’t is gebeurd

zou Erik zeggen…

Vandaag is de laatste dag van Benne en Fries bij hun onthaalmoeder Ilse. En daar reageer ik toch verrassend emotioneel op. Misschien in combinatie met oververmoeidheid en nog een stuk of 10 andere zorgen, maar ’t is een feit dat de waterlanders wel heel dicht zitten.

Hoe vaak heb ik niet gezegd tegen mijn echtgenoot dat Ilse, de onthaalmoeder, het enige goede was aan Sellewie, dat stuk verzameling van bakstenen dingen. Dat Ilse een vriendin geworden is, is teveel gezegd, maar we konden wel goed met elkaar babbelen, ik amuseerde mij ermee, ik vind ze een toffe madam. En Benne en Fries ook. Een onthaalmoeder/onthaalgezin is toch helemaal anders dan een crèche. ‘Ons Ilse’: een lieve, die mijn kinderen al bijna even graag zag/ziet als ik doe. Een rustpunt, die me hielp toen ik weer met vragen zat over vreemde ziektes, rare manieren en het doen en laten van mijn zonen. Een zekerheid in ons leven, bij Ilse konden we altijd terecht. En nu niet meer, en het is ontzettend jammer dat Fries niet langer bij haar kon blijven, hopelijk geeft zijn nieuwe onthaalmoeder hem een even goede basis mee als Benne heeft meegekregen.

En nu ga ik mijn kindjes afhalen en een potje bleiten.

ilse

peuter-opportunisme

kleine B.: “Maamaa, kom es ier!”

mama: “Ben daar, momentje!”

kleine B.: “Maamaa, hier komen, komen spelen?”

mama: “Waar is asjeblief?”

kleine B.: “Maamaa, kom es hier! Asjebief!”

mama gaat naar de woonkamer, alwaar ze meteen op haar knieën zou moeten kruipen om paardje te spelen.

mama: “Benne, mama heeft een beetje pijn aan haar hoofd, ze zou liever nu een beetje rusten en niet spelen.”

kleine B.: “Pijn? Zoentje geven?”

Kleine Benne neemt mama’s hoofd vast en geeft er een aantal zoentjes op.

kleine B.: “Voila, pijn weg! Mama paadje spelen? Benne pakken?”

Zucht.

En bij deze wensen Benne en Fries kameraad Thorben veel ‘piep piep poera’s’ met zijn kleine zus Ninke!

en toen was er:

– een onthaalmoeder voor Fries! Leve het systeem van overmacht, van externe redenen, van dringende opvang. Eender hoe men het noemt, maar dankzij die dingen kunnen wij al vanaf januari terecht bij de nieuwe onthaalmoeder van Fries. Hiep hoi! En Benne mag niet mee, nee. Benne start op 2 februari met school, da’s over 99 dagen. We denken dat we goed bezig zijn met volgende redenering: het ventje heeft op 18 december zijn laatste dag bij onthaalmoeder Ilse, dan 2 weken kerstvakantie thuis, dan zou hij nog 4 weken naar een andere onthaalmoeder moeten met andere gewoonten en kindjes. Om dan op 2 februari weer in een hele nieuwe wereld gegooid te worden. Enfin, het spreekt voor zich dat wij puur redeneren uit compassie met dat ventje en er dus wel voor zullen zorgen dat we grootouderlijke opvang vinden of zelf verlof opnemen voor die periode.

– een fantastische babysit! Jawel, voor de eerste keer een babysit in huis van de Gezinsbond. Voordien sleurden we onze zonen altijd mee, of gingen ze overnachten bij de grootouders. Maar ‘de tijd was rijp’, zo vonden we. En daar kwam Leen, 18 jaar, blond (niet onbelangrijk) en vooral heel geestig. Om het met televisionele taal te zeggen: “We hadden zoiets van… d’er was ne klik van ’t eerste moment…” We moeten wel zeggen dat we al op voorhand gescoord hadden bij Leen door aan de voordeur een tekening te hangen die Benne eigenhandig had gemaakt. En toen Benne haar nog een handje kwam geven, smolt ze helemaal. Maar ’t is in deze tijden van crisis belangrijk om nog zekerheden te hebben. En een goede babysit is daar één van.

– een arsenaal aan signalen van oververmoeidheid! Koortsblazen, vertraagde reactietijd tijdens het autorijden, beetje algeheel herfstgevoel, al kan dat ook liggen aan:

– een beslissing: met een hoge en toenemende graad aan allergie voor huisdieren en de zekerheid dat onze zonen mijn aanleg voor allergie geërfd hebben, moest er beslist worden wat we met Viggo en Diezel zouden doen. Ja, ’t is maar nen hond, en ja, dat beest zal ook wel ergens goed terechtkomen, maar ja: wij zien die zo graag ook al vloeken we soms als die bruine loebas weer eens begint met een blafsalvo. Te weten dat ‘diene bijna niet te onderhouden groten hof’ in onze achtertuin er grotendeels is voor die honden, zodat ze overdag, als de baasjes aan het werk zijn, toch ook niet de hele tijd opgesloten zitten en veel plaats hebben om te lopen, op elkaar te kruipen, hun gevoeg te doen, in het zonnetje te liggen, te zoeken naar rotte appels van de boom van de buren, te lopen achter katten die plots onze tuin willen verkennen, te blaffen naar luchtballonnen, vuurwerk, een traktor. De momenten waarop ze Lassie-gewijs van helemaal achteraan de tuin naar ons kwamen toegelopen als we naar buiten kwamen zijn niet te tellen. Net zoals de momenten waarop de kwijl van Diezel ervoor zorgt dat je opnieuw mag douchen. ’t Feit is: het ziet er naar uit dat dit herinneringen zullen worden. Tenzij iemand ons een wondermiddel aan de hand kan doen.

* vouwt handjes samen en kijkt smekend*

grmpffff

– Onthaalmoeder zou stoppen op 1 juli 2009, stopt nu eind 2008. Veel vloeken was er niet bij, wij begrijpen dat er soms minder fijne beslissingen moeten genomen worden. Maar leuk is het niet, want het is echt wel een hele goeie, een ‘gouden’ of ‘een hoedne’ zoals men dat hier zo schoon weet te formuleren. Echt snif.

– Fries wordt met de dag nijdiger. Dat ventje wil al staan, maar kan het gewoon nog niet. Amper ne wup groot en dat wil al lopen en springen en huppelen en misschien nog even gauw een diploma halen. Om het even wat mooi te formuleren: hij heeft temperament, voila.

– Een allergie aan huisdieren kan je krijgen, dat is niet aangeboren. En dat kan verergeren. En dat kan veel vermoeidheid, aanhoudend hoesten en veel snotneuzen verklaren. En dat zorgt voor problemen als je twee honden hebt. En voor grote dilemma’s en keuzes die een mens liever niet maakt.

– Kennen ze RSS-feeds in het hiernamaals, aan den overkant? Zouden ze daar internet hebben? Zouden trouwe lezers daar ook nog de wereldse avonturen kunnen volgen om zich dan even goed te bescheuren van het lachen om zoveel pietluttigheid? Als het zo is, ’t ga je goed, H.!

en toen waren ze moe

*zaag- en klaagpost*

Hij gaat het nooit zomaar zeggen, dat hij moe is. Als hij plots toch wil slapen, dan is dat omdat hij denkt dat er boven iets leukers te beleven valt, of dat hij gewoon zin heeft om weer nagel te spelen. Als hij echt, maar dan ook echt moe is, dan wrijft hij in zijn oogjes. Niet te opvallend, niemand mag het zien. Of valt hij met zijn hoofd in zijn bord, in slaap. Bij de onthaalmoeder, over de middag. Dan is Benne te moe.

Ook Fries is een vechtertje, tegen de slaap. Zijn ogen mogen rood zien van het frotten en wrijven, toch kan er een lachje af. Ze moeten het allebei geërfd hebben van mij, moeder Gans. Als moeder Gans moe is raakt ze een beetje hyperactief, onnozelheid op het toppunt, flauwe moppen waar alleen ganzen op dat moment mee kunnen lachen, … Volledig te herkennen in Benne en Fries, want die zijn moe, heel moe.

Het zal wat geven als Benne naar school gaat: geen middagdutjes meer zodat hij om 7 uur ’s avonds echt wel compleet achterover met wegdraaiende ogen groggy in zijn zetel zit te zitten. Die groggy ogen gaan we trouwens niet zien omdat hij er heel goed zijn beren zal voor houden. Maar eens hij naar school gaat zal hij wel op een deftig uur moeten slapen. Onze avonden kunnen er alleen maar weer langer op worden. Misschien raakt dat huishouden dan eens voor tien uur ’s avonds gedaan. Leve de school!

Gustje

Oma en opa Konijn zullen gauw een andere naam krijgen van Benne. Want Gustje, het konijntje van ‘konkeKlaas’ en ‘tantSjalotte’, residerend bij oma en opa, verwisselt vandaag het tijdelijke met het eeuwige. ’t Zwart klein hyperkinetisch konijn was al een tijdje niet meer zo actief en werd zieker en zieker. Gelukkig kan je dan beslissen om zo’n beestje dat niet langer te moeten aandoen.

Benne heeft dat nog niet door. Voor hem zal Gustje straks weg zijn, en hij beseft nog niet dat er twee categorieën ‘weg’ zijn: het ‘verstoppertjes-weg’, dat met een luide kiekeboe weer tevoorschijn komt en het ‘grote-mensen-weg’, waarbij je hoopt op een luide kiekeboe, maar weet dat die er nooit gaat komen. En als het om ‘grote-mensen-en-beestjes-weg’ gaat, de stelling dat men nooit nog een dier in huis wil hebben wegens te pijnlijk als je er afscheid van moet nemen.

Als onze honden (nu 5 en 4,5 jaar oud) ‘weg’ zullen zijn, zal Benne wel al ouder zijn, en misschien snapt hij het dan wel al wat meer. Met alle gevolgen vandien. En wellicht het gezeur om een nieuwe hond?

Gust, stamp ze daar!

oeps

Soms kan een blond mens toch zo lomp en stom zijn… Het was me al opgevallen dat de Turkse collega van op het bureau (recht tegenover me) niet meer at over de middag als ik ook toevallig over de middag op het bureau at, of dat hij gewoon de hele dag door niets at (zelfs geen koekje). Dan zat ik daar te smikkelen van boterhammen, salaatjes, fruit (jawel, heel gezond allemaal), en werd er een meter verder niets gegeten. Tot plots een frankje viel, heel langzaam en na een kleine dwarreling zachtjes de werkvloer raakte. Was het misschien ‘de ramadan’, de vastenperiode in de islam waar er tussen zonsopgang en zonsondergang niets mag gegeten worden? Even checken bij vriend internet en jawel hoor, de vastenperiode is gestart op 1 september. En wat lezen we nog meer?

“Wel wordt van ze [= niet-moslims] verwacht dat ze discreet zijn, men vindt dat erg openbaar uitgebreid eten voor het oog van mensen die vasten niet van respect getuigt.”

Goed gedaan dus van mezelf. Ik heb mijn mooiste Engelse sorry bovengehaald, en hij kon er nog mee lachen, de vastende collega. Zei iets in de trant van “Ander land en dan moet ik mij aanpassen…” Uit sympathie laat ik vanaf nu ook de koekjes. Tot één oktober. Dan is mijn koekjesramadan gedaan.

(luxe)dilemma

Er zijn natuurlijk veel erger zaken in de wereld, en het is een ongelooflijke luxe om onderstaand probleem te mogen beschrijven:

De echtgenoot, tevens ‘papa’ genoemd door Benne en ‘brubbrubbub’ genoemd door Fries, geeft les in een school in Avelgem. Benne en Fries zullen les volgen in die school (Benne vanaf februari 2009, Fries vanaf september 2010).

Gevolg: de mama (ja, daar is ze weer) zal nooit om haar kindjes kunnen gaan naar school, zal nooit als eerste een verhaal horen van de kleuterjuf, van haar zonen, van andere ouders, … Alles zal via de papa moeten gebeuren en het resultaat daarvan zal een uiterst beknopte versie van de feiten zijn. Zo zijn mannen nu eenmaal. De geuren en de kleuren worden vaak vergeten. En laat net dat nu het leuke zijn bij verhalen als “Wil je nu eens weten wat die kleine van jou deze namiddag gedaan heeft? …”.

Het komt er dus op neer dat die mama dus een beetje ambetant loopt, uit schuldgevoel, uit gevoel te falen omdat ze nooit om haar kindjes zal kunnen gaan naar school. Tenzij ze natuurlijk beslist om eigenhandig een nieuwe soort brandstof uit te vinden die ervoor zorgt dat ze in (goedkope) sneltreinvaart van Kortrijk naar Avelgem kan vliegen en dan terug naar Sellewie (’s avonds) of van Sellewie naar Avelgem en dan terug naar Kortrijk (’s morgens). Valt het op dat een mens soms tijd over kan hebben?

U zegt? Breng ze dan naar school in Sellewie city zelf? Ja, daar is een school, maar daar is geen opvang mogelijk op woensdagnamiddag en ook op vrijdag start het weekend al om 15 uur. De werkgevers zullen het graag horen. En grootouders twee keer per week naar daar sleuren om hun kleinkinderen op te halen vinden we nu ook weer zo onnozel.

Zijn er andere mogelijkheden (behalve ze thuis houden tot ze de leeftijd bereiken waarop je als ouders liever niet meer naar school gaat wegens een te grote angst voor wat ze nu weer uitgespookt hebben)? Of is dit weer zo’n typisch probleem van werkende ouders waar je niet anders kan dan je erbij neer te leggen?

goed humeur en slecht humeur

Des morgens in een huisje in Sellewie:

Kindje 1: kleine Fries ligt te brabbelen als mama hem komt halen. Direct de breedste smile op de toonbank, stralende oogjes die je vol verwachting aankijken: “Hei, moeder, wat voor leuks zullen we vandaag doen? Ga je me terug kietelen? M’n buik opeten? Hoeveel keer ga je vandaag in mijn mond zitten wroeten op zoek naar tanden?” Het weze duidelijk dat opstaan met Fries een plezier is.

Kindje 2: Benne is wakker of ligt nog te slapen. Een slaperige blik, maar toch kan hij heel vastberaden zijn beren vastnemen en de tut in zijn mond stoppen. Hij gaat gewillig mee naar beneden. Je zet hem neer, op zijn stoel, in de zetel, op de grond, … om het even waar, maar haal het niet in je hoofd om  hem nu te verplaatsen richting badkamer. Dan kijkt meneer je aan met zo’n norse en kwaaie blik: “Hei, moeder, wat ben jij wel met mij van plan? Heb jij niet door dat ik nog moe ben? Is je dat nu nog niet duidelijk door mijn gigantisch ochtendhumeur? Nee, je kan me niet paaien met een douche of kattenwasje. Nee, het kan me niet schelen of ik veel mag spelen of niet vandaag, en nee, of je nu tonnen cornflakes en boterhammen voor m’n neus zet: laat me maar lekker alleen met m’n zielige zelf.” En om die gedachtegang te onderstrepen hoort daar natuurlijk ook het gestamp en gekrijs bij wanneer je de pyama wil afdoen.

En als ze dan vertrekken? Op weg naar de onthaalmoeder, of één der oma’s en opa’s? Dan ligt Fries nog altijd compleet kierrewiet te lachen en zit Benne nog ostentatief kwaad te wezen, een flauwe ‘dada’ kan er nog net van af. Eens de hoek om is alle leed vergeten en beginnen beide kleine heren aan een dag vol gekir, geblaat, gegiechel, gebulder en geknuffel. Relatief, zo’n ochtendhumeur.

zuchten en sniffen

Zo’n 72 uur zijn Benne en Fries weer mamaloos geweest. Die mama moest namelijk naar een congres in exotisch Antwerpen (waar blijft Spanje, Italië, Griekenland, …?) en dus waren de kindjes op logement bij de oma’s en opa’s. Zoals altijd als mama dan terug thuis komt zijn ze een beetje ‘anders’. Niet echt lastig, niet echt stout, maar ze vragen gewoon veel aandacht, intense knuffels, grote liefdesmomenten. Om zo even die mama duidelijk te maken dat ze het toch niet echt fijn vonden dat ze weg was. Wellicht allemaal inbeelding van een met schuldgevoelens overstelpte moeder, maar toch. Ofwel ligt het aan de tandjes van Fries (zouden ze nu nog komen?) en het feit dat ook Benne daardoor bijna de hele nacht wakker werd gehouden. Tot hij met papa in het andere bed ging slapen en mama zich met een zuchtende, sniffende en snuffende Fries mocht bezig houden. Telkens hij wakker kwam werd een goed met choco besmeerde tut in zijn mond geduwd. En dat was zo bijna om de drie kwartier. Resultaat: Benne met een slecht humeur, moeder en vader moe en Fries met een gezicht zo bruin als bruin kan zijn als er een halve pot choco is uitgesmeerd. En zonder tandjes.