[USA] Plastiek in de Ameriek

Als de wereld ooit ten onder gaat aan de gigantische afvalberg die we met z’n allen aan het bouwen zijn, dan zal het toch minder aan ons, Vlamingen, Walen (Europeanen?) liggen dan aan die Amerikanen. Wat die hier allemaal niet uitspoken  om toch maar weer de grootste (vervuiler) te zijn of de grootste (afvalberg) te hebben. Zoals daar zijn:

– wegwerpbekertjes: de godganse dag loopt iedereen hier rond met een kartonnen beker in de handen. Pretty cool om zo met je oversized zonnebril, je hippe flip-flops en je megagrote sjakos rond te flaneren over streets, avenues en boulevards. Maar zo’n zonde, als je bedenkt dat de mensen die ik ken vijf tot zes van die bekers de vuilnisbak inkieperen, per dag. Echt gasten, hou het een beetje serieus hé.

– wegwerpborden en bestek: als een bedrijf hier zo’n internationale of interstates equipe op bezoek heeft dan zouden wij zo onze beste borden en bestek bovenhalen, we zouden het eten presenteren op van die schone blinkende schotels en we zorgen ervoor dat onze glazen deftig opgeblonken zijn. Om geen water te verspillen (schaars goedje, dat water) doen ze ’t hier maar the plastic way. Als je bedenkt dat we ’s morgens en ’s middags eten krijgen, met zo’n veertig man, dan kan je al tellen hoeveel van die borden, messen, vorken en lepels er de vuilnisbak invliegen. En dan nog eens maal twee of drie: want voor het voorgerecht, hoofdgerecht en desserke neem je natuurlijk een nieuw bordje. Je wil natuurlijk niet dat je muffin in de looksaus van je salade ligt te zwemmen.

– plastiek fleskes: bovenop de bekertjes die gevuld worden met cola (we gaan toch niet uit een blikske drinken zeker, welopgevoede mensen die we zijn) of fruitsap heb je ook nog de flesjes water. Zo’n grote waterton waar je met een kraantje je water kan uit tappen weegt natuurlijk veel te veel voor die Americano’s en zo’n fleske kunnen ze nog net dragen terwijl ze met hun sjakos, flip-flops, … rondhossen. Een leeg flesje hervullen doe je dus niet, wie drinkt er nu nog van het flesje waar je net een halve liter water hebt uitgedronken? Ieuw, zeg.

– papier, isomo, karton: Americano’s hebben het druk druk druk door al dat geslenter langs de straat. Vandaar dat ze dus geen tijd hebben om eens neer te zitten en hun hamburger, wrap, burrito, … op te eten. Dan doen we dat maar in een papierke of in een bakske en dan gaan we daar weer de straat mee op. Het is wel zo handig als je net ook een koffie hebt, zo kan je achteraf je papierke in dat leeg bekertje proppen, eventueel wat aanstampen met je leeg fleske. En dan gooi je dat toch allemaal samen in de vuilnisbak? Samen met je flip-flops die intussen al scheefgelopen zijn van al dat dwarrelen, lummelen, slenteren, flaneren in the city.

e-opvoeding

Je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen, met dat hele gedoe rond competoeters en tinternet. Als ze al in de kleuterklas ‘muisvaardigheden’ aanleren, dan kan ik met mijn pedagogisch compleet verantwoorde opvoeding (…) niet achterblijven dus. E-learning in de huiselijke context dus en de aanpak is als volgt: zoek een moeder of vader die naar het buitenland gaat (mag ook de living, garage of badkamer zijn), installeer webcam en audiotoestanden op je pc en laat je kinderen zwaaien naar ‘mama op de computer’. Laat ze de webcam kussen, omhelzen en net niet opeten, laat ze tokkelen op dat toetsenbord tot je net niet een mail vol ‘pfqsdflkjsqmlkjmlqriqmdslfkdsqj’ hebt verstuurd naar je baas of collega’s, laat ze verbaasd naar zichzelf kijken als je jouw webcam naar je scherm draait, en vraag tenslotte aan je oudste zoon of het een lekkere koek is die hij in zijn mond stopt. Die verbazing en dat ongeloof op dat gezichtje, die stiekeme blik naar links, rechts en achter om te zien of je toch niet ergens thuis achter de hoek staat te loeren. Een mens die met weinig content is tegenwoordig begint dan onbedaarlijk te lachen. Excuses daarvoor.

het betere smoelenwerk

[USA] Op zoek naar… fruit

Een hele dag heb ik lopen zoeken naar fruit. Het enige wat ik heb kunnen scoren was een yoghurtje met aardbeien. En als ik gewild had waren daar ook nog bij: frieten, hamburgers, 7 keer McDo’s, chicken wings, hotdogs, extralarge hotdogs, nog een keer McDo’s en pretzels. Maar fruit? Wellicht zijn ze dat zo’n 500 jaar geleden vergeten mee te importeren. Door heel die zoektocht heb ik dus al tamelijk veel afgewandeld en al veel torens gezien waarvan een mens een nekbreuk (bestaat dat eigenlijk) zou oplopen van het steeds maar weer omhoog kijken. En twee eekhoorntjes, eentje zelfs op het voetbad van een enorm drukke straat (Forbes Ave. voor de kenners). Ja kijk, dat eekhoorntje blijft me bij, omdat ik weet dat ik met de foto’s van dat beestje ga scoren bij mijn kleine mannen als ik zaterdagavond thuiskom.

MSBF_juni2009 053

Die kleine mannen, blonde god Benne en always-smiling Fries,  zitten trouwens te zwaaien en kushandjes te werpen alsof hun halve leven ervan afhangt. Hoe ik dat zo weet? Omdat ik dat zie en hoor en net niet voel via Skype. En zo weet Benne dat zijn mama in Amerika zit, om te werken. En dan zegt hij: “Mijn Amerika”, want “mijn mama” zit daar. Obama is gewaarschuwd. Zolang ik elke dag mijn portie peuter- en kleuterkusjes krijg gaat alles goed dus 🙂

klaagpost – deel 2

En er zullen er nog volgen deze week, u weze gewaarschuwd. Het uurwerk op mijn laptop geeft aan dat het iets voor vier uur ’s morgens is in Belgenland, hier in Pittsburgh is het iets voor tien ’s avonds.

Bon, ik begin eraan: ik heb honger, en ik vind dit hier veel te groot, en er loopt eigenlijk veel te weinig volk rond, zeker als je ’s avonds nog moet lopen zoeken waar dat verdomd kot is van je. En ik was bang van die boos kijkende stewardess op het vliegtuig, en ’t is hier zo’n warme wind buiten. Ook nog: gsm werkt hier niet, ik mag geen kleine zien jonger dan vijf jaar of ik krijg een krop in mijn keel. Ouder dan vijf doen ze me nog niet zoveel. Voor alles, maar dan ook alles heb je hier op de campus je kaart en je pincode nodig, wil ik even naar het wc of naar de badkamer: pinnen, naar de living: pinnen, naar buiten: pinnen. Straks eens kijken of ik zonder code in mijn bed raak…

Mijn ogen vielen bijna uit mijn kassen toen ik zo’n uur op de bus zat van de luchthaven naar de campus van CMU: heel vrolijk en kleurrijk Amerika heb ik waarschijnlijk zien passeren, de ene al meer weird dan de andere. Of zou u zomaar kunnen blijven glimlachen als je een vent zijn speeksel (en nog wat gereutel, gerochel en geslijm) in zijn flesje ziet spuwen, de dop dichtdraaien, om dan nog geen minuut later uit datzelfde flesje te drinken? Culturele verschillen, zullen we ’t dan maar noemen zeker?

En ik snap wel dat die douane-beambten hun job waarschijnlijk echt wel kotsmoe zijn en het beu zijn om per dag zo’n drieduizend keer dezelfde vragen te stellen aan volk van allerhande pluimage, maar ’n beetje vriendelijkheid mag toch wel, al is het fake, ’t doet er niet toe.

Bon: ik probeer hier te slapen (hoog bed, ik  zal op mijn stoel moeten staan om erin te kruipen) om dan morgen hopelijk wat welgezinder op te staan 🙂

Nog zes keer slapen en mama mag terug naar huis komen 🙂

medelijden gezocht

Ik zit in het meest sexy dorp van de wereld, Brighton genaamd, op een snobby congres. Daar kan ik nog niet eens mee de snob uithangen omdat mijn laptop finaal de geest heeft gegeven en ik dus gedoemd ben om op een ongelooflijk ongebruiksvriendelijke pc mijn ding te doen ’s avonds in de hotellobby, in het halfdonker. Ik zit met een internetaccount van maar liefst 27 pond en ik kan niet eens skypen met mijn vent, en nog minder met mijn zonen. Ik heb mijn dagelijkse vitamines dus niet. En dat heeft gevolgen: ik vind mezelf een beetje zielig. En nog meer een slechte moeder en vrouwdink. Met de minuut meer en meer, mag ik even?

Brighton Pier

’t Zal allemaal wel mooi zijn ’s nachts en zo, en ook overdag is het van ver redelijk indrukwekkend. Maar als je erop loopt is dat maar een vreemd gevoel. Lawaai, gejengel, bliep bliep, toenke toenk, boem boem, zoef dzjief, wiiiieeep, … gecombineerd met het arsenaal aan lichtjes waar zelfs een zomerse sterrenhemel niet tegenop kan. Het was fout van ons (blondie hier en collega K.) om die pier overdag te gaan bekijken. Zo zie je meteen wat voor mankementjes er aan dat houtwerk zitten, hoe oud en onverzorgd alles is, hoe ongelooflijk mistroostig het hele gedoe wel is, wat een tristesse daarvan afstraalt. Vergane glorie, en toch nog zo levendig. Zoveel momenten zijn daar al beleefd en zoveel mensen zijn daar al gepasseerd: eerste liefjes, eerste break-ups, zatte nonkels, verdwenen kinderen, depressieve moeders, twinkeloogjes, tienermoeders op stap, jolijtige baasjes, oude elegante dames, eenzame mannen, de laatste pond van de maand inwisselen om toch maar de one-armed bandit meester te kunnen, al je zakgeld verspelen om die nieuwe Wii-toepassing te kunnen winnen, …

Een fotograaf met 1. een fototoestel en 2. oog voor detail en 3. nostalgie en 4. een zekere vakkennis zou hier prachtige, warme, glorierijke beelden van kunnen schieten. Mij ontbreekt het voorlopig aan 1. en voor eeuwig aan 4.

Is dat zo normaal, ja?

Miss moet een week naar Brighton (UK) voor een congres. Miss reserveert daarop een hotel dat zeker nog binnen de grenzen van het aanvaardbare valt. Miss krijgt plots bericht dat ze een gratis verblijf in een veel te sjiek hotel heeft toegewezen gekregen wegens jong (ha!) en zo nog een paar dingen. Miss annuleert daarop het eerder gereserveerde hotel en besluit om het er eens goed van te pakken. Miss arriveert gisteren in Brighton (marginalica ten top!), stapt gezwind door naar het hotel, wil inchecken en mag plots de visa-kaart bovenhalen. Voor 140 eurooten per nacht, jawel. Miss begint zowaar een beetje spel te maken waarop de receptionist met een grand air zegt dat de organisatie nog geen geld gegeven heeft en dat we dus voorlopig alles zelf moeten betalen. Oh joy!

En mijn ontbijt deze morgen heeft ook niet gesmaakt. 18 euro voor een croissant en chocoladekoek die ik in mijn navel kan steken en een onnozel pistoleetje. Morgen zit ik daar van zeven uur en eet ik de boel bij elkaar. Na vijf dagen zal ik hier dus voor 90 euro koffiekoeken verorberd hebben… En bonen in tomatensaus, en vettige worstjes, jummie!

Het blijft een moeilijke relatie, tussen dat Engeland en mij. A pig with lipstick stays a pig.

Benne is een Benne en Fries een Fries

Soms overvalt me de gedachte hoe het met die twee monstertjes van mij zou gaan als ze een andere naam hadden gekregen. Want echt, ik vind dat hun namen perfect passen bij wie ze zijn. Ofwel heb ik onbewust verwachtingen gecreëerd toen hun naam werd gekozen en we nog niet eens wisten of ze blond, bruin, rond, lang, … zouden zijn, maar dat we toen wel al wisten hoe een Benne zich moest gedragen en welk gedrag een Fries kenmerkt. Die blonde god van mij, dat is dus een echte Benne. Een andere naam zou hem niet de eer aandoen die hij verdient. En dat geldt evenzeer voor Fries, van wie ik me niet kan inbeelden dat een andere naam zo mooi het spectrum kan weergeven waaruit dat kleine ventje bestaat. Benne is geen Miel*, ’t is ook geen Juul*. Fries is verre van een Tore* en al zeker geen Rube*. Hun namen passen echt wonderwel bij wie ze zijn, wat ze doen, hoe ze hier vrolijk en onbezorgd door het huis huppelen, elkaar de duvel aandoen om dan achteraf elkaar als twee volleerde Brüno’s te beginnen knuffelen.

Ook van mijn eigen naam vind ik dat die wonderwel bij me past, hoe langer hoe meer. Een Griet of Grietje zou nog gaan, maar Els of Leen, dat gaat al minder. Ik vind mezelf ook te simpel voor complexe namen zoals daar zijn Elizabeth en consorten. Maar toch nog niet simpel genoeg om een An te zijn. En mijn naam blijft ook iets meisjesachtigs hebben, en met de derde ronde die ik nu aan het lopen ben door het leven, kan ik daar alleen maar blijer om worden.

En u, tevreden met uw naam? En met die van kinderkens en zo?

*Als ik ooit nog eens vier zonen krijg, dan weet u meteen de naam van hen.

Fries De Bruijne

’t Is dat ik al een halve week mijn fototoestel nergens kan vinden, anders kon ik hier een buil van jewelste presenteren. Een foto ervan weliswaar. De jongste gabber is er immers in geslaagd om de überbuil te ontwikkelen, zo rechts op zijn voorhoofd. Al naargelang de lichtinval is dat ding groot, gigantisch, abnormaal, meelijwekend, grappig of gewoon een buil. Maar echt dus een buil van eerste categorie. En laat de vierde zoektocht naar het fototoestel dan nu starten!