wel nog hoe ze me kon doen glunderen.
Het is al een tijd geleden dat ze hartelijk begon te lachen toen ik zei dat we dan eens gingen dansen, en naar de knappe venten zouden kijken, en wat glaasjes wijn drinken. Haar ogen glinsterden nog wel, het gelach werd minder. Ondanks het feit dat al die venten ons wel zouden trakteren, dat spreekt voor zich.
Het is al een tijd geleden dat er duizend zorginstanties gecontacteerd werden om haar zo goed mogelijk thuis te kunnen verzorgen. Dat ze een ferm bed kreeg, dat er een halve kliniek in haar huis werd geïnstalleerd. En drie dochters die zich ontpopten tot allround-verpleegkundigen.
’t Gaat zo snel, maar ’t is echt nog niet lang geleden dat ze me uitlegde hoe haar prachtige naaimachine werkte, hoe ze kon strijken zonder strijkplank, hoe ze me op de vingers tikte toen ik stiekem in pepe’s duivenkot aan zijn materiaal had gezeten, hoe ze half lachend zei dat we weer haar halve zolder in de garage hadden afgebroken, hoe ze door mijn haren streek en zei: mijn blond meiske.
En nu strijk ik door haar haren, zeg: mijn schoon blond meiske. Mijn memeetje. Je zal de weg ook wel vinden zonder pepe, die moet nog even blijven. Jij moet ook blijven, maar dan liever zoals in mijn kindertijd.
Hopelijk is het stil in je hoofd, is er rust, een lichtheid. ’t Is een vreemd afwachten.
het leven zonder
Benne staat een minuut door het raam te turen en vraagt dan: “Waar zijn de ondjes?”. Wij zuchten en zeggen voor de tienduizendste keer dat ze naar een ander huisje zijn en hopelijk snel een nieuwe thuis kunnen vinden.
’s Morgens doe je de restjes van Friesjes boterhammen in een potje. ’s Middags giet je de overschotjes van de aardappelen, groenten en hopelijk veel vlees samen in een grotere pot. Dat gaat de koelkast in. Of nee, niet meer. Die restjes moeten we vanaf nu weggooien. Leve de verspilling, na vijf jaar hoef ik niet meer te letten om nog een stuk vers vlees over te laten. Vis aten ze trouwens ook graag, die harige sloebers.
’s Avonds kom je thuis en het is vreemd dat het zo stil is. Geen geblaf, geen dikke staart die tegen het venster slaat. Geen over en weer geloop in de tuin. Een mens zou er zich eenzaam van gaan voelen op den duur. De vensters buiten zijn nog altijd niet gewassen. We zijn het nu al zolang gewend dat ze altijd onmiddellijk terug vuil werden, laat ze nu maar ook nog een tijd vuil blijven.
Aan de achterdeur staat een bakwagen, gevuld met hout. Die kunnen we zien door het venster van de achterdeur. In het snel voorbijlopen schiet af en toe mijn hoofd naar achter omdat ik meen één van de honden gezien te hebben. Meestal Diezel, die had nog het meeste weg van een bakwagen.
We moeten leren om onze deuren op slot te doen. Tot vorige dinsdag hadden we een grenzeloos vertrouwen in onze eigen veiligheid. Die achterdeur mocht openblijven, er zaten toch twee honden? Dat die honden zo’n ontzettende brave hannesen zijn dat ze eender wie zouden binnenlaten en hen nog de weg wijzen naar onze twee aftandse computers kwam eigenlijk nooit bij ons op. Tot nu, onze vuurlinie in de vorm van twee honden is gebroken. Vanaf nu gaat de deur op slot.
De allergische reactie op een kennel vol honden heeft drie dagen geduurd. Ik was echt content dat ik zo mottig was. Een bewijs, zeg maar, van wat de dokter eerder zei. Had ik niet moeten gereageerd hebben dan was de twijfel al lang weer toegeslagen. Nu is er enkel wat eenzaamheid, een zielig gevoel, een leegte, kolère, verweesdheid. Om dan terug wakker te worden en te beseffen dat er echt wel veel erger dingen zijn dan dit. Maar ’t moest er eens uit. Voila.
Viggo&Diezel
Als je vijf (Viggo) en vier en een half (Diezel) jaar met elkaar hebt samengewoond, dan doet dat iets met een mens als je moet afscheid nemen. Juist, we hebben nooit in hetzelfde bed geslapen, al scheelde het soms niet veel. En samen aan de ontbijttafel was ook niet op gelijke hoogte, maar Viggo zat wel keurig aan tafel te wachten. Viggo & Diezel, dat zijn zo’n beetje onze blaffende kinders, die hebben wij opgevoed, daar zijn wij mee naar de hondenschool geweest, waar we hen hebben verdedigd tegen dikkenekken die vonden dat Viggo ‘genen echten’ was omdat hij geen stamboom had, waar hij plots geen echte hond meer was omdat meneertje niet graag op jacht ging of niet graag ging zwemmen. Hoeveel keer hebben wij ons niet verontschuldigd bij de buren voor meneer Viggo’s blafsalvo toen hij vond dat het eten niet snel genoeg kwam. Voor de meeste honden is het uithalen van de potten het signaal om te beginnen kwispelen, want de meeste honden leggen wel die link: potten uithalen = eten krijgen binnen de vijf minuten. Voor Viggo was vijf minuten altijd te lang. Het moest potten uithalen zijn met het eten er al direct in. Diezel liet het allemaal over hem gaan, hij was zo’n beetje de Onslow van de twee. Altijd gezapig, vriendelijk, aanhankelijk, beetje dom (of net heel slim dat hij enkel deed wat hij wou doen), beetje luiwammes. Maar wel de baas van de twee, hij zou in zijn eentje de wereld redden mocht het nodig zijn.
Dat ze zoveel kleren, stoelen, … kapot geknabbeld hebben was nooit een punt van ergernis, dat we vaak niet op reis of weekend zijn geweest was ook nooit erg, dat deden we graag, dat we een huis gekocht hebben in functie van hen (ne groten hof, dat moest het zijn): dat doe je gewoon als je je twee blaffende koters graag ziet. Dat enkele maanden geleken bleek dat moeder hoog allergisch is geworden aan alle huisdieren kon ons nog niet zoveel maken (demo van de allergie in de vorm van natte zakdoeken en opgesmulde dafalgans kan u komen bewonderen ten huize van). We waren dat al gewend, kwestie van aanpassing, niet? Dat de reden waarom onze Fries-bee al 11 maanden de ene hoest na de andere heeft misschien ook aan loebassen V&D te wijten kon zijn: dat deed al wat meer zeer. Toen moest er wel een beslissing genomen worden.
Dat we ze vandaag naar een asiel hebben gedaan omdat we zelf geen (volgens ons) geschikte opvang vonden: dat vergeven we onszelf nooit. En Viggo&Diezel moeten het ons ook niet vergeven. Zoiets doe je gewoon niet. Eeuwig schuldgevoel zal ons deel zijn. En ontzettende bleitsoepe bij de kleinste poedel die ons maar een beetje zal herinneren aan onze twee loebassen. Voor ons liever geen feestjes, tenzij onze hundies vlug geplaatst kunnen worden. In het asiel zeiden ze dat dat heel vlug zou gaan (tuurlijk, die ogen van die honden nog niet gezien, zekerst?). Wij mogen het hopen. Tot die tijd is er weinig reden tot feesten, wat ons betreft.
Dedees zet hier normaal nooit foto’s van haarzelf, bij hoogste uitzondering nu dus wel.
er staat een boom
wat dus ook wil zeggen dat ik gezwicht ben. De angst om als meest slechte moeder ter wereld gebrandmerkt te worden zit er dus diep in. Moest ik het doen voor mijn kinderen? Blijkbaar niet, Benne heeft die boom nog geen blik waardig gegund. Fries vond de lichtjes interessant zolang ze op de grond lagen, nu die in de boom hangen is de leut er ook van af. Ik heb een soort belletje nodig dat me zegt die die lichtjes moeten branden, anders staat die boom daar gewoon te staan, zonder een beetje te fonkelen. Zelfs in mijn eigen huis geen rust voor de ogen meer, ook hier brandt of flikkert het. De Bond voor Bescherming van de Traditie bij het Jonge Kind mag dus tevreden zijn.




