- Twee medevrouwen moeten binnenkort bevallen. Beiden hopen ze nog in augustus te kunnen bevallen, in het slechtste geval zal het september zijn. Of eind september. En maar zenuwachtig lopen, en maar lichtgeraakt zijn, en dat ongeduld, en die machteloosheid dat je over zo’n belangrijk iets in je leven geen controle kan uitoefenen. Begrijpelijk, zeer begrijpelijk, want we herkennen het maar al te goed. Toen Fries net geboren was (maar dan ook echt net) was ik kwaad op hem. Zo’n Chucky, zo’n ambetanterikje, zo’n voetenspelerke, dat hij zijn moeder zo lang had laten wachten en afzien. ’t Gaat heel vlug over, dat wel. Maar ’t zorgt ervoor dat een nieuwe zwangerschap verder weg is dan ooit. Dus E. en I.: courage, hij komt wel. Maar jullie zijn wel grappig nu. Ongewild waarschijnlijk… En om het nog wat erger te maken: Proficiat collega J. met de geboorte van dochter Lente!
- Gisteren was er Formule 1, vraag me niet waar. Benne heeft het niet zo hoog op met die auto’s. ’t Is zelfs zo erg dat hij ernaar kijkt en dan opnieuw een Benne-isme van jewelste produceert. Wenkbrauwen omhoog, doordringende blik, half leunend tegen de zetel en dan de woorden ‘grasmachinetjes’. Traag uitgesproken, goed nagedacht over elke klank en lettergreep. Ouders in een deuk, vaneigens.
- Minder Bennepretjes toen hij voor de eerste keer (jochei!) in de (straf)hoek moest staan. Niet dat hij het besefte, hij was zodanig aan het huilen dat je hem ondersteboven in een pot aarde mocht zetten, nog ging hij het niet geweten hebben. Het knuffelmoment achteraf deed des te meer deugd (voor de mama).
- Oma’s en opa’s hebben een nieuw label gekregen. Toen we bezig waren over oma Y. en opa G. zei Benne spontaan: ‘opa Vogel, oma Vogel’. Logisch, lijkt ons. Benieuwd hoe oma C. en opa B. gelabeld zouden worden, noemde mama deze twee jonge oudjes bij hun voornaam. Opnieuw gingen de radartjes in Bennes hoofd draaien om dan tot de conclusie te komen dat hij vanaf nu een ‘oma en opa Konijn’ had. Omwille van dat ene konijn dat daar zit en nog niet eens van hen is. ’t Is eens wat anders dan bobonne, moeke, peetje, pepe, bompa en bomma.
Kleine mensjes
politie komen
Al twee nachten op rij wil Benne niet slapen. Hij gaat zeker niet om 8 uur ’s avonds slapen, ook niet om 9 uur, ook 10 is te vroeg… Meneer gaat over de 11 uur. Eergisteren was het twintig voor twaalf (hij wou middernacht eens meemaken, gokken wij), gisteren was het iets over elf. Hij brult de longen uit zijn lijf, ligt te stampvoeten in zijn bed, de periode van nasnikken duurt minstens even lang als de huilbui. Toen Fries nog een Friesje was en beneden lag of in onze kamer lag te slapen, lieten we hem brullen. Na gemiddeld een kwartier viel hij in slaap. Dan ging moeder nog altijd eens naar boven om dan het schuldgevoel heel intens te laten opwellen en de dag erna bang af te wachten of hij er al dan niet een trauma aan had overgehouden.
Nu kunnen we hem niet laten brullen. Fries slaapt in zijn eigen kamer (sinds een maandje) en die ligt rechtover Bennes kamer. Dus: eergisteren uitgehaald. En terug in bed gestopt, tot vier keer toe. Gisteren één keer uitgehaald, en dan terug naar boven en laten brullen. Dan nog liever Fries die wakker schiet dan dat meneer Bennemans nog eens zijn zin krijgt en naar beneden mag. Fries knorde dat het een lieve lust was. Benne brulde. En viel in slaap, na een half uur.
Zien wat het vanavond geeft.
Oh ja, als je hem naar beneden haalt, zegt dat mama heel boos is en dat hij niet flink is, dan nijpt hij zijn oogjes samen en zegt met veel poeha ‘politie komen’. Waar hij dat vandaan heeft weten we niet, maar we kregen wel de indruk dat hij het fijn zou vinden mocht de politie komen. Vandaar misschien zijn pogingen om toch maar zeker niet flink te zijn.
Bennes woordenboek: het gekke deel
Na ‘piekewate‘ is er nu ook ‘kaboute’naise’. Gisterenavond stond een slaatje op het menu. Aan Benne werd gevraagd of meneer graag ketchup of mayonaise bij zijn eten wou. Na even nadenken kwam het woord ‘kaboute’naise’ over zijn lippen. Hij weet het nochtans wel dat die witte brij mayonaise is, hoe hij plots bij kaboute’naise kwam is ons voorlopig een raadsel. Tenzij onze volgende redenering klopt: Kabouter Plopt (ja, hij weer), heeft een liedje, en dat heeft als titel ‘De Kabouterpolonaise’. Dansende kabouters alom in die clip en Benne danst gretig mee. Maakt hij daar de verwarring met mayonaise, of is hier sprake van een toch wel geweldige contaminatie tussen Kabouterpolonaise en mayonaise? Of wil meneer gewoon Kaboutermayonaise? Na het bombardement aan Plop-koeken, Plop-ijsjes, Plop-melk en wat nog allemaal zou het er nog aan ontbreken dat Kaboutermayonaise nog niet bestaat.
over Benne en de bal
Benne is bij oma en opa in Izegem, de keukentafel is volgestouwd met lekkers voor het avondeten. Ook glazen, het ene vol, het andere halfvol en dan nog een paar lege. Gelukkig. Benne speelt met een kleine bal. Gelukkig. Op de ene kant staat Takel, op de andere kant Bliksem McQueen (ja, we moeten het hier vanbuiten kennen, onze zoon is vlugger weg met alle Cars dan wij). Benne gooit met de bal. Tot nu toe nog geen ongelukken gebeurd wegens nooit hoger gegooid dan 20 cm, dus waren we er ook nog niet opgekomen om het hem te verbieden. Tot vandaag, en dan nog. De bal gaat over tafel, tegen een glas, het glas valt en ligt in stukken. Benne geschrokken, wij ook. Net als we een vermanende ‘foei’ willen ten gehore brengen, heft Benne de armen ten hemel en roept: “Oekomtdanu?” Hij kijkt naar ons met die vragende blik, tegelijk vermengd met de geruststelling dat zijn ouders het wel even gaan uitleggen waarom zo’n glas kapot gaat van een bal die ertegen gegooid werd. Ouders beginnen te lachen, Benne voelt zich weer de ster.
Verantwoord pedagogisch gehalte: 0,0. We staan nog nergens met dat ventje.
frustratietolerantie
Fries kan er wat van, hij kan nijdig zijn als de beste. Is dat ventje op zich al zo’n kwaaie beer? Wellicht niet, maar wat doe je als je grote broer constant dingen doet die jij nog niet kan? Als die grote broer dartel door de woonkamer loopt te huppelen en jij op je buik ligt te zwemmen in de hoop vooruit te raken. Wat doe je als grote broer rustig een boekje zit te lezen en jij enkel de balken in het plafond kan tellen? Als je al zou kunnen tellen. Wat doe je als broer in één vloeiende beweging zijn tut, boterham, beker, fles, … naar zijn mond kan brengen en dat dan nog in zijn mond kan stoppen, terwijl jij de helft van de tijd met een speen in je oor zit te draaien? Wat doe je als grote broer zomaar het speelgoed kan nemen dat hij wil, en jij moet wachten en afhankelijk bent van de goodwill van je ouders om regelmatig eens een nieuw speeltje naast je te komen leggen? Wat doe je dan? Dan zet je je keel open en maak je je kwaad. Dan gedraag je je als een nijdig baasje dat wil kruipen maar nog niet kan, dat liever op zijn voeten staat dan te liggen maar dat ook nog niet alleen kan, een baasje dat wil zitten maar nog af en toe omvalt, een kindje dat al groot wil zijn nog voor hij echt klein is geweest.
NederBennes
Zoon Benne heeft een nieuw woord toegevoegd aan zijn woordenschat, en wij ook. Na melke, ‘nade, wate, coja, siensap en cocomelke is er het woord ‘piekewate’. Hij had al water met bubbels gedronken, dat wel. Maar toen vond hij het nog niet nodig om daar een naam aan te geven. Wat bij deze gebeurd is. Eén slok, een doordingende blik naar wat er in zijn glas te vinden was en dan de conclusie. Het hoofd rechten, het publiek aankijken en dan heel serieus het nieuwe woord ‘piekewate’ uitspreken.
Ilseeeeeuuuuh – snif!
Eerder werd op dit navelstaarderig webdagboekje al eens vermeld dat de combinatie ‘kinderen – opvang – Gent’ niet echt je dat is. En ook anderen mogen dat nu aan den lijve ondervinden. Wij jammer genoeg ook, maar het zal wellicht minder acuut en nijpend zijn. De liefste, beste, tofste, geestigste, leukste, aandachtigste, meest verantwoorde onthaalmoeder van de wereld (= Ilse, onthaalmama van Benne en Fries) stopt ermee. Het zegt veel dat we eerst tegen twee andere onthaalmoeders ‘njet’ hebben gezegd en dan pas onze liefste bloedjes van zoontjes bij Ilse gedropt hebben. Maar wat een verschil, wat een andere aanpak, nooit hebben we ze moeten ‘afleveren’ met tranen in onze ogen, nooit zijn we vertrokken dat ons hart brak toen één of twee kleine ventjes weenden, want we wisten dat het toch weer goed kwam. Ilse was er, toch? Wel, Ilse stopt ermee. Voor Benne geen probleem, hij gaat in februari naar school (tenzij moeder er anders over beslist en prompt besluit om vrouw aan de haard te worden zodat dat ventje niet naar school hoeft). Fries moet op zoek naar een andere opvangplaats.
Dat ze de beste onthaalmoeder is bewijst Ilse nog maar eens door alle ouders nog een jaar (!) de tijd te geven om andere opvang te zoeken. Ze stopt niet plots, niet over drie maanden of zes maanden. Nee, ze stopt pas na de zomervakantie volgend jaar. Wat natuurlijk nog altijd te vroeg is, maar het is nog maar eens een teken dat ze altijd in de eerste plaats aan de kindjes en ouders denkt. Waarvoor dank!
Waarom stopt ze? Het statuut is niet al te best, zoniet eigenlijk lachwekkend in vergelijking met wat onthaalouders dag in dag uit voor ‘hun’ kinderen doen. Iemand anders zal nu de beste, liefste, tofste, … onthaalmoeder mogen zijn. Hopelijk heeft ze nog een plaatsje voor Fries, over enkele weken starten we de zoektocht.
met de trein naar Oostende
tjoeke tjoeke tuut. Afgelopen zondag zat Benne voor het eerst op de trein. Wederom was het veel goedkoper geweest om met de auto naar Oostende te gaan, dan met het treintje (maar liefst 28 euro). Daar moet toch dringend iets aan gedaan worden, willen ze meer dagjestoeristen laten treinen. Tot zover het wijsvingertje.
Benne, trein, zijn onkeKaa, de zee. ’t Ventje werd gewoon zot, onnozel, kierewiet van zoveel indrukken. Trotser dan een nieuw gevederde pauw zat hij in de zetel van de trein. En bij de eerste halte stond daar (verrassing!) ‘onkeKaa’ en ‘tantAlot’. En die gingen gewoon mee met hem, op diezelfde trein. En toen waren er nog boterhammen, en fruit, en vanalles. En dat kwam allemaal uit de rugzak van papa. En zelfs Fries had warm eten en drinken (pluim voor onszelf, we waren de hele voormiddag bezig geweest met eten klaar te maken, jeeij). En dan stopt die trein, en mag hij op de tram. Een tram! En daar, op een onnoemelijk grote afstand van zijn eigen kleine Deerlijkse wereld zag hij onkeBert, tantKim, Stanneke, opa’rNard en omaKitien. En de zee!
Was hij ’s avonds moe? Jawel hoor. Wou hij slapen? Neen. Tegen dat dat kleine hoofdje al die indrukken mooi had geordend, alles had verwerkt en beoordeeld, was het laat. Behalve zijn visvlieger is er geen enkel overblijvend spoor van herinnering dat hem doet denken aan die dag vol indrukken. Wat er wel voor zorgt dat zijn volgende uitstapje naar zee, met de trein, minstens even geestig zal worden. Gewenning kent hij nog niet.
strafhoek
Lander moet soms? regelmatig? heel vaak? af en toe? zelden? in de hoek staan. Dat doet me eraan denken: vorige week vroeg de verpleegster bij K&G ons ook of Benne al eens in de hoek moest staan. Tien seconden stilte en dan twee keer boem. Wij, Bennes ouders zijnde, vielen compleet uit de lucht. Hoek? Zo’n kind? Snapt dat zoiets al? Is dat wel effectief? Hoe leg je dat uit? Blijkbaar kan het dus al wel, maar hebben wij dit nog nooit toegepast. Is het nodig? Niet dat we weten, voorlopig volstaat het om boos ‘foei’ of ‘stout’ te zeggen (overblijfsel van de hondenschool), om hem te negeren of om Benne van het kwaad te verwijderen. Waarna meneer zich telkens met volle overgave op de grond stort (meestal eerst zitvlak, soms ook op de vlakke rug of buik) en onbedaarlijk begint te huilen. Pruillip in het kwadraat, boos en ontgoocheld in zijn ouders.
Eén van onze andere tactieken: als het gaat om dingen kapot maken moet hij achteraf ook helpen bij het herstellen ervan. Zo tekende meneer vorige week met potlood op de wit geschilderde muur. Een ‘foei’ en daar was die trillende pruillip alweer, gesnif, op en neer gaan met de buik, … De huilbui kon maar net bedwongen worden door Benne te zeggen dat hij moest helpen bij het maken van de muur. Twee codewoorden die het hem doen. En zo geschiedde.
Die muur en bijhorende hoek zou trouwens perfect dienen als naughty step. Eens zien of dat werkt.
stand van zaken
Het is zondagavond, 21.55 uur: zoon Benne ligt boven in zijn bed te brabbelen. Meneer is nog lang niet moe, ondanks het geravot, gesleur, geval, geboenk buiten. Meneer wil niet in zijn nieuwe kamer slapen, zelfs niet als alle knuffelberen en herkenningspunten verwijderd werden naar de nieuwe kamer. Nee, geef hem maar een lege babykamer met kasten en babybed. Hoe mooi zijn nieuwe kamer ook is: slapen doet hij er niet in. Spelen des te meer.
Fries is terug vlekjesloos. Na de drie-dagencrisis (achteraf gezien: een kinderziekte genaamd ‘drie dagen koorts’ of ‘de zesde ziekte‘, ja, minstens zoveel zijn er) kreeg kleine meneer vlekjes. Nog zieliger, nog mottiger. En dan gingen die vlekjes terug weg. En Fries werd blijer, contenter, een baby met heel wat eetlust.
En mijn eerste week verlof zit erop. Zijn we uitgerust? Neen. Hebben we veel taken kunnen doen? Neen. Hebben we eigenlijk iets kunnen doen? Ja, genieten van die twee kleine koters. En dat volstaat wel.



